Kay Greindanus: ‘Ik ben niet iemand die veel grappen maakt, ik heb van nature iets klungeligs’

Acteur Kay Greidanus maakt zijn komediedebuut in de film Huisvrouwen bestaan niet. Zijn personage is onhandig, geestig en ontwapenend. Precies zoals Kay zelf. ‘Ik heb van nature iets klungeligs.’

Tekst Anette de Vries | Foto’s Anke van der Meer

Huisvrouwen bestaan niet is je eerste komedie. Spannend?

‘Enorm. Het vergt een heel andere manier van spelen en timing dan zwaardere films, zoals Riphagen. Er zitten enorm geestige acteurs in Huisvrouwen bestaan niet. Dat is best intimiderend. Leo Alkemade is een komedieheld, en wat Jelka van Houten doet, is bijna magisch. Wat dat betreft was het een sprong in het diepe. Ik dacht: kan ik dit wel? In het dagelijks leven ben ik niet iemand die veel grappen maakt, maar ik heb van nature iets klungeligs. De kunst is om dat ongeforceerd over te brengen. Gelukkig is dat goed gegaan.’

Hoe staat het met jouw eigen huishoudskills?

‘Als kind ben ik ontzettend vertroeteld door mijn moeder, dus ik laat hier en daar wel steken vallen. Ik ben best netjes en laat nooit spullen slingeren, maar mijn vriendin (actrice Sarah Chronis, red.) is me altijd voor met dingen als de was. Soms ergert ze zich daaraan en roept ze: ‘Maak jij de wc ook eens schoon?’ Oh ja, shit. Maar ik word er wel steeds beter in.’

Je vader noemt je een zondagskind. Is alles je altijd komen aanwaaien?

‘Dat nou ook weer niet. Ik werk er hard voor, maar bepaalde kansen moeten natuurlijk wel op je pad komen. Een deel daarvan hangt samen met geluk. Maar daarbij heb ik een positieve instelling. Ik ben bijna nooit chagrijnig en leg de verantwoordelijkheid bij mezelf om van elke dag iets leuks te maken.’

In welke periode van je leven heb je wind tegen gehad?

‘Na de scheiding van mijn ouders. Ik was pas twee, dus ik heb het niet bewust meegemaakt. Maar ik herinner me wel dat het geen leuke tijd was. We moesten verhuizen en mijn moeder is lang verdrietig geweest. Als kind had ik een bepaalde energie die ik niet kwijt kon. Ik was altijd heel onrustig en werd elke dag de klas uitgestuurd. Om het weekend ging ik naar mijn vader. Daar gedroeg ik me juist heel braaf. Ik wilde dat dat goed ging, want ik zag hem niet zo vaak. Bij mijn moeder was ik lastig en onhandelbaar. Pas tegen mijn vijftiende kwam er een bepaalde rust over me.’

Hoe lang ben je alleen geweest met je moeder?

‘Totdat ik naar de Toneelschool in Maastricht ging, op mijn zeventiende. Maar in het begin belde ik mijn moeder dagelijks en nam ik nog elk weekend de trein terug naar huis. Dat contact heb ik geleidelijk afgebouwd.’

Je bent de jongste telg uit een bekende toneelfamilie. Voelde je de druk om in hun voetsporen te treden?

‘Op mijn zestiende wist ik niet meer wat ik wilde doen. Uit een soort van naïeve, voor de hand liggende keuze ben ik toen ook maar gaan acteren. Maar ik had niet dezelfde drive als mijn klasgenoten op de Toneelschool. Na het eerste jaar werd 
ik bijna van school gegooid. Ze zeiden: ‘Volgens mij wil je hier helemaal niet zijn.’ Achteraf gezien hadden ze gelijk. Pas na mijn afstuderen groeide mijn liefde voor film en tv en kwam ik erachter dat ik dat leuker vond dan theater.’

Het hele interview met Kay Greidanus lees je in VIVA 50. De editie ligt van 13 december t/m 19 december in de winkel of kan je hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «