Lotte zoekt een donornier: ‘Ik wil zo graag weer dansen, reizen, léven’

Lotte Mertens (32) kreeg een acute hersenvliesontsteking. Om te overleven, werd ze in coma gebracht. Na acht dagen ontwaakte ze, met een doof oor en kapotte nieren. Nu is ze elke dag doodziek en op zoek naar een donornier.

Tekst: Amanda van Schaik | Foto: Dirk-Jan van Dijk

‘Vorig jaar, de laatste zaterdag van oktober, werd ik rillend wakker. Ik had buikpijn, stuiptrekkingen en was misselijk. Griep, dacht ik. Die zaterdag zou ik boodschappen doen en een taart bakken voor mijn moeder en zussen die bij me op bezoek kwamen in Amsterdam. ’s Avonds gingen we naar het ballet. Tenminste, dat was het plan. Ik heb alles afgezegd. Ik ben wel vaker ziek geweest, maar zo belabberd had ik me nog nooit gevoeld. Mijn moeder belde en ik was heel snauwerig. Dat ben ik normaal nooit. Haar moederinstinct zei: hier klopt iets niet. Na de balletvoorstelling kwamen zij en m’n zussen ’s avonds alsnog langs. Op handen en knieën kroop ik naar de deur, wetend dat er iets ernstig mis was. Ik voelde de kracht uit me glijden. Mijn moeder schrok van mijn grauwe gezicht en blauwe lippen. Ze heeft me opgepakt, in de auto gezet en meegenomen naar Den Bosch, zodat ik bij m’n ouders kon uitzieken. Voor de zekerheid belde ze de huisartsenpost en legde mijn symptomen uit. Waarschijnlijk een zware griep, dacht de huisarts. Aan het eind van het gesprek vroeg ze of ze mij even kon spreken. ‘Weet je waar je bent?’ vroeg ze. Ik antwoordde in het Engels en brabbelde vaag. Ik zag iedereen in de auto bezorgd naar me kijken en zakte weg. Dat is het laatste wat ik me herinner.’

Botte pech

‘Mijn moeder vertelde later dat ze de telefoon weer pakte en dat de huisarts haar instrueerde: stop nú op de vluchtstrook en bel 112. De ambulance kwam, de A2 werd gedeeltelijk afgezet en ik werd met gierende sirenes naar het Universitair Medisch Centrum Utrecht gebracht. Op de intensive care zagen ze dat ik in levensgevaar was en werd ik in coma gebracht om verdere schade aan mijn lichaam te beperken. Halverwege mijn coma testte ik positief op meningitis, oftewel: hersenvliesontsteking. Er was paniek, want hersenvliesontsteking is besmettelijk. Mijn familie moest witte pakken aan. Veel mensen dragen de bacterie die meningitis veroorzaakt bij zich zonder gevolgen. Hun afweersysteem tackelt de bacterie voordat ie kwaad kan doen. Maar mijn weerstand was te laag om ’m te weren. Ik had buikgriep gehad en mijn afweersysteem was druk met het bestrijden van dat virus. Daardoor kon die bacterie in mijn bloedbaan terechtkomen. Ik kan die dodelijke bacterie overal hebben ingeademd, in de bus of op straat. Het was botte pech dat ie bij mij tot hersenvliesontsteking leidde. Er zijn verschillende typen van en ik had de nieuwste en dodelijkste variant: W. Die kan atypische symptomen hebben. Ik had bijvoorbeeld geen last van een stijve nek of hoofdpijn. De eerste dag dat ik in coma lag, zei een geëmotioneerde arts tegen mijn familie: ‘Bereid je voor op afscheid nemen.’ Er was nauwelijks hoop op herstel. Wonder boven wonder boekte ik een paar uur later wat vooruitgang en werden de artsen positiever. Een week later werd ik langzaam bijgebracht uit de coma. Ik kwam bij bewustzijn en hoorde een arts praten met mijn ouders over hersenschade, mogelijke doofheid en amputatie. Ik wilde zeggen dat ik wakker was, maar ik kon niet bewegen. Mijn hoofd deed het, maar mijn lichaam niet. Doodeng.’

Tsunami van pijn

‘Ik weet niet hoe lang ik zo heb gelegen, maar gelukkig begon mijn lichaam te werken. Ik kon mijn rechterooglid twee millimeter opendoen, knijpen met mijn handen. Het behandelteam stond om me heen, iedereen lachte en straalde toen ik een beetje bewoog. Met een pen kon ik schrijven en ik was opgelucht dat de hersenvliesontsteking mijn cognitieve vaardigheden niet had aangetast. Ik was euforisch, het voelde alsof ik de wedstrijd van de eeuw had gewonnen. Ik had echt een engeltje op mijn schouder. Ik leefde! Mijn linkeroog was verlamd en mijn rechteroor doof, mijn nieren hadden het begeven door de bloedvergiftiging waardoor ik compleet opgezwollen was en ik had het benauwd door de longontsteking. In mijn hele lijf zaten tubes, ik was aangesloten op allerlei apparatuur en ik kon niet eens mijn eigen hoofd optillen. Maar al met al voelde ik me best goed. Tot ik van de beademing af ging. Daar zat ook verdoving in en toen die verminderde, voelde ik een tsunami van pijn. Mijn hersenpan stond in de fik. Ik moest overgeven maar had er de kracht niet voor. Ik was half doof en blind en compleet in paniek. Slapen durfde ik niet, uit angst weer in een coma te vallen. Dat was de ergste nacht van mijn leven.’

Dit interview is afkomstig uit VIVA 49-2018. Deze editie kan je hier online bestellen, maar ook online via Blendle lezen.

»HET HELE ARTIKEL LEES JE HIER OP BLENDLE «