Emmy is een kleptomaan: ‘Stelen voelt als avontuur en puur genot’

De kasten van Emmy (26) puilen uit met dure kleding, schoenen en make-up. Bijna elke dag komt er wat nieuws bij. Alleen zijn haar spullen niet bij elkaar geshopt, maar gestolen…

‘Een lange, strenge bewaker keerde mijn rode rugzak om op een metalen tafel, waarna de inhoud eruit viel. Buiten een geodriehoek en een handjevol pennen lag er een rode, kanten beha, een paar oorbellen, een dure mascara en en een verzameling Labello’s – mijn verslaving – op de tafel. Alle items, inclusief de rugzak, waren gestolen. Ik keek hem aan met mijn meest onschuldige blik. Ik hoefde geen moeite te doen om er wat tranen uit te persen, die kwamen vanzelf. Ik snikte dat ik bang was dat ik een strafblad zou krijgen, dat ik dan nooit meer een baan zou krijgen. Tijdens een preek van ongeveer twintig minuten, keek de bewaker me doordringend aan. Toen gaf hij me een tissue en een glas water en zei dat hij voor deze ene keer niet de politie zou waarschuwen. Dat hij dacht dat ik een goeie meid was, maar dat ik nooit meer zo stom moest zijn om iets te stelen. Ik stopte met snikken. Het had gewerkt. Ik had de bewaker ervan overtuigd dat ik dit nooit eerder had gedaan en daarom ontsprong ik de dans. Maar hij had het mis. Het was niet de eerste keer dat ik iets stal, het was alleen de eerste keer dat ik werd betrapt.’

Camera’s voor de show

‘Sinds die dag, op mijn negentiende, heb ik denk ik voor een slordige tienduizend euro aan spullen gejat. Volgens mij is de maximum straf daarvoor vier jaar cel of een boete van twintigduizend euro. Ironisch genoeg zou ik die makkelijk kunnen betalen. Ik kom uit een financieel welgestelde familie en heb zelf een goede baan in de technische sector. Het begon gewoon als iets waarvan ik wilde zien of ik het kon. Ik denk dat ik twaalf of dertien was toen ik voor het eerst wat snoep jatte. Toen dat lukte, ben ik mijn grenzen gaan verleggen. Want hoewel ik genoeg te besteden heb, bewaar ik mijn geld liever voor iets nuttigs. Of voor iets wat ik niet kan stelen, zoals een mooie vakantie. Maar de belangrijkste reden is: stelen voelt als avontuur. Ik heb kleding van dure merken in winkels aangetrokken en ben weggelopen zonder te worden opgemerkt. Zoiets voelt voor mij als puur genot. Ik heb zelfs een speciale techniek ontwikkeld om alarmsystemen te omzeilen. Camera’s zijn er meestal alleen voor de show, en er zijn enkele winkels, zoals de Bijenkorf, waar alarmen af ​​en toe zomaar afgaan, en de bewakers en medewerkers het beu worden om iedereen te controleren. Als het alarm afgaat nadat ik iets heb gestolen, speel ik het cool en loop ik gewoon door. Er zijn altijd wel wat mensen die tegelijk met mij door het poortje gaan en heel verbaasd in hun tasje grabbelen om te kijken of de persoon achter de kassa misschien een tag is vergeten te verwijderen. Niemand die op mij let. Eén keer ben ik in de fout gegaan. Ik ging niet direct met mijn buit naar huis, maar liep nog even
een andere winkel in. Daar ging het alarm ook af en daar werd ik dus wel gecontroleerd. De bewaker keek me achterdochtig aan toen ik een verhaal ophing waarin ik de schuld gaf aan de verkoopster van die andere winkel, een stagiaire die heel chaotisch was. Het liep met een sisser af, maar het was een wake-upcall om niet te nonchalant te worden.’

Net zo goed als seks

‘Ik steel trouwens alleen van grote warenhuizen. Zij zijn er toch voor verzekerd, dus dat vind ik niet zo erg. Dat is niet altijd zo geweest, maar ik heb mijn leven gebeterd. Voorheen pikte ik ook wel iets uit garderobes of uit kleine winkeltjes, maar dat gaf me achteraf toch een schuldgevoel. Kleine ondernemers werken hard voor hun geld. Zij voelen een diefstal echt in hun portemonnee, in tegenstelling tot grote  multinationals die miljoenen binnenharken. Spullen van andere mensen stelen, doe ik ook niet meer. Ik ben ermee gestopt nadat ik op een feestje was en mijn eigen jas bleek te zijn gejat. Verdomme, wie steelt nu iemands jas? dacht ik. En ik realiseerde me dat ik zelf dus zo iemand was. Dat was best confronterend. Nu zou ik nooit meer iets stelen dat emotionele waarde voor iemand anders heeft. Noem het voortschrijdend inzicht. Ook van mijn vrienden of mijn vriend zou ik nooit iets stelen. Ik vind vertrouwen het allerbelangrijkste in de relatie met mensen van wie ik hou, dus dat komt niet eens in me op. Maar bij grote ketens voelt dat dus anders.Als ik iets zie wat ik wil hebben, gebeurt er iets met me. Natuurlijk weet ik dat er een risico is om te worden gepakt, maar ik kan de drang niet weerstaan. Als ik niet kan meenemen wat ik wil hebben, voel ik me als ik thuiskom echt depressief. Het begeerde item gewoon afrekenen, doet het niet voor me. Het stelen en iets gebruiken wat ik heb gestolen, is waar de kick in zit. Voor mij is dat bijna een erotische ervaring. Soms droom ik er zelfs over. Als je de vakliteratuur erop naslaat, lees je vaak dat kleptomanie gerelateerd is aan seksualiteit. Het kan in de vorm van fetisjisme zijn, maar ook door problemen met een laag libido, vaginisme of onvruchtbaarheid. Daar heb ik geen last van, maar ik kan niet ontkennen dat het gevoel van iets te stelen, vergelijkbaar is met de bevrediging en ontspanning na een lekker potje seksen. Ik vind het stelen ook niet eng, ik krijg pas stress als ik met lege handen een winkel verlaat. Nog steeds vind ik een van de fijnste dingen om te doen bij thuiskomst alle prijskaartjes bij elkaar optellen van de dingen die ik heb gestolen. Spullen, vooral luxe producten, voelen het beste als ze gratis zijn. Het geeft me een endorfine-kick. Een soort runners high, maar dan zonder het rennen.’

 

Foto iStock | Tekst Vivienne Groenewoud

Deze in vertrouwen is afkomstig uit VIVA 05-2020. Deze editie ligt vanaf 29 januari  in de winkel. Je kunt de editie ook hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«