Leonie werd geboren zonder baarmoeder: ‘Soms sta ik mezelf toe om te dromen over een gezin’

geboren zonder baarmoeder

Leonie ten Velde (30) heeft het MRK-syndroom en zal daardoor nooit kinderen kunnen krijgen. Ze schreef er het boek Onzichtbaar gemis over. ‘Iedereen heeft een verhaal, al zie je dat niet aan de buitenkant.’

Tekst Milou van der Will | Foto Dirk-Jan van Dijk

‘Op mijn zestiende is ontdekt ik dat ik geen baarmoeder heb. Ik werd maar niet ongesteld en na een bezoekje aan de huisarts werd ik doorverwezen naar het ziekenhuis. Daar kwamen ze erachter dat 
ik het MRK-syndroom heb. Als je wordt geboren met het MRK-syndroom (zie kader) heb je meestal geen baarmoeder en mis je de diepte van een vagina. Het lijkt erop dat ik alleen mijn baarmoeder mis, maar omdat ik vanaf mijn dertiende al seksueel actief was met mijn vriendje, zou het kunnen dat dat die diepte heeft gecreëerd. In het begin was de seks wel wat pijnlijk, maar van vriendinnen hoorde ik niet veel andere verhalen, dus ik dacht dat het erbij hoorde. Aan de buitenkant zie je bovendien niks geks: ik heb gewoon schaamlippen en een clitoris, net als andere vrouwen. Die pijn was er alleen in het begin. Mijn eerste vriendje is nog steeds mijn man, en ik kan, net als hij, genieten van seks en we hebben het fijn samen. Wel zijn we vlak na mijn diagnose een periode wat minder intiem geweest, omdat ik in de war was. Er spookten allerlei gedachtes door mijn hoofd. Het primaire, natuurlijke doel van seks is voortplanting, en juist dat was niet meer mogelijk. Dus wat was nog het doel? Gelukkig verdween die wirwar van gedachtes na een tijdje, en werd het weer gewoon om intiem te zijn.’

Praten doen we niet

‘Ik was pas zestien toen ik de diagnose kreeg, maar besefte wel goed wat dit voor mijn toekomst betekende. Ik zou geen kind kunnen dragen. Mijn vriend en ik hadden het al wel eens gehad over hoe 
het zou zijn, later, als we kinderen zouden hebben. Onbewust vorm je met dat soort gesprekken al een toekomstplaatje in je hoofd, dat op dat moment helemaal wegviel. Ik voelde me verloren, maar praatte er met niemand over. Dat deden wij thuis niet. Mijn broer en ik groeiden op in een gezin waarin het vooral draaide om overkomen als een gelukkig gezin. Naar de buitenwereld toe was alles rozengeur en maneschijn. Er gebeurden bij ons thuis geen nare dingen, maar er werd gewoon nergens over gesproken. Juist daar werd ik als meisje ongelukkig van, omdat ik die behoefte wel voelde, ook al kon ik dat toen nog niet benoemen. Mijn familie en wat mensen uit de omgeving wisten wel van het syndroom. Na de diagnose druppelden er dus wat kaartjes met ‘sterkte’ binnen, maar ik wist niet hoe ik daar normaal op moest reageren. Ik was veel te jong om met zoiets te dealen. Mijn intuïtieve reactie was dus om alles te negeren wat ermee te maken had, alsof het niet bestond.

Ook bij vriendinnen voelde ik me ongemakkelijk om erover te praten. Ik schaamde me en was als de dood voor ‘het oordeel’ van buitenaf, zoals ik van huis uit had meegekregen. Ineens was ik zo anders dan mijn leeftijdsgenoten. Ik kreeg bijvoorbeeld de zenuwen als een vriendin op school vroeg of ik tampons bij me had, omdat zij die vergeten was. Als het onderwerp aan bod kwam, draaide ik er met een rood hoofd omheen. Pas toen ik een jaar of achttien was, kwam ik op een punt dat de behoefte om mijn verhaal te delen zwaarder woog dan mijn schaamte. Ik verlangde zo naar een arm om me heen, naar lieve woorden van iemand. Mijn buurmeisje had het verhaal een beetje gehoord van haar moeder, die het weer van mijn moeder wist. Op de fiets naar voetbaltraining begon ze erover, iets waar ik haar nog steeds dankbaar voor ben.

Het hele verhaal van Leonie lees je in VIVA 27. Bestel het blad hier of lees het stuk online via Blendle.

»HET HELE ARTIKEL LEES JE HIER OP BLENDLE «