Katja Schuurman & Floortje Dessing over fair fashion

Milieuschade, slavernij, de afvalberg: dat de textielwereld radicaal anders moet, is duidelijk. Katja Schuurman en Floortje Dessing waren hun tijd fair vooruit en richtten tien jaar geleden al een duurzame onderneming op. Hoe gaat het nu?

Al lang voor fast fashion en fair(trade) ondernemen een ding werd, besloten Katja Schuurman en Floortje Dessing zelf het verschil te maken. Floortje zette in 2004 de eerste fairtrade kledingzaak van Nederland, Nukuhiva op; met merken als Kuyichi, Armor Lux, Komodo en O my bag. Katja was in 2006 een van de initiatiefnemers van het eerlijke merk Return to Sender, dat producten afneemt van getalenteerde mensen in de armste regio’s van de wereld, deze hier verkoopt en de winst terugstuurt, zodat de producenten zich verder kunnen ontwikkelen.

Hoe is het idee voor Nukuhiva en Return to Sender ontstaan?

Floortje: “Ik schreef in 2004 een reisboek dat exceptioneel goed verkocht en dat leverde me een smak geld op. Ik wilde met dat bedrag iets zinvols doen, iets waarmee ik een boodschap kon uitdragen. Omdat ik al jaren het duurzame kledingmerk Kuyichi droeg en ontdekte dat er geen enkele kledingzaak in Nederland zat die alleen maar fairtradekleding verkocht, besloot ik er zélf een op te zetten, samen met twee goede vrienden. Via een toenmalige sponsor van mijn reisprogramma konden we een pandje op de kop tikken in de Haarlemmerstraat in Amsterdam. Dat zijn we gaan opknappen en inrichten met Marktplaats-meubeltjes die we schilderden en pimpten. Zo hebben we houtje-touwtje een winkel in elkaar gezet. Nu, tien jaar later, is Nukuhiva er nog steeds en heeft de zaak er zelfs een broertje in Utrecht bij gekregen.”
Katja: “Op de middelbare school wilde ik al iets doen met ontwikkelingssamenwerking. Zelf zit ik in de fortuinlijke omstandigheid dat ik allerlei keuzes heb en mijn leven kan vormgeven zoals ik wil, maar er zijn ook mensen die alleen maar bezig zijn met overleven en nooit aan hun dromen toekomen. Ik heb een blauwe maandag politicologie gestudeerd, maar heb uiteindelijk een zijweg genomen en ben gaan acteren, zingen en presenteren. Bij BNN kreeg ik de vrijheid om programma’s te maken waarbij ik meer van de wereld kon zien. Tijdens die reizen werd ik nog meer geconfronteerd met armoede, maar ik zag óók de mogelijkheden en de kracht van die mensen en de mooie spullen die ze maakten. Steeds als ik in het vliegtuig terug zat, zeiden mijn vriendin – die als redacteur werkt – en ik tegen elkaar: ‘We moeten er echt iets aan doen’. Maar eenmaal thuis was je dan weer druk met andere dingen. Uiteindelijk hadden we zoiets van: we moeten het nu oppakken of er verder onze mond over houden. Dat was het begin van Return to Sender.”

Wat waren de grootste struikel-
blokken?

Floortje: “Mensen hadden in het begin geen idéé wat fairtradekleding was. 
Bananen en koffie begrepen ze allemaal nog wel, maar dat een spijkerbroek of 
T-shirt ook eerlijk kon zijn, dat was totale abracadabra. Ik moest echt vanaf nul 
beginnen. Nu zijn we op een punt dat 
het begint door te dringen, ook in de 
mode-industrie, en dat vind ik supertof.
Katja: “Wij moesten vooral een vertaalslag maken naar de westerse vraag. Dus niet de producten uit ontwikkelingslanden een-op-een hier op de markt brengen, maar kijken naar wat mensen willen en daar onze producenten op laten inspelen. Ook mensen de weg naar onze webshop laten vinden, was en ís nog steeds ontzettend lastig. Daarom ben ik zo blij dat we nu een samenwerking met vt wonen zijn aangegaan; je kunt via hun site voortaan ook onze producten kopen.”

