Louis Theroux: ‘Ik ben nog altijd bang dat ik ineens zonder werk kom te zitten’

Hij is een van de bekendste documentairemakers ter wereld. Met zijn onschuldige uitstraling en scherpe geest weet hij mensen uit bizarre subculturen bijzondere uitspraken te ontlokken. Maar VIVA’s Kimberly hém ook. Louis Theroux: ‘Ik heb zin om je veel over mijn leven te vertellen.’


Tegenover me zit documentairemaker Louis Theroux – waarschijnlijk een van de beroemdste en succesvolste ter wereld. Met zijn klungelige look, oprechte interesse en ontwapenende manier van vragen stellen weet hij mensen al meer dan 25 jaar de opmerkelijkste uitspraken te ontlokken. Nu geeft hij voor het eerst een inkijkje in zijn eigen leven, met zijn boek Geen taboe voor Theroux. Tijd om de gevierde documentairemaker zelf eens stevig aan de tand te voelen.

Welke vraag zou jij jezelf als eerste stellen in een interview?

‘Een goed interview valt of staat met de vibe die er hangt. Ik praat altijd eerst over ditjes en datjes, stel de geïnterviewde op zijn gemak. Een goed interview is als een goed gesprek. Hoe meer iedereen gewoon mens kan zijn, hoe beter het gesprek wordt. Je vroeg net hoe het met me ging en complimenteerde me, zo’n veer in iemands reet werkt ook altijd goed. Ik heb nu zin om je veel over mijn leven te vertellen.’

Nou vertel! Wat wil je graag kwijt?

‘Ik durfde in mijn boek geen persoonlijke dingen te schrijven, wilde het eerst alleen over mijn werk hebben. Mijn vader las het manuscript en zei: ‘Ik kom er maar drie keer in voor. Schrijf meer over vroeger.’ Inmiddels weet ik waarom ik geen privédingen wilde bespreken: ik verschuil mezelf vaak achter mijn werk. Ik denk dat journalisten over het algemeen beter zijn in luisteren dan in over zichzelf praten, maar nu denk ik juist dat die persoonlijke passages het interessantst zijn. Bovendien besef ik inmiddels dat mijn privéleven me heeft gevormd tot wie ik als documentairemaker ben.’

Welke zaken hou je liever voor jezelf en zijn nog wel taboe voor Theroux?

Lachend: ‘Specifieke dingen over mijn seksleven. Verder ben ik best wel een open boek geworden.’

Ben je een natuurtalent als het op interviewen aankomt?

‘Niet per se: ik was vooral heel erg toegewijd als ik erop terugkijk. Ik wilde echt iets bereiken, een beetje succes hebben. Ik ben ooit begonnen als stagiair bij een gratis krant waarin ik merkwaardige stukjes over de stad schreef. Mijn eerste interview was met een Jamaicaanse helderziende die een aardbeving voorspelde. Ik had het grotendeels uit mijn duim gezogen. Niet dat het iemand was opgevallen, want drie maanden later kreeg ik er een baan aangeboden. Soms schreef ik over serieuze dingen (begrotingen en politiek), maar als ik een eigen inbreng mocht doen, schreef ik ludiekere dingen. Bijvoorbeeld een stuk over een donatie aan een spermabank waarvoor ik moest masturberen in een plastic bekertje.’

Later in je carrière interviewde je leden van de Ku Klux Klan, neonazi’s, levensgevaarlijke criminelen en seriemoordenaars. Hoe kun je je inleven in zulke mensen?

‘Het vreemdste aan vreemde mensen is juist hoe normaal ze eigenlijk zijn. Tenminste, er is altijd wel iets waarmee je op een bepaalde manier verbonden voelt. Voor Louis and the nazi’s sprak ik een extremist die ‘de gevaarlijkste racist van Amerika’ wordt genoemd. Hij was onder andere leider van de Ku Klux Klan en werd veroordeeld voor een brute moord. Tijdens ons gesprek zei hij dat hij groot fan was van de Britse komiek Benny Hill. Ik keek zijn shows altijd in mijn kindertijd, dus daardoor kregen we een klik. Je kunt het nog zo oneens zijn met iemand, er is altijd wel iets waarmee je kunt connecten. Gewoon: van mens tot mens.’

Heeft angst je wel eens in de weg gestaan in je werk?

‘Ik ben niet snel bang. Ik heb wel gedacht dat ik in elkaar geslagen zou worden, of dat mijn familie iets zou overkomen – toen ik bijvoorbeeld werd achtervolgd door kerkgangers van Scientology. Ik ben alleen niet snel op de kast te krijgen. Dat maakt mij geen held, het is meer: niemand gaat een ongemakkelijk Brits sukkeltje in elkaar slaan.’

