Lea (33) is nog maagd: ‘Slutshaming mag niet, maar virginshaming is blijkbaar heel normaal?’

maagd virginshaming

Lea (33) is nog maagd. Inmiddels heeft ze de lat voor haar eerste keer zó hoog gelegd, dat ze twijfelt of seks er überhaupt ooit nog van komt…

Tekst Vivienne Groenewoud | Beeld Shutterstock

‘Laatst hoorde ik ergens dat maar liefst negentig procent van alle mensen spijt heeft van hun eerste keer en van hun keuze voor de eerste persoon met wie ze seks hebben gehad. Het enige voordeel 
dat ik daaraan zie is: dan ben je dus wel die drempel van ‘de eerste keer’ over. Want als je ook maar een beetje bent 
zoals ik – iemand die over alles twijfelt 
en bang is dat ze spijt krijgt van zelfs 
de simpelste beslissingen – dan is het 
volstrekt logisch om je middelbare school, je studie en je eerste twee banen te doorlopen zonder ooit seks te hebben gehad. En voor je het weet sta je dan waar ik nu sta en ben je 33 jaar oud en dus nog steeds maagd.’

Nee, ik ben niet preuts 
of gefrustreerd

‘Hoewel ik echt niet lelijk ben en gewoon in een reguliere confectiemaat pas, heb ik zelfs nog nooit een relatie gehad. En 
de drempel om seks te hebben wordt 
alleen maar hoger. Als je zo lang wacht met de eerste keer, wordt het allemaal heel beladen. Inmiddels ben ik ook bang dat het mannen af zal schrikken zodra ze erachter zullen komen dat ik het nog nooit heb gedaan. Want het leeftijdsvenster waarin zoiets als normaal wordt beschouwd, is voor mij ondertussen wel ruimschoots verstreken…

Vroeger was ik er wel wat openhartiger over, al was het natuurlijk niet zo dat ik mensen meteen bij een eerste kennismaking al op de hoogte stelde van mijn maagdelijke staat. Maar wanneer een 
gesprek in de richting van seks ging en als het zo ter sprake kwam, deed ik er 
ook niet extreem geheimzinnig over. Naarmate ik ouder werd, werden de 
reacties echter steeds minder prettig. Mensen keken naar me alsof ik een of ander zeldzaam insect was, er werd 
besmuikt gelachen of er werd botweg 
gevraagd of ik problemen had ‘daar 
beneden’. Of: ‘in het voorgeborchte’, 
zoals een kennis het een keer subtiel 
beschreef. En dan heb ik het nog niet over de perverselingen die het idee wel opwindend vinden, over de mannen die denken dat je dan wel extreem preuts of gefrustreerd zult zijn, of die denken dat je zo’n type bent dat meteen wil trouwen wanneer je als vrouw van boven de 
twintig nog maagd bent.
Ik durf zelfs te stellen dat je – reputatie-gewijs – beter een extreme sloerie kunt zijn dan maagd. Maar ik wil er ook niet om liegen. Zelfs als ik dat wel zou willen, door bijvoorbeeld te zeggen dat ik pas een paar keer seks heb gehad, weet ik zeker dat mijn lichaamstaal me zal verraden 
op het moment dat het ervan komt. 
Bij de gedachte aan seks alleen al 
verstijf ik. Dat komt inmiddels ook 
doordat ik heb gelezen dat het verliezen van je maagdelijkheid op latere leeftijd een stuk pijnlijker is dan wanneer je nog een puber bent. Hoewel mijn gynaecoloog dat nooit heeft bevestigd, doet de 
gedachte eraan me toch in een soort menselijke ijssculptuur transformeren. Maar het belangrijkste is wel de angst 
om de controle over mezelf te verliezen wanneer ik met iemand zou vrijen.’