Hoe zorg je ervoor dat je blijft groeien?

Katja: “Onze ontwikkeling zit ’m in de uitbreiding van de collectie, die is mooier en groter geworden. In het begin waren we meer een Winkel van Sinkel, met allemaal felle kleuren. We zijn ook een paar mooie samenwerkingen aangegaan, zoals met KLM, waarvoor we producten hebben ontwikkeld die zij aan boord van hun intercontinentale vluchten kunnen weggeven. Naar dat soort samenwerkingen gaan we nog veel meer op zoek.”

Floortje: “Bij Nukuhiva werken ontzettend goede en betrokken mensen die heel veel weten en onze klanten het verhaal achter de kleding kunnen meegeven. Daarmee kun je groeien. Daarnaast hebben we sinds begin dit jaar ons eigen fairtradekledingmerk door een doorstart te maken met Kuyichi, dat vorig jaar failliet is gegaan. Aanvankelijk wilde ik de restpartij opkopen voor in de winkel, maar toen bleek dat we ook de naam konden overnemen, zijn we daar gretig op ingesprongen.”

Verdien je er zélf eigenlijk ook iets mee?

Floortje: “Nee, ik heb er nog nooit een salaris uit gehaald. Sterker nog: met Kuyichi erbij hebben we er alleen maar extra geld in moeten steken. Maar dat is ook nooit mijn doel geweest, ik hoef de winkels niet als een melkkoe te gebruiken.”
Katja: “Hier hetzelfde verhaal: ik heb nog nooit iets verdiend aan Return to Sender, maar er eerder geld ingestopt. Maar we zitten nu in een transitiejaar; we gaan van een stichting naar een sociale onderneming. Ik vertrouw erop dat er daardoor meer geld verdiend gaat worden. Ik geloof dat een beetje eigenbelang uiteindelijk duurzamer is dan filantropie, en dat het niet erg is dat je als goed merk er ook zelf beter van wordt.”

Deze zomer ondertekenden zestig kledingbedrijven in Nederland een textielconvenant, waarmee ze staan voor eerlijke kleding. Goede zaak?

Katja: “Het zou een goede stap kunnen zijn, maar het is vooralsnog een voor-
nemen. Een aantal van die merken is al hartstikke goed bezig, zoals een van mijn favoriete merken: Alchemist. Anderen hebben de wil om duurzamer te worden en dat is mooi, maar ik hoop wel dat er goede controles komen. Er zijn trouwens ook merken die wel goed bezig zijn, maar het convenant niet hebben ondertekend. Zij zeggen: we vinden het onzin om mee te doen, want goed doen, dat zit in ons DNA.”
Floortje: “Je kunt heel zuur doen over het convenant omdat het niet ver genoeg gaat. Er zijn bijvoorbeeld geen vaste prijsafspraken gemaakt voor de mensen die de kleding produceren, wat echt nodig is. Maar het is sowieso een goede stap dat grote bedrijven iets doen om te verduurzamen; ik ben onwijs blij dat die beweging er is. De berichtgeving rond het convenant was alleen heel slecht. Mensen denken dat ze nu met een gerust hart kunnen kopen bij de aangesloten merken omdat ze allemaal fairtrade zijn, maar dat is niet waar. Het is enkel een streven. Daarnaast zitten de heel grote kledingmultinationals er niet in, dat vind ik een probleem. Alsof de buurtsuper wel meedoet en de Albert Heijn niet.”

Storen jullie je aan de wegwerpmaatschappij?

