Leonie ter Braak: ‘Fit zijn is belangrijk, maar dat strakke lijf moet niet zo boeien’

Na vijf jaar de wekker om 04.00 uur zetten, was ze het zat. Ze stopte met Goedemorgen Nederland en stapte over naar SBS6, waar ze in plaats van ministers nu ‘de gewone man’ interviewt. Nogal geweldig, vindt Leonie ter Braak zelf.

Tekst Milou van der Will Foto’s Tom ten Seldam

Rode wangen, een grote glimlach en een stevige handdruk. Zo komt presentatrice Leonie ter Braak (37) via haar zonnige tuin in een dorps hoekje van Amsterdam haar woonkamer ingelopen. Ze laat haar sporttas op de grond ploffen en stroopt de bandages van haar handen. ‘Ja, ik ben weer begonnen met boksen,’ vertelt ze. Verontschuldigend, met haar typische Twentse accent: ‘Daar krijg ik dus een paars hoofd van. Ik ben he-le-maal afgemat, joh.’ Ze vond dat het nodig was, sporten. Om net even wat strakker te worden. Iets waar ze voorheen, toen ze ‘haar knaken’ nog als model verdiende, nooit aan hoefde te denken.

Maar nu moet je daar wel aan denken?

‘Tja, waarom vinden we dat uiterlijk toch zo belangrijk? Iets in onze bovenkamers heeft dat ideaalbeeld laten ontstaan. Het komt ook door dat stomme Instagram. Iedereen ziet er maar bikiniproof uit. Ik heb zelf altijd geroepen dat áls ik buikkwabben zou hebben, ik ze zou laten zien, maar ik weet niet of dat waar is. Ook ik ga voor die Doutzen Kroes-benen, in de wetenschap dat het er niet meer in zit. Na de eerste pagina van Fajah Lourens’ boek Killerbody zakte de moed me in de schoenen. Dat is gewoon topsport, ik wil het leven ook graag leuk houden. Zoiets is niet vol te houden voor normale, werkende mensen. Je wordt er doodongelukkig van én hebt de hele tijd honger. Maar ja, je wilt natuurlijk wel dat lichaam… Laatst had ik zo’n gesprek met een vriendin, zoals vrouwen dat kunnen. Klagen over benen waar eigenlijk niks over te klagen valt. Ineens dacht ik: o nee, haar dochtertje zit er gewoon naast, zij hoort ons praten. Daar begint het al. Ik zei: we moeten hier nú mee kappen, het is zo slecht om zo negatief over onszelf te praten. Fit zijn is belangrijk, maar dat strakke lijf moet niet zo boeien.’

Later die dag zal ze opbellen. ‘Ik heb net 
de shoot gehad. Die foto’s zijn zo prachtig geworden en dan loop ik in het interview te zeiken over mijn lijf. Echt ongepast. We moeten sowieso ophouden met zeuren met z’n allen.’

Goed, iets heel anders dan. Uit wat voor nest kom je?

‘Ik groeide op in het Twentse Buurse, in een warm, lieflijk nest. Mijn vader is heel sociaal en reist voor zijn werk als verzekeringsagent kriskras door het hele land. Mijn moeder is ook sociaal, maar wat gereserveerder. Hij is de grappenmaker, 
zij moet daar vooral heel hard om lachen. Mijn moeder is voedingsdeskundige, dus mijn zusje Katja en ik zijn al jong opgevoed met weinig suiker en zout. Op zaterdag een bakje chips, tussendoor misschien eens een dropje, maar dat was het dan ook. Fysiek lijk ik op mijn zusje, maar verder zijn we uitersten. Zij is een kat-uit-de-boom-kijker. Heel lief. Niet zo met haar ego bezig, zoals ik dat wel kan zijn.’

Wat heb je van je ouders meegekregen?

‘Mijn vader gaf me een simpele, maar wijze les mee toen ik als jong broekie aan mijn modellencarrière begon: geef mensen een stevige hand, kijk ze recht aan en spreek ze aan met u. Helemaal als je een vijftienjarige puber bent, zijn mensen daarvan onder de indruk, zei hij. Mijn moeder leerde me om vooral nooit op iemand neer te kijken, maar ook niet tegen mensen op te kijken. In het begin van mijn modellencarrière had ik daar nog weleens last van, dan was ik zo van sommige mensen onder de indruk dat ik ze op een voetstuk plaatste.’

Wat wil je ook, als je op die leeftijd al in de internationale modewereld terechtkomt. Ze woonde in Parijs, werkte in New York, at kreeft in St. Barths. En zat als jong meisje in Milaan ineens in hetzelfde hotel als The Rolling Stones.

‘Bloednerveus belde ik mijn moeder, omdat ik mijn kamer niet uit durfde. Wat moest ík daar tussen al die hippe, succesvolle mensen? Ach hou op, zei mijn moeder, Mick Jagger moet ook gewoon poepen, hoor. Ik bleef nerveus, maar durfde toen wel mijn kamer uit. Mick poept ook, Mick poept ook. Dat nuchtere antwoord van mijn moeder heeft me altijd geholpen, ook toen ik later voor Goedemorgen Nederland belangrijke interviewkandidaten aan tafel kreeg, zoals een minister – wat altijd spannend blijft. Hoe belangrijk iemand ook is, ik denk dan: jij zit ook gewoon op de wc met een moeilijk gezicht.’

Je hebt Goedemorgen Nederland vijf jaar lang gepresenteerd. Hoe spannend was de overstap naar SBS6?

‘Heel spannend, ik heb er lang over nagedacht. Veel mensen snapten de keuze niet, die dachten dat ik in de journalistiek zou blijven, bij de publieke omroep. Of ze zeiden: ‘Huh, dat is toch die blonde van dat ochtendprogramma, is die ook grappig dan?’ Daar werk je je dan vijf jaar voor uit je reet, hè. Maar vrienden en familie begrijpen juist goed waarom ik deze weg insla. Bij WNL zat ik vast in een format van interviews en nieuws, terwijl ik óók hou van lachen, human interest, menselijk contact en verhalen maken. Die kansen krijg ik nu. Voor het tv-programma Marktplaats doorkruiste ik al het hele land op zoek naar mooie verhalen, en nu heb ik al twee eigen human interest-programma’s: Niets liever dan een kind en Wat is de uitslag. Ook het feit dat SBS6 verder kijkt dan de Randstad, spreekt me door mijn Twentse afkomst aan. Ik kom mensen tegen uit alle lagen van de bevolking. O, en het is trouwens ook wel lekker dat ik niet meer elke dag om vier uur op hoef.’

Het hele interview met Leonie ter Braak komt uit VIVA 23. Deze editie kan je hieronder via Blendle online lezen.

»HET HELE ARTIKEL LEES JE HIER OP BLENDLE «