Loes Haverkort: ‘Opeens voelde ik de hand van een regisseur op mijn rug, ónder mijn trui’

Actrice en zangeres Loes Haverkort (37), nu in de bios met Redbad, is een stuk zekerder van zichzelf dan tien jaar geleden, maar legt de lat nog steeds hoog. ‘Een fout maken, kan écht niet.’

Tekst San van de Ven | Foto’s Kee & Kee

Waar ben je op dit moment druk mee?

‘Ik ga in een nieuwe tv-serie spelen, waarover ik nog niets mag zeggen. En we zitten nu in de studio met de band, om onze tweede EP af te maken. Dat zouden we al eerder doen, maar mijn rol in de 
film Redbad kwam ertussen. Het is een 
middeleeuws gevechtsdrama, dus ik moest maanden van tevoren al in training om te leren zwaardvechten en paardrijden. 
Ik heb ja gezegd omdat ik dacht: wanneer ga ik óóit nog zoiets meemaken in Nederland? Ik hou ervan om fysiek extreem uitgedaagd te worden, en dan speel ik ook nog eens een sterke, intelligente Vikingsvrouw. Het scheelt dat alle bandleden van Louis V er projecten naast hebben, we leggen elkaar geen druk op.’

Je zingt, staat op het toneel, speelt in films. Waar komt die drang vandaan om in de spotlights te staan?

‘Ik had het als kind al: ik wilde dolgraag op het podium staan. Er is een filmpje 
van mijn zus die meedoet aan de miniplaybackshow op de basisschool, waarbij ik bij hoge uitzondering mocht meedansen; eigenlijk was ik te jong. Het hele nummer sta ik vóóraan op het toneel Madonna na te doen, helemaal in mijn eigen wereld. Mijn zus vond het blijkbaar prima dat ik voor haar neus stond. Het zat er bij mij gewoon al heel vroeg in.’

Je komt uit een muzikale familie?

‘Ja, het was bij ons normaal om op het podium te staan. Wij zongen vierstemmige liederen en traden soms op, voor een oom die vijftig werd bijvoorbeeld. Althans, er werd een lied geschreven door de ene oom en de tekst werd geschreven door een andere oom en dat werd gearrangeerd. Mijn vader zong dan de bas, mijn moeder tenor, ik zong de alt en mijn zus sopraan. Dan zaten we met z’n vieren achter de piano om te repeteren.’

Waarom ben je gaan toneelspelen?

‘Pas toen ik op de middelbare school een vrouwelijke hoofdrol kreeg, ontdekte ik dat ik acteertalent had. Docenten zeiden ook: dáár moet je in verder. Wat meespeelde, is dat ik vaak dacht dat ik niet goed genoeg was om te zingen. Als je uit een muzikale familie komt, ligt de lat heel hoog. Ik had een hese stem, ik moest naar logopedie. Ik dacht: je kunt toch nooit naar het conservatorium als je stembanden niet sluiten?’

In plaats daarvan ging je naar de toneelacademie in Maastricht. Werd je niet onzeker van alle concurrentie om je heen?

‘Ik had het geluk dat ik in een heel leuke acteursklas zat; we kregen weleens te horen dat we te lief waren voor elkaar. Mijn beste vrienden komen uit die klas. Als ik zag dat iemand supergoed was, werd ik niet onzeker, maar gunde ik diegene dat. Dat heb ik nog steeds. In de acteurswereld bestaat veel haat en nijd, maar daar ben ik echt wars van. En soms zie je inderdaad iemand door opportunisme een rol krijgen en denk je: is dat door haar talent of door goed te ‘netwerken’? Maar dat is dan maar zo. Ik zal daar nooit in meegaan. Ik krijg het op mijn manier en zo niet, dan niet.’

De theater- en filmwereld komen slecht in het nieuws sinds de #MeToo-beweging. Heb je zelf ooit zoiets meegemaakt?

‘Nou, er is wel ooit iets voorgevallen. Toen ik net was afgestudeerd, speelde ik in een film en die regisseur kwam telkens als ik me moest omkleden voor de volgende scène ‘even de rol bespreken’ in de kleedkamer. Daar heb ik toen wel wat van gezegd in de trant van: goh, je hebt wel een goeie timing, hè? En dan hield ik dus ook mijn kleren aan. Op een avond gingen we met z’n allen wat drinken na een draaidag en voelde ik opeens zijn hand op mijn rug, ónder mijn trui. Die tikte ik weg, maar toen hij later een lullige opmerking over mij maakte, zei ik: ‘Hallo, ga je iets over mij zeggen? Jij zit net met je hand onder mijn trui!’ Toen is hij héél erg boos geworden, zo erg dat ik dacht: mijn carrière is voorbij. Ik had een regisseur kwaad gemaakt; met mij viel dus niet te werken. Tegen een andere acteur zei ik nog wel: ‘Maar het is toch niet oké wat-ie doet?’’

Schrok je van de verhalen? Het gebeurde ook op de toneelacademie in Maastricht.

‘Nee, daar schrok ik niet van, en dat is absurd. Maar ik zat zelf in een klas waarbij dat echt niet kon. Zodra iemand te ver ging, maakten we opmerkingen: dat flik je niet, dat doe je niet, stop. Of we lachten ’m uit. Wie dan ook, hè?’

Het hele interview met Loes Haverkort komt uit VIVA 25. Deze editie kan je hieronder via Blendle online lezen.

»HET HELE ARTIKEL LEES JE HIER OP BLENDLE «