Liesbeth Rasker: ‘De zinloosheid van dit alles dreunde bij me binnen’

liesbeth rasker

Schrijver en presentator Liesbeth Rasker (32) woont in Amsterdam met poes Disco. In VIVA schrijft ze elke week over wat ze meemaakt.

Het was zaterdag en zoals elke zaterdag bracht ik die poetsend door. ‘Heerlijk,’ zeg ik dan tegen mezelf, want er gaat toch weinig boven een schoon huis. Bovendien ben ik sinds de pandemie iemand geworden die vrolijke gevoelens ervaart bij nieuwe schuursponsjes, dus zonder morren haal ik elke zaterdag het hele huis door de wasstraat.

Routineus schuif ik de grote lompe stofzuiger uit de veel te kleine meterkast, dansend op mijn Spice Girls-playlist ontdoe ik de badkamer van kalkaanslag. Ik neem elk oppervlak af met mijn naar lavendel ruikende schoonmaakspray. Aan het eind van de rit, wanneer het huis ruikt naar een leven dat op orde is, lig ik intens tevreden op de bank.

Maar de volgende ochtend zit die bank alweer onder de kattenharen. Dan is al het stof dat een stokoud huis als het mijne constant uitademt, neergedwarreld op de blinkende vensterbanken. De lavendelgeur is bijna verdwenen. De kalkaanslag staat aan de poorten te rammelen, de vaat werkt zichzelf niet weg, de wasmand puilt alweer over.

‘Opruimen is verplaatsen,’ zei iemand ooit tegen me, en dat verplaatsen gaat de hele dag door. Niet alleen het huis moet ik voortdurend bijhouden, ook mezelf. Net als ik me ertoe heb weten te zetten mijn benen te scheren, zie ik dat de vier zwarte haren die sinds een paar jaar op mijn kin resideren weer tevoorschijn komen. Dat de pincet ook nodig is bij m’n wenkbrauwen, dat mijn haar gewassen moet worden, m’n nagels een bende zijn, de waxsalon dringend gebeld moet worden en mijn laatste bezoek aan de tandarts te lang geleden is. Dit alles houdt nooit op.

Lees ook
Liesbeth Rasker: ‘Ik ga gebukt onder een grote angst voor ‘wat als”

En opeens, zo ergens halverwege poetszaterdag, zakte de moed me volledig in de schoenen. Een kleine existentiële crisis maakte zich van me meester. Ik realiseerde me toen dat het leven goedbeschouwd bestaat uit een constante herhaling van stompzinnige taakjes, je vervolgens acht uur buiten bewustzijn in bed ligt, en de volgende dag precies hetzelfde moet doen.

Dat stof altijd terugkomt, dat haar blijft groeien, dat niets vanzelf gaat. Tot je dood gaat, pas dan stopt het. En bekeken in het licht der Grote Geschiedenis ben je slechts een druppel op een gloeiende plaat. De zinloosheid van dit alles dreunde bij me binnen, en zelfs de Spice Girls konden er geen vrolijke draai aan geven. Dichter Merel Morre schreef op Twitter: ‘Het grootste minpunt van het leven kan ik samenvatten in één woord: onderhoud.’

Aan onderhoud ontsnapt niemand. Maar persoonlijk denk ik dat een kroeg me al ontzettend zou helpen om de boel weer een beetje in perspectief te zetten. En hopelijk gaat die vreemde liefde voor schuursponsjes dan ook weer weg.

VIVA nieuwsbrief

Iedere week de leukste nieuwsbrief van Nederland in je mailbox?