In hoeverre heeft je werk impact op je persoonlijk leven? Je vertelde eerder dat je geregeld een psycholoog bezoekt.

‘Af en toe naar een psycholoog gaan, vind ik net zo normaal als dat je af en toe je auto naar de apk-keuring brengt. Ik ging voor het eerst op mijn 31ste, toen ik in een relatiebreuk zat. Later ben ik ook naar een relatietherapeut gegaan met mijn huidige vrouw. We hadden twee jonge kinderen en kregen de boel gewoon niet gemanaged. Zij vond dat ik te veel werkte, mijn verantwoordelijkheden niet nam. Ik vond vooral dat ik mezelf niet in tweeën kon splitsen: de kost kon verdienen én bij elke schooluitvoering kon zijn.’

Je bent al bijna twintig jaar samen met je vrouw. Wat maakt haar zo bijzonder?

‘Ik werd verliefd op haar toen ik haar voor het eerst zag dansen. Het was op onze vierde date, in een club, en ze draaiden What’s luv van Fat Joe. Ze is intelligent. En knap − waar ze achteloos over doet, en dat siert haar. Toen we een relatie kregen, begreep ik steeds beter de yin en yang tussen ons. Nancy is sociaal, een allemansvriend. Ik ben awkward. Vind het moeilijk sociaal te doen. We vullen elkaar goed aan, zijn echt een team. En we maken elkaar aan het lachen.’

In je boek schrijf je dat ze twee miskramen heeft gehad. Hoe was die tijd voor jullie?

‘Het was in een vroeg stadium, we hadden niemand verteld dat ze zwanger was. Het verdriet was volkomen privé, tussen ons, en als ik eerlijk ben, begreep zelfs ik niet goed wat Nancy doormaakte. Ze was er kapot van. Ik vond het verdrietig, maar vond het allemaal nog abstract. We praatten er weinig over − Nancy kan nogal gesloten zijn, ook tegenover mij − waardoor het ons uit elkaar dreef. Toen de volgende zwangerschap wel goed ging, kon ons geluk niet op. Dat bracht ons weer dichter bij elkaar.’

Hoe belangrijk is je gezin voor je?

‘Mijn familie is het belangrijkste in mijn leven. Ik ben een lieve vader, al ben ik niet vaak thuis. Onze drie zoons zien Nancy als de basis van het gezin. Voor vragen en advies gaan ze naar haar. Ik ben meer de gekke vader die graag met ze speelt. Het belangrijkste vind ik dat ze weten hoeveel ik van ze hou.’

In hoeverre herken je jezelf in je eigen ouders als het op opvoeden aankomt?

‘Mijn ouders hebben me heel open-minded, bijna hippieachtig opgevoed. Er werd openlijk gepraat over seks en drugs. Mijn moeder zei ooit: ‘Als je later wat ouder bent en je wilt een keer high worden, dan kan dat, samen met ons.’ Ik zou niet geshockeerd zijn als mijn zoons op hun achttiende een keer zouden blowen, maar ik voed mijn kinderen toch wat conservatiever op. Ik ben bezorgd, en bovendien zou ik mijn kinderen nooit stoned willen zien.’

Louis werd als jongste zoon van een Britse moeder en Amerikaanse vader geboren in Singapore. Toen hij één was, verhuisde het gezin naar Engeland, waar hij zijn jeugd in Londen doorbracht. Kleine Louis was niet iemand die fluitend door het leven ging.

‘Ik heb altijd een soort faalangst voor het leven gehad. Als kind zag ik mijn broer Marcel lezen en schrijven, maar dacht dat ik dat nooit zou kunnen. Toen ik ouder werd, was ik bang dat ik nooit een baan zou krijgen en geld zou verdienen. Misschien lag het aan de hoge standaarden thuis: mijn vader was een literaire beroemdheid, mijn moeder werkte als producer bij de BBC. Ik was een bengel, sprong op tafels in de klas. In de pubertijd rookte ik veel hasj, met vrienden ging ik partycrashen. Toen iedereen opeens iets van zijn leven ging maken, wilde ik ook succesvol zijn, maar ik wist niet waar ik goed in was. Ik voelde me heel eenzaam, studeerde me suf voor examens. Mijn ouders hadden relatieproblemen, de sfeer in huis was kil. Ik wilde een vriendinnetje, maar viel niet in de smaak bij de meisjes. Ze vonden me een loser, en zo voelde ik me ook. Ik wilde volwassen worden, schaamhaar krijgen en een grote piemel hebben. Ik had nog niet eens de baard in de keel, liep nog steeds rond met dat stomme, hoge stemmetje. Ik dacht dat ik voor altijd maagd zou blijven. Gelukkig is alles toch op zijn pootjes terecht gekomen’

Na zijn studie Modern History verhuisde Theroux naar Amerika waar hij aan de slag ging als journalist en als correspondent voor Tv nation, van documentairemaker Michael Moore. Toen deze serie afliep, ontwikkelde hij voor de BBC Louis Theroux weird weekends waarvoor hij in Amerikaanse subculturen dook. En de rest is geschiedenis.