Weinig affectie

‘Ik heb altijd het idee gehad dat ‘de 
eerste keer’ ontzettend speciaal moet zijn. Misschien komt het doordat ik 
een milde vorm van Asperger heb. 
Dat heeft me op andere fronten overigens nergens van weerhouden – ik woon 
zelfstandig, heb een goede opleiding, een leuke baan en ook een sociaal leven met een aantal goede vriendinnen. Al vind 
ik het wel lastig om nieuwe contacten aan te gaan. Doorgaans vind ik het ook 
prettiger als mensen in ieder geval fysiek op een afstandje blijven. Een spontane knuffel van een vriendin, of erger nog, van iemand die ik pas een uur eerder 
heb ontmoet, ga ik het liefst uit de weg. 
Ik zie de goede bedoeling erachter heus wel, maar ik voel me er ontzettend 
ongemakkelijk bij en weet mezelf op zo’n moment echt geen houding te geven.
Misschien heeft het ook wel te maken met mijn jeugd. Toen ik acht jaar oud was, gingen mijn ouders uit elkaar. 
Ik was stomverbaasd, want ik had ze 
nog nooit horen ruziën. Ik had ze daarentegen ook nog nooit enige vorm van 
affectie naar elkaar zien tonen, maar 
dat vond ik normaal. Voor mij was dat hoe het eraan toe ging in een relatie. Ik voelde me verraden: er leek al die tijd niets aan de hand te zijn, en nu gingen ze ineens scheiden? Wat stelde een huwelijk dan helemaal voor?
Later heeft mijn moeder wel eens gezegd dat juist dat gebrek aan fysieke affectie haar nekte. Dat ze met mijn vader 
samenleefde alsof hij haar broer was. Toen ze niet veel later een nieuwe vriend kreeg met wie ze nogal uitbundig zoende en kroelde, ook als ik in de kamer was, ging ik op zulke momenten bijna over mijn nek. Ik vond het stom hoe ze zich aanstelde en giechelde. Alsof ze een meisje van zestien was, in plaats van 
een vrouw van bijna veertig. Ik denk 
dat ik vanaf dat moment het tonen van fysieke behoeftes begon te associëren 
met zwakte.
Wanneer ik naar mijn geliefde Disney-films keek en later toen ik als elf-, twaalfjarige kasteelromannetjes begon te lezen, droomde ik weg over het soort relatie dat daarin werd beschreven. Ik identificeerde mezelf met de vrouwelijke hoofdpersoon en wist zeker dat op een dag mijn prins op het witte paard zou verschijnen, met wie ik nog lang en gelukkig zou leven. Voor mij geen misstappen in de liefde, of relaties die als een donderslag bij heldere hemel uit elkaar zouden klappen.’

Niet normaal

‘Op de middelbare school vonden 
mijn vrienden en vriendinnen die allemaal al lang met elkaar aanrommelden en het begrip kruisbestuiving een geheel nieuwe invulling gaven, het nog wel schattig en grappig dat ik mezelf wilde ‘bewaren voor de ware’. Totdat je een 
bepaalde leeftijdsgrens passeert en het niet meer schattig is, maar raar.
Misschien had het uitgemaakt als ik een keer goed verliefd was geworden op het juiste moment, maar zelfs een verliefdheid op afstand, op de hunk van school 
of zo, heb ik nooit ervaren.
Omdat ik zo graag ‘normaal’ wilde 
zijn en erbij wilde horen, ben ik toen ik 
studeerde een keer met een jongen op date gegaan. We gingen uit eten bij een Italiaans restaurant, en nadat hij was 
uitgepraat over het familiebedrijf van zijn ouders en binnen een halfuur vier glazen wijn achterover had getetterd, kwam hij bij het hoofdstuk ‘seksuele toespelingen’. 
Ondertussen kon ik mijn blik niet los-
maken van het half uit elkaar gereten 
babyoctopusje uit zijn pasta di mare, 
dat zich tussen zijn hoektanden had 
genesteld, en dat tijdens zijn vuige praatjes driftig heen en weer zwiepte als een 
overenthousiast minipenisje. 
Ik wist direct dat dit ’m niet ging worden, dus ik deed de klassieke verdwijntruc en maakte me uit de voeten. Hij heeft nooit meer een woord met me gewisseld. 
Mijn moeder heeft zelfs een tijdlang 
gedacht dat ik lesbisch was en het niet durfde te vertellen. Dat merkte ik doordat ze voortdurend opmerkingen maakte in die richting. Op een dag was ik het zo zat dat ik heb gesnauwd dat niet iedereen van tongzoenen in het openbaar hield, 
en dat ik heus wel uit de kast zou komen als dat nodig was. En dat ze dus kon 
ophouden met dat gevis van haar. Daarna 
begon ze een tijdlang niet meer over het onderwerp, maar sinds een jaar of twee beginnen de onderhuidse hints weer toe te nemen. Al gaan ze dit keer over oma worden en het krijgen van kleinkinderen. Ik zie dat somber voor haar in. Maar 
dat zeg ik haar niet, want ik heb geen 
enkele behoefte om mijn seksleven, 
of liever gezegd, de totale afwezigheid daarvan, met haar te bespreken.’