Katja: “Ik ben niet iemand die zich snel stoort, maar als mensen alleen maar spullen om zich heen aan het verzamelen zijn, denk ik wel: why? Volgens mij is bezit vaak een last, al woon ik zelf ook in een lekker huis met fijne dingen om me heen die mijn leven makkelijker maken. Ik ben alleen niet iemand die een kick krijgt van nieuwe spullen. Ik vind het treurig als mensen dat nodig hebben om gelukkig te zijn, en dan moeten ze dus steeds meer nieuwe dingen kopen om die kick te krijgen. Het is heel goed om jezelf af en toe te vragen: wanneer is het genoeg? Dat gaat niet alleen om spullen, maar ook om geld verdienen. Maakt het je echt gelukkiger? En wat ga je doen met al dat geld als je toch altijd aan het werk bent?”
Floortje: “Ik vind het jammer dat we het normaal zijn gaan vinden om steeds maar weer nieuwe kleding te kopen. Nu klink ik misschien als een bejaarde, maar toen ik jong was, kreeg je één broek van je favoriete merk en één paar schoenen in het halfjaar en daar was je ontzettend blij mee. Nu vindt een zestienjarige het normaal om voor honderd euro vier kledingstukken, een paar schoenen en ook nog een zonnebril en een kettinkje te kopen. Als je dat gewend bent, snap ik wel dat je geen zin hebt om na te denken waar die kleding vandaan komt. Maar als jij een top met kraaltjes voor vijftien euro koopt en de winkel en handelaren moeten daar ook nog op verdienen, kun je wel bedenken dat die top nog geen euro kost om te maken. Wil jij ergens in een donkere fabriek kraaltjes zitten naaien voor bijna niks? Nee toch? Waarom accepteer je het dan wel als het in een ver land gebeurt, waar je het niet ziet? Ik vind het heel verdrietig dat het zo gelopen is in de wereld.”

>Trekken jullie weleens van leer tegen mensen in je omgeving?

Floortje: “Ik ben niet iemand die het vingertje heft, daar heb ik een hekel aan. Ik geloof in de kracht van informatievoorziening en dat mensen daarna zelf een besluit kunnen nemen. We leven in een maatschappij waarin iedereen de keuzes mag maken die hij wil.”
Katja: “Ik ben geen evangelist, maar ik praat er wel over. Met Freek (Katja’s verloofde, red.) heb ik het bijvoorbeeld over voeding gehad en hij heeft ook een paar documentaires gezien, zoals Food, inc., over de intensieve veehouderij. Daardoor besefte hij dat hij het in zijn eigen restaurants anders wil doen. Het is niet zo dat nu ineens alles biologisch is, maar ze maken wel bewustere keuzes. Ze serveren bijvoorbeeld geen paling meer, omdat die met uitsterven wordt bedreigd, maar zijn de vellen die door anderen worden weggegooid wel gaan gebruiken voor een fantastische soep. In die zin beïnvloed je elkaar wel, gewoon door erover na te denken.”

Hoe ziet jullie eigen kast eruit?

Floortje: “Een groot deel van mijn kleding is duurzaam. Ik koop natuurlijk veel in mijn eigen winkel, het voordeel van een eigen zaak is dat je het tegen inkoopprijs kunt aanschaffen. Maar ik ben niet roomser dan de paus, ik koop ook weleens iets tijdens mijn reizen en dan weet je niet altijd waar het vandaan komt. Sowieso ben ik geen grote shopper en al helemaal geen vrouw die het belangrijk vindt om er immer stylish uit te zien.”
Katja: “Mijn kledingkast is vooral heel rommelig. Ik gooi bijna nooit iets weg. Ik zou het eigenlijk vaker moeten doen, maar ik denk altijd: misschien komt het weer een keer in de mode. Designerstukken koop ik zelden, al gebeurt het weleens dat mijn stylist iets meeneemt naar een shoot en ik het overneem. Of ik vraag of ze iets voor me wil kopen, want ik hou niet van winkelen. Nee, écht niet. In mijn huis staat wel veel van Return to Sender; de inrichting
is een beetje eclectisch, een grote verzameling van allerlei dingen. Al is er, nu ik met Freek ben, wel wat verdwenen, want hij houdt van strak en steriel, haha. Daar hebben we een mooie middenweg in moeten vinden.”

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 35. Abonnee worden of een losse editie van VIVA bestellen? Klik hieronder:

»Bestel VIVA online | Klik hier «

Onlangs deed Katja uit de doeken hoe ze werk en privé weet te combineren.