Je hebt door de jaren heen een duizelingwekkend cv opgebouwd. Zou je gelukkig kunnen zijn zonder je werk?

‘Nee. Mijn werk houdt me gezond. En anders zou ik mijn creativiteit niet kwijt kunnen. Leven zonder werken maakt je niet gelukkig denk ik. Als ik dit als hobby kon doen, had ik het ook gedaan. Maar dan had ik ander werk gedaan, iets met horeca ofzo. In mijn vrije tijd doe ik yoga en ga ik graag pubquizzen in de lokale kroeg. Dat is voor mij ultieme ontspanning.’

In je boek ga je meer in op je grote missers dan je successen. Waarom?
‘Ik vind mislukkingen interessanter dan successen. Van fouten leer je. Ik verknalde bijna mijn sollicitatiegesprek bij Michael Moore door te bluffen dat ik zijn speelfilm geweldig vond terwijl ik ‘m niet eens had gezien, en ik verprutste het interview met Joe Jackson, de vader van Michael. Het meest spijt had ik dat ik niet meer heb gedaan om het geheim van BBC-coryfee Jimmy Savile te achterhalen. Ik vond mijn eerste film over hem briljant, maar toen na zijn dood meer dan 450 vermeende slachtoffers van seksueel misbruik zich meldden, knaagde het dat ik meer had moeten doen om achter zijn geheim te komen.’

Hoe gelukkig ben jij?

‘Ik voel me geliefd door mijn familie en ben trots op mijn boek. Ik kan oprecht zeggen dat ik gelukkig ben, al voel ik me wel gespannen omdat ik geen nieuwe projecten heb lopen. Ik ben nog altijd bang dat ik ineens zonder werk kom te zitten. Geen nieuwe uitdagingen heb en me ga vervelen.’

Volgend jaar word je vijftig. Hoe ga je dat vieren?

‘Ik wil naar Glastonbury. Ik heb zin om bier te drinken met vrienden en naar goede muziek te luisteren. Ik ga eigenlijk nooit meer naar festivals, dus het voelt lichtelijk uit mijn comfortzone, maar dat is volgens mij iets wat je hoort te doen na je vijftigste.’

Hoe vind je het eigenlijk om ouder worden?

‘Mijn hele leven heb ik gedacht: ik heb nog genoeg tijd. Tijd voor nieuwe avonturen, uitdagingen en tijd voor geliefden. Die tijd wordt minder zodra je ouder wordt. Vannacht dacht ik aan doodgaan. Als ik morgen doodga, kijk ik terug op een leven waarin ik dingen heb gedroomd en gedáán. Sommige mensen leiden levens waarin ze veel dromen, maar weinig doen. Dat ze op hun sterfbed liggen en denken: had ik maar meer gedurfd. Dat is bij mij niet het geval.’

Ben je bang voor de dood?

‘Ik ben bang voor pijn en onzekerheid: ik weet niet hoe ik doodga. Maar ik ben niet bang voor de dood en zou echt niet onsterfelijk willen zijn. Als ik vijfhonderd zou kunnen worden, zou ik heel betekenisloos leven. Nu wil ik er toch wat van maken, die paar jaar dat ik op deze aarde rondloop.’

Wat zijn je toekomstplannen?

‘Ik heb veel ideeën voor documentaires en ik wil nog een boek schrijven. Ik zou ook nog graag een vierde kind willen, maar Nancy heeft dat uit mijn hoofd gepraat. Ik heb zin om mijn jongens mannen te zien worden, zin om opa te worden en meer tijd door te brengen met mijn familie.’

Heb je genoeg geld verdiend om de rest van je leven te chillen?

‘Misschien als we naar Bali zouden verhuizen en primitiever gaan leven. Ik heb veel geld verdiend, maar dus niet genoeg om niet meer te hoeven werken. Dat zou ik ook niet eens willen: de rest van mijn leven chillen. Daarvoor vind ik mijn werk veel te leuk.’

Het hele interview met Louis lees je in VIVA-02-2020. Deze editie ligt vanaf 8 januari in de winkel.

Tekst Kimberly Palmaccio | Foto: Lin Woldendorp

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.