Kim Feenstra: ‘Als ik geen model was, nam ik het lijf van Kim Kardashian’

Een foodblogger en een supermodel maken samen een glutenvrij kookboek. Dan denk je al snel: ah, weer zo’n healthy, happy, clappy boek vol liflafjes. Nou, zo’n boek wilden vriendinnen Bénine Bijleveld (26) – de kok – en Kim Feenstra (31) – de foodfotograaf – met ‘Food talk’ dus níet.

Interview Fleur Meijer | Foto’s Astrid Zuidema

Stel, je hebt nog één dag te leven. Wat ga je die dag allemaal eten?

K: “Álles natuurlijk! Ik ga meteen naar Italië en ga daar in al mijn favoriete restaurants eten. Pizza, pasta, alles van de kaart. En daarna door naar McDonald’s. Het ene na het andere menu wegwerken. Kan mij het schelen.”
Bénine: “Gadver, ik háát McDonald’s. Dat ga je toch niet eten op je laatste dag?”
K: “O, jawel hoor, ik ga toch dood. Lekker.”
B: “Nee, ik ga naar Florence, en bestel daar de bistecca alla 
fiorentina. Een steak van 1,2 kilo. Die eet ik helemaal op en…”
K, tellend op haar vingers: “…ik ga roti eten, rendang, sushi, oesters, haring, chocola… Ik ga zo veel eten dat executie vrijwel overbodig wordt.”
B: “O, en als het mijn laatste dag is, kan ik net zo goed gluten eten. Een hele zak croissants met aardbeienjam. Ja! Die mis ik zo erg. Laat mij maar aan buikpijn ten onder gaan dan.”

Liefde voor eten ontstaat meestal in je jeugd. Hoe zijn jullie opgevoed met eten?

B: “Bij ons werd er altijd gekookt. Mijn vader flikkerde gewoon van alles in een pan en dan werd het meestal nog lekker ook. Mijn moeder was meer van de recepten volgen. We aten altijd nieuwe dingen. Toen ik een jaar of veertien was, wilde ik zelf de keuken in en stortte ik me op het bakken van brownies. Elk weekend. Later kwamen daar risotto’s bij. Ik at zo veel dat het een wonder is dat ik niet moddervet ben geworden, haha. Na mijn eindexamen heb ik een jaar in Florence gewoond om Italiaans te leren, toen is mijn kookobsessie echt geëxplodeerd. De passie voor eten daar is ongelooflijk. Ze zijn zo trots op alles wat ze maken, prachtig vind ik dat. Dat zouden wij ook wel wat meer mogen hebben. Alhoewel… stamppot is daar misschien niet helemaal geschikt voor.”
K: “Ik ben opgegroeid in Oosterpark, een volkswijk in Groningen. Bij ons in de flat woonden allemaal culturen door elkaar. Dat was superleuk: eten werd altijd gedeeld, iedereen lette op elkaar. Kreeg ik weer Turkse pizza van de buurvrouw of roti en saotosoep van een Surinaamse moeder. Mijn moeder kookte ook altijd. We hadden niet veel geld, maar toch kon ze van niks iets lekkers maken. En ik heb een Molukse vader, dus bij mijn opa en oma at ik veel rijsttafels. Ik heb vroeg veel smaken leren kennen. Komt ook door mijn moeder: van haar moest ik altijd alles proeven. Pas als ik haar goed kon uitleggen waarom ik iets niet lekker vond, mocht ik het laten staan.”
B: “Cool zeg. Dat hadden wij helemaal niet. Ik ben opgegroeid in kakbuurten in Amsterdam-Zuid en Bussum. Niet echt -gezellig multiculti. Zou jij trouwens apenhersentjes eten?”
K: “Hè?”
B: “Nou, in China ofzo, als ze je dat voorschotelen en zeggen dat het een delicatesse is?”
K: “Ik zou het wel durven eten, hoor. Maar zelf bestellen? Nee.”
B: “Stoer. Dat zou ik echt niet kunnen.”
K: “Op zich ben ik niet zo van het orgaanvlees. Alhoewel kippenlevertjes en tong er best in gaan.”
B: “Kalfstong is superlekker. En foie gras, daar ben ik ook dol op. Ja, heel zielig. Sorry.”
K: “‘Eten is goed voor de ziel,’ zei mijn oma altijd. En dat ís ook gewoon zo. Eten maakt gelukkig, dat vind ik echt.”

Het spat van de bladzijden af dat jullie niet een typisch ‘healthy’ kookboek wilden maken.

B: “Klopt. Het moest vooral lekker zijn. Géén dieetboek. Ik heb niets met dat getrut. Fuck gewicht, fuck gezond, eten moet léuk zijn. Het leven is te kort om jezelf steeds van alles te ontzeggen. Hoe ongezellig is dat? Ik wil lekker wijntjes kunnen drinken. Je moet alleen wel een beetje maat leren houden, of een balans vinden. Ik sport drie keer per week, vooral omdat ik dan ook kan eten wat ik wil.”
K: “Precies. Alles in het leven draait om balans vinden. In jezelf, je werk, je sport en ook je eten. Extreem sporten of lijnen: ik geloof er niet in. Dat is gewoon niet goed, voor je het weet sla je door. Dat zie ik zo vaak aan al die extreme fitgirls: ze zijn nooit tevreden, totaal geobsedeerd geraakt. Genieten is zo belangrijk. Ik kan me de ene week totaal te buiten gaan aan alles wat ik volgens de ‘regels’ niet mag: vet eten, niet sporten, veel alcohol, veel uitgaan. En dan draai ik dat de andere week weer terug. Ga ik veel sporten, drink ik niet, eet ik gezond. Ik moet ook wel natuurlijk: ik ben nou eenmaal model en heb aan bepaalde maten te voldoen. Als ik geen model was, nam ik het lijf van Kim Kardashian, tien kinderen van tien mannen en honderd tatoeages. Maar dat zit er nu even niet in.”
B: “Hahahaha, wees blij! Ik bedoel, van die tien kinderen dan.”
K: “Ik ben door Bénine grotendeels glutenvrij gaan eten. Ik heb geen allergie, maar merk wel dat ik me heel goed voel zonder gluten. Geen opgeblazen gevoel meer en je eet automatisch veel meer low carb: dat is ook fijn.”
B: “Je kan zo lekker eten zonder gluten! Dat weten veel mensen niet. Toen ik er zes jaar geleden achter kwam dat ik coeliaki had, raakte ik eerst in de stress: nooit meer biertjes drinken of brood eten! Helemaal omdat ik dus voor m’n eenentwintigste alles kon eten, ik was zo’n zeldzaam geval dat het ineens kreeg. Maar toen ik me in glutenvrij eten ging verdiepen, bleek het helemaal niet zo erg als ik dacht. De glutenvrije producten worden steeds lekkerder, en er is zo veel wat je wél kunt eten. Gewone bloem kan niet, maar glutenvrije bloem bestaat ook. Daarom wilde ik dit boek maken: om alle mensen met coeliaki of een glutengevoeligheid te laten zien hoe het óók kan.”

Het hele interview met Bénine en Kim lees je in VIVA 24. Het nummer ligt van woensdag 14 t/m dinsdag 20 juni in de winkel of kan je hieronder online bestellen. Het artikel is ook te lezen op Blendle.

»Bestel VIVA online | Klik hier «