‘Ik gebruikte een maand lang lsd op de werkvloer’

microdoseren lsd

Je zou je positiever, socialer en energieker moeten voelen met een klein beetje lsd. Maar is dat echt zo? VIVA’s Jessica Sindelka nam een maand lang de proef op de som.

Tekst: Jessica Sindelka | Beeld: Maaike van Haaster

Focus. Nu. Terwijl ik mijn vingers onrustig op het bureau voel tikken, probeer ik me te concentreren op m’n beeldscherm. Al gauw glijdt m’n blik weer af naar het raam. 
Ik kijk naar het straaltje licht dat tussen de wolken door naar binnen schijnt en luister naar de beat die via de oortjes van mijn collega de redactie op schalt. Ik heb klamme handjes. M’n keel voelt aan alsof ik in geen weken gedronken heb. Voor de vijfde keer sta ik op om een rondje koffie te halen voor m’n collega’s. Ik voel me energiek en lacherig – al probeer ik dat laatste te onderdrukken. Zou iemand iets opvallen? Damn, wat heb ik veel zin om te praten. Waarover maakt me niet eens uit. Koetjes en kalfjes, de zin van het leven. Terug naar m’n beeldscherm. Kom óp.

Ik ben zo iemand die haar laptop openklapt om een belangrijke e-mail te versturen, vervolgens verzeild raakt in een andere mailwisseling, op Instagram belandt en ten slotte niet meer weet waarom ze eigenlijk haar laptop op schoot heeft. Een tikkeltje chaotisch kun je me wel noemen, dus een extra portie concentratie is meer dan welkom. En laat dat nou net hetgeen zijn waar een microdosis lsd mij aan zou kunnen helpen. Tenminste, als ik de lovende berichten uit de media mag geloven. Afgelopen zomer hoorde ik Yvette de Wit (24) tijdens een radio-interview vertellen hoe ze letterlijk en figuurlijk is afgestudeerd op drugs. Voor haar opleiding Advertising ontwikkelde ze een flesje met daarin een kleine dosis lsd; te weinig om te hallucineren, maar genoeg om op je werk extra goed te presteren. Sinds die dag is het idee door m’n hoofd blijven spoken. Zou ik me door dit spul echt beter kunnen concentreren? Betekent lsd het einde van mijn staarsessies naar het beeldscherm? Ik bel Yvette op om meer te weten te komen. ‘Voor mij werkte microdoseren fantastisch,’ vertelt ze lyrisch. ‘Ik was supergefocust, creatief en gemotiveerd. Het voelde alsof ik in een soort flow belandde waardoor alles soepeler ging.’

Micro-wattes?

Ik word steeds enthousiaster en zoek op het wereldwijde web op wat microdoseren eigenlijk precies inhoudt. Het blijkt te gaan om het innemen van een kleine hoeveelheid – doorgaans ongeveer een tiende van een ‘normale’ dosis – psychedelische drugs (in dit geval dus lsd). De bedoeling is niet om te gaan trippen, maar om positiever, socialer en energieker te worden. Daarnaast zou een microdosis lsd verschillende psychische en lichamelijke klachten kunnen verhelpen. De laatste jaren lijkt het ook op de werkvloer steeds vaker genomen te worden om de productiviteit en creativiteit een boost te geven: het zogenaamde ‘Silicon Valley-effect’.

‘Hoe kom ik in godsnaam aan lsd?’

Eerlijk is eerlijk: het klinkt me als muziek in de oren. Ik fantaseer over het aantal artikelen dat ik per week méér zou kunnen schrijven. En wat voor vette ideeën zou ik allemaal wel niet kunnen verzinnen als ik extra creatief ben? Toch dwing ik mezelf ook sceptisch te blijven. Lsd is en blijft een harddrug en het gebruik ervan zal vast niet risicoloos zijn. Om er meer over te weten te komen bel ik Eva Ehrlich, wetenschappelijk medewerker Drugs en Alcohol Infolijn van het Trimbos-instituut. ‘Lsd is niet lichamelijk verslavend. Wel zou je er geestelijk afhankelijk van kunnen worden,’ vertelt ze. ‘Verder is het lastig om er iets over te zeggen, want er is nauwelijks wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Er is überhaupt nooit bewezen dat microdoseren werkt, dus het zou allemaal placebo kunnen zijn. Daarnaast weten we nog niks over de korte- en langetermijneffecten. Dat is natuurlijk wel een risico op zich.’ Oei, nu slaat toch de twijfel toe. Is het wel verantwoord om me aan dit spul te wagen? Ehrlich stelt me gerust: ‘Van het nemen van een microdosis zul je niet dood neervallen. Het is geen Russisch roulette. Als jij goed in je vel zit en geen psychische problemen hebt, zijn de risico’s niet heel groot. Wel is het belangrijk dat je de lsd laat testen, zodat je zeker weet dat je geen andere drug tot je neemt.’

