Loes Haverkort: ‘Ik ben altijd een tomboy gebleven’

Loes Haverkort (39) is binnenkort te zien in de film Goud. Maar dit kan zomaar haar laatste acteerklus zijn, want ze ruilt stoer de filmwereld in voor haar eigen muziek.

Loes komt aan in een volledig zwarte outfit. Oversized jeansbloes, vaal heavy metal-shirt, stoere bikerboots. Maar zo donker als haar outfit, zo licht blijkt haar stemming. Ze heeft groot nieuws, zegt ze met een glimlach van oor tot oor. De film Goud, waarin ze binnenkort te zien is in de bioscoop, is voorlopig haar laatste acteerklus. Niet omdat ze genoeg heeft van spelen, maar omdat ze zich volledig op haar andere passie gaat storten: muziek. ‘Tot nu toe deed ik het allebei, waarbij de nadruk altijd lag op acteren,’ zegt ze na een slok gemberthee. ‘Dat is ook waar mensen me van kennen. Maar toen ik vorig jaar aan It takes 2 meedeed, heb ik het zingen weer gevonden.’ Stralende blik: ‘Ik voelde heel sterk: dit is wat ik hóór te doen. Hierin kan ik alles kwijt.’

Word je van zingen gelukkiger dan van acteren?

‘Ik vond het altijd fijn om me een beetje achter een rol te verschuilen, omdat ik het eng vond om mezelf te laten zien. Door It takes 2 ben ik dat wel gaan doen en dat was gewoon… Het voelde zo gróóts om in al mijn kwetsbaarheid op een podium te staan, om echt iets te kunnen betekenen voor anderen. Ik heb zo veel lieve reacties gekregen op mijn optredens. Mensen die het troostend of herkenbaar vonden. Dat is betekenisvoller voor mij, ook omdat het echt vanuit mezelf komt.’

Waarom heb je deze stap niet eerder gezet?

Met een bescheiden lachje: ‘Onzekerheid, de lat hoog leggen, het nooit goed genoeg vinden.’Is dat een nawee van de omgeving waarin je bent opgegroeid?‘In de Haverkort-kant van mijn familie is iedereen muzikaal. Veel ooms en tantes hebben op het conservatorium gezeten, mijn moeder is zangeres en zat samen met mijn vader in een jazzband, mijn zus heeft een supergoede stem. Het was heel normaal dat er voor een verjaardag een vierstemmig lied werd gearrangeerd met eigen muziek eronder. Mijn moeder zei dan: ‘Jij zingt sopraan, jij doet de alt. Daardoor is er wel een bepaald basisniveau ontstaan.’

Hoe hoog ligt dat basisniveau?

‘Hoog! Tijdens de laatste skivakantie met mijn zus gingen we samen zingen in een soort karaokesetting. Zelfs daar vonden we dat we kwaliteit moesten laten zien. De foutmarge is klein, waar je ook bent en voor wie je ook zingt. Het is gewoon zo dat iedereen in mijn familie veeleisend naar zichzelf is. Het moet allemaal goed, anders moet je er niet aan beginnen.’

Heeft die hang naar perfectie je muzikale ambities in de weg gezeten?

‘Ik denk dat het ook iets is wat in mij zit. Met kerst of andere verjaardagen werd het bij ons thuis bijvoorbeeld leuk gevonden als je liet zien wat je kon: iets spelen op de blokfluit of de piano, een liedje zingen. Ik was een beetje een tomboy, altijd bezig met skelters en in bomen klimmen, maar ik was ook dol op zingen. In mijn hoofd speelden zich allerlei fantasieën over zangeres worden af, maar dan wel binnen de veiligheid van m’n eigen kamer. Zodra er met kerst of op een ander moment werd opgetreden door een van mijn familieleden, kroop ik meteen weg achter mijn moeders benen.’

Grappig dat juist jij voor een beroep in de spotlights hebt gekozen.

‘Mijn relatie met de spotlights is heel lang moeizaam geweest. Aan de ene kant wilde ik er absoluut niet in, omdat het me een vreselijk ongemakkelijk gevoel gaf. Misschien omdat ik mezelf niet belangrijk genoeg vond? Het zit een beetje in mij om mezelf weg te cijferen. Tegelijkertijd heb ik altijd veel mensen willen bereiken met wat ik doe, vanuit de gedachte: het kan van betekenis zijn. En daarvoor heb je dan toch die spotlights nodig.’

Tekst Fleur Baxmeier | Foto’s Kee & Kee

Dit verhaal komt uit VIVA-2020-13. Dit nummer ligt t/m 31 maart in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «