Lisette Wellens: ‘Mijn drive en haast komen door mijn vaders overlijden’

Ze leefde altijd met enorme haast, maar lijkt haar rust te hebben gevonden bij Goedemorgen Nederland. Lisette Wellens (32) over héél vroeg opstaan, Jinek opvolgen en haar vriend die zo geweldig kan dansen.

We weten best weinig over jou. Hoe ben je opgegroeid?

‘Ik ben geboren in Amsterdam, mijn moeder komt van Curaçao en mijn vader uit Nederland. Ze hebben elkaar leren kennen toen ze in Nijmegen studeerden. Op mijn derde zijn we naar Almere verhuisd, want mijn broertje kwam eraan en mijn ouders wilden groter wonen. Daar heb ik een heel leuke jeugd gehad. Er was nog niet veel,dus ik speelde vaak op bouwplaatsen, klom omhoog in niet afgemaakte huizen, ik fietste door de polder, ving kikkervisjes, stookte fikkies… Toen ik een tiener was, kwam er eindelijk een discotheek, die heette ook Eindelijk. Tot die tijd was er niet veel te beleven voor tieners.’

Maar dat hield jou niet tegen om enorm veel te doen…

‘Ik deed in de eerste van het vwo meeaan de wedstrijd Kids & Docs van het documentairefestival IDFA, en mijn idee over mijn zusje dat diabetes heeft, werd uitgekozen om te worden gemaakt. Ik ging vier keer per week naar dansles en op zaterdag zat ik op de vooropleiding van de dansacademie. Verder had ik zangles en zat ik in het debatteam, want debatteren vond ik leuk. Ons team deed mee aan de scholencompetitie ‘Op weg naar het Lagerhuis’ en dat wonnen we. En toen werd ik gevraagd om mee te doen aan het Jongeren Lagerhuis van de VARA. Dat deed ik allemaal naast het vwo, dat ging me vrij makkelijk af.’

Had je wel tijd voor vriendinnen of om uit te gaan?

‘Ja, ik heb altijd veel energie gehad, dus
voor mijn gevoel kon ik het allemaal aan.
Ik ging journalistiek studeren en had een leuke studententijd, waarin ik ook flink ben uitgegaan. Ik miste soms wel wat uitdaging tijdens mijn studie, dus die ben ik zelf
gaan zoeken. Ik heb stage gelopen bij het Jeugdjournaal in Suriname, een documentaire gemaakt in Polen en ik heb ook nog een half jaar in San Francisco gestudeerd.’

Je vader overleed in die tijd, dat moet heftig zijn geweest?

‘Ja, hij overleed onverwachts toen ik zestien was, hij was pas 46 jaar. Natuurlijk was dat heel zwaar, maar ik wilde juist ook dóór om alles te doen wat hij niet had kunnen doen. Hij wilde graag met ons naar Amerika, dus toen ik in San Francisco ging studeren, zat in mijn achterhoofd: ik doe dit ook voor hem. Mijn drive en die haast die ik heel lang hebt gehad, komen wel door zijn overlijden. Je weet niet hoe lang je nog hebt, hoe
lang het leven duurt. Nog steeds vind ik: haal eruit wat erin zit, en als je ergens ongelukkig over bent, hak die knoop door
en wegwezen.’

Na je stage in Suriname ging je meteen bij het Jeugdjournaal op Curaçao werken.

‘Klopt, alleen waren ze ervan uitgegaan dat ik Papiamento sprak, omdat mijn moeder van Curaçao komt, maar ik sprak geen woord. Dat had ik niet gezegd, want ditwas een mooie kans. Mijn moeder is lerares, dus die heeft me een spoedcursus gegeven, en ik ben op taalles gegaan. Maar ik moest bijvoorbeeld meteen al kinderen in het Papiamento interviewen, want Nederlands is niet hun eerste taal. Dan stelde ik de vraag in het Nederlands en liet hen in het Papiamento antwoord geven. Dat tikte ik uit en liet mijn moeder het vertalen, en met dat script naast me ging ik monteren. Alles om naar niet te laten merken dat ik de taal nog niet goed sprak.’

Hoe was het om daar te wonen?

‘Leuk, maar ook wel eenzaam, ik voelde me soms een buitenstaander. Ik heb daar familie wonen, dus ik dacht er vooraf vrij makkelijk over: ik kom daar en het voelt meteen als een warm bad. Terwijl mijn moeder me nog waarschuwde dat wonen op Curaçao heel anders is dan er op vakantie zijn. Het eerste jaar heb ik vaak gedacht: wil ik dit wel? Je moet alles met de auto doen en ik had in het begin geen rijbewijs. Mijn werk viel tegen, want veel van mijn collega’s waren vrij onervaren en veel kwam op mij terecht. Ik wilde heel graag onderdeel uitmaken van de cultuur, maar als ze
mijn accent hoorden, begonnen ze toch Nederlands tegen me te praten. En wat ik jammer vond, is dat mijn Nederlandse en Antilliaanse vriendinnen niet echt mixten; ik was een beetje aan het laveren tussen twee werelden. Ik heb er uiteindelijk drie jaar gezeten. Eerst bij het Jeugdjournaal en daarna bij de Wereldomroep als freelancer, en toen kwam ik in een bepaalde routine.Ik trek routine niet goed, dus ik besloot terug te gaan.’

Het hele interview met lisette lees je in VIVA-11-2020. Deze editie ligt vanaf 11 maart in de winkel of lees je hieronder  verder via Blendle. 

» LEES VERDER VIA BLENDLE «

Sommige artikelen kun je maar gedeeltelijk lezen op viva.nl, omdat ze afkomstig zijn uit de papieren VIVA. Uit respect naar onze abonnees én om te zorgen dat wij online leuke gratis content kunnen blijven maken, linken wij je door naar Blendle om het hele artikel te lezen. Dit is een online platform waar je betaalt per artikel – in de meeste gevallen een paar dubbeltjes – en de journalistiek mee steunt. We hopen te kunnen rekenen op je begrip! 

Tekst Jill Waas Foto’s Esmée Franken

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.