Porno & masturberen

‘Natuurlijk heb ik weleens gemasturbeerd. Dat doe ik zelfs regelmatig, meestal met porno. Hoewel ik de boeketreeksscenario’s van vroeger heb losgelaten, zoek ik toch altijd op termen als ‘eerste keer’ en 
‘romantisch’. Ik heb het nog steeds nodig om mezelf te kunnen identificeren met de vrouwelijke hoofdpersoon, en dat lukt beter met zulke settings dan met een standaard pornoscenario. Als ik masturbeer, heb ik meestal ook een orgasme. 
Ik ben dus niet aseksueel. 
Ook chat ik wel eens met mannen via een datingapp. Dan sla ik zelfs behoorlijk gepeperde taal uit. Ze moesten eens 
weten, denk ik dan. Toch zat er nog nooit iemand bij met wie ik echt af wilde 
spreken. Ik zoek iemand uit die me qua looks aanspreekt, en daar fantaseer ik dan een heel verhaal omheen. En voor heel even ben ik dan zelf ook iemand 
anders. Ik ben daar overigens best hypocriet in, want het idee om af te spreken met iemand die ik via een datingapp ken, staat me enorm tegen. Er zullen heus 
wel uitzonderingen zijn, maar de meeste mannen zitten volgens mij toch op zo’n site of app om snel een seksdate te kunnen scoren. Daarvoor moeten ze niet bij mij zijn. Maar inderdaad, ik heb net zoals 
iedereen fysieke behoeftes, dus ik laat me wel eens meeslepen door zo’n virtueel contact, al is het dan via een scherm 
vanuit mijn eigen, veilige bed. Ik ben heel egoïstisch op dat gebied, als ik aan mijn trekken ben gekomen delete ik 
zo’n contact. Bijna mannelijk, zou je 
misschien kunnen zeggen. Soms maak 
ik zelfs een grapje tegen de paar vriendinnen die op de hoogte zijn van mijn maagdelijke staat. Dan zeg ik dat ik – door te masturberen – in ieder geval seks heb met iemand van wie ik echt houd. 
Ze lachen er wel om, maar ik weet dat ze me eigenlijk niet begrijpen. Ik probeer het onderwerp trouwens zo veel mogelijk te vermijden, maar als dat niet lukt, 
komt er eigenlijk altijd hetzelfde uit: dat ze vinden dat ik het gewoon een keer moet doen om het maar achter de rug te hebben. Vanuit hun optiek snap ik het ook wel. En ik ben ook echt niet van 
mening dat je je hele leven maar met 
een enkele persoon seks moet hebben. Maar mijn eerste keer? Die wil ik echt niet beleven met een Tinder-date of een 
of andere gast die ik uit de kroeg mee naar huis sleep.’

Verborgen 
lievelingshobby

‘Als je echt in mijn ziel zou kunnen 
kijken, dan zie je toch een gemis. 
Het voelt alsof alle andere mensen 
een lievelingshobby hebben waar ik maar niet aan mee mag doen. Alsof 
een heel groot gedeelte van het volwassen leven voor me verborgen blijft. Het gedeelte waarbij iedereen tekeer gaat als konijnen, terwijl ik met mijn duimen zit te draaien op de bank. Ik heb er wel eens over gedacht een gigolo in te huren, om 
er maar vanaf te zijn. Maar dat idee heb ik snel weer laten varen, ik vind de 
gedachte dat zo iemand misschien 
net van een andere vrouw is afgerold 
tamelijk onsmakelijk. Daarbij ben ik nu al zo ver gekomen. Ik vind het zonde om het nu alsnog te doen met iemand bij 
wie ik niet het gevoel heb van ‘hij is het.’ Ik hoop gewoon heel erg dat ik ‘hem’, 
die ware of hoe je het ook wilt noemen, alsnog spontaan tegenkom. Dat ik denk: dus jij was het, op wie ik al die tijd wachtte. Van mij mag hij snel komen. Het idee om ooit een veertigjarige 
maagd te zijn, is iets waar ik niet aan 
wil denken.’

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 38 – 2017. Wil je niets meer missen van VIVA? Neem een abonnement. Profiteer nú van onze speciale zomeraanbieding: 10 nummers voor slechts €10.