Lideweij verliet haar doodzieke vriend: ‘Zijn familie wil me nooit meer zien’

zieke vriend verlaten

Vlak voordat haar vriend Sander overleed aan lymfeklierkanker, verbrak Lideweij (38) hun relatie. 
Ze was ook niet bij de crematie.

‘Omdat we wisten dat het elk moment voorbij kon zijn, besloten we samen nog 
één grote reis te maken. Naar Hawaï. Daar, op het eiland Kauai, vroeg Sander mij ten huwelijk. Het was romantisch en hartverscheurend tegelijk. Terwijl we genoten van de zonsopkomst op een hagelwit strand draaide hij zich om en plukte een witte Naupaka-bloem. Bij deze halve bloem hoort een Hawaïaanse liefdeslegende. Op het grootste eiland van Hawaï, the big island, woonde lang geleden een jong echtpaar. De vuurgodin van het eiland, Pele, probeerde de man tevergeefs te verleiden. Woest joeg ze hem de bergen in om hem te vermoorden met haar vuur. Gelukkig staken de zussen van Pele hier een stokje voor en toverden de man en zijn vrouw om in halve bloemen. Volgens de legende zouden de bloemen ooit naar elkaar toe groeien om weer één te worden. De Naupaka-legende stond voor ons, ook wij werden door het kwaad uit elkaar gedreven en zouden niet samen oud worden. Sander wist zeker dat we ooit weer één bloem zouden vormen.’

Verpleegster & politieagent

‘Dertien jaar waren we bij elkaar toen ik besloot in mijn eentje terug te gaan naar Hawaï. Sander en ik leerden elkaar kennen tijdens onze opleiding journalistiek en het was liefde op het eerste gezicht. We waren onafscheidelijk. Na zo’n zes jaar kreeg hij vreemde klachten: onverklaarbare jeuk, nachtzweten en ernstige vermoeidheid. 
Een jaar later kregen we het nieuws dat insloeg als een bom: Sander had Hodgkin, oftewel lymfeklierkanker. Toch was er ook 
opluchting – volgens de internist had de behandeling een slagingskans van tachtig procent. De eerste chemokuur werkte als een wondermiddel. Sander leefde helemaal op en we begonnen weer toekomstplannen te maken. Totdat een volgende scan uitwees dat de kanker terug was. Vijf jaar lang is het zo gegaan. De behandelingen werden steeds heftiger, zijn overlevingskans steeds kleiner.
Al voordat hij ziek werd, kampte Sander met een alcoholprobleem. We hadden al eens op het punt gestaan uit elkaar te gaan. Op het moment dat hij de diagnose kanker kreeg, beloofde hij te stoppen met drinken. 
Ik geloofde hem. Natuurlijk. Maar naarmate de ziekte zich verder manifesteerde en zijn fysieke klachten heviger werden, trof ik hem steeds vaker midden in de nacht laveloos aan naast een fles drank. Er knapte echt iets toen we op een avond samen een film keken en ik ontdekte dat er geen water maar wodka in zijn flesje zat. Ik schreeuwde dat ik zijn gedrag niet meer trok. Dat ik elke keer als een politieagent het huis moest doorzoeken om te kijken waar hij nu weer alcohol had verstopt. ‘Dan ga je toch weg? Ben je meteen van het gezeik af!’ was zijn reactie. Woedend ben ik vertrokken. Hoe kon ie me dit aandoen? Al die tijd zorgde ik voor hem en dit kreeg ik ervoor terug! Ik was boos, maar eigenlijk ontzettend bang. De situatie verstikte me. Vooral omdat ik er met niemand over praatte. Ik kon geen stoom afblazen. Ik had gewoon geen idee hoe.’

Sterk zijn voor hem

‘Sander kon niet stoppen met drinken. De grilligheid van de ziekte maakte hem radeloos. Met alcohol kon hij zowel de fysieke als emotionele pijn verdoven. Hij zei vaak: ‘We zijn allebei ziek. Misschien moeten we uit elkaar, zodat jij verder kunt met je leven.’ Hij liep bij een therapeut die aangaf dat het belangrijk was dat hij keuzes ging maken voor zichzelf om duidelijkheid te creëren voor hem én voor anderen. Op een gegeven moment zei hij: ‘Of ik nou wil afkicken of drinken, dat is míjn keuze en ik doe dat alleen voor mezelf.’ Hij was daar heel stellig in. En hoe moeilijk ik dat ook vond, het opende ook mijn ogen: hij kiest voor zichzelf, misschien moet ik dat ook doen. Mijn vrienden zagen dat ik steeds verder van mezelf verwijderd raakte, ik was niet meer de persoon die ze kenden. Mijn moeder had me dat ook laten inzien. Zij was jaren mantelzorger geweest voor mijn vader, die zwaar hartpatiënt was. Ze zei dat ik moest oppassen dat ik niet dezelfde kant op zou gaan als zij. Haar wereld was door de zorg voor mijn vader heel klein geworden. Ik had het vanzelfsprekend gevonden om al die zes jaar de volledige zorg voor Sander op me te nemen. Vooral emotioneel gezien leunde hij zwaar op mij. Hij deelde zijn doodsangsten alleen met mij.’

Het hele verhaal van Leonie lees je in VIVA 30. Bestel het blad hier of lees het stuk online via Blendle.

»HET HELE ARTIKEL LEES JE HIER OP BLENDLE «