Op lsd-jacht

Vooruit, ik geef het experiment het voordeel van de twijfel en besluit ervoor te gaan. Helaas stuit ik vrijwel meteen op mijn eerste struggle: hoe kom ik in godsnaam aan lsd? Het spul ligt niet naast de paracetamol bij de drogist op de hoek, dus ben ik overgeleverd aan het illegale circuit. Tijdens een stapavond vraag ik wat om me heen in een club waarvan ik weet dat er nog weleens het een en ander in neuzen gestopt wordt. Dat blijkt een goeie zet; binnen no time is mijn contactenlijst een handjevol dealers rijker. Ik app wat rond om te peilen of ik aan lsd kan komen, maar het spul blijkt schaars te zijn. Wél krijg ik ineens ongevraagd allerlei ‘special offers’ voor MDMA, coke en ketamine toegestuurd. Ik zie zelfs een Valentijnsdeal langskomen (hoe romantisch: samen aan de GHB!). Allemaal leuk en aardig, maar ik wil gewoon lsd. De enige dealer die mij eraan kan helpen vraagt er grof geld (lees: vierhonderd euro) voor. Bedankt, ik zoek nog wel even verder.
Via een vriendin van een vriendin weet ik de psychedelische drug uiteindelijk voor een schappelijke prijs in handen te krijgen. Zij heeft het goedje een jaar geleden online op de kop getikt en verkoopt me twee ‘papertrips’ – een soort kleine postzegels waar de lsd in vloeibare vorm op gedruppeld is – voor negen euro per stuk. Beide papertrips zouden 180 microgram bevatten. Om zeker te weten dat ik goed spul in handen heb, lever ik een van de zegels in bij Jellinek. Dat blijkt geen slecht plan: als ik na een week opbel voor de uitslag, krijg ik te horen dat er géén lsd op de papertrip is aangetroffen. Niets, nada, niente. Wat er wel op zat, blijft een raadsel. Daarvoor moet ie opgestuurd worden naar een lab en dat is volgens Jellinek nogal een kostbaar geintje, waar geen budget voor is. Kortom: ik ben weer terug bij af.
Hoewel mijn enthousiasme over het experiment inmiddels tot een dieptepunt is gedaald, doe ik nog maar wat online research. Ik beland op microdosing.nl, een platform met persoonlijke verhalen, feiten en wetenschappelijke onderzoeken over microdoseren, en raak in de bijbehorende Facebookgroep in gesprek met een man die mij aan nieuwe zegels kan helpen. Twee dagen later ontvang ik post van hem. Nauwkeurig bestudeer ik de envelop met een ansichtkaart erin. Is hij nou serieus vergeten de lsd mee te sturen? Net als ik hem een berichtje wil sturen, ontdek ik dat hij de papertrip onder een sticker in de kaart heeft geplakt. Ik ben duidelijk nog niet helemaal thuis in dit wereldje.

Dit was niet de bedoeling

De papertrip komt gelukkig goed door de test, dus het microdoseren kan beginnen. Voor een ‘normale’ lsd-ervaring hoef je de zegel alleen onder je tong te leggen en voilà: daar is je trip. Microdoseren daarentegen is een soort drugs nemen voor vergevorderden. Een zegel in tien stukjes knippen is te riskant, omdat de lsd er als vloeistof op is gedruppeld, en je niet weet hoe die over het oppervlak verspreid is. Het spul moet daarom opgelost worden in gedemineraliseerd water. Gelukkig hoef ik bovenstaande niet in m’n eentje uit te vogelen. Ik word geholpen door Hein, de oprichter van microdosing.nl. Hij zal me gedurende het experiment begeleiden, zodat ik zo snel mogelijk de juiste dosis te pakken heb – dit kan namelijk nogal verschillen per persoon. Hein geeft me het advies om niet direct iets te willen voelen. ‘Probeer je op de lange termijn te focussen. Houd jezelf een spiegel voor.’ Hoewel ik me goed heb ingelezen, weet ik nog niet helemaal wat ik kan verwachten. Omdat ik al angstbeelden heb van een trippende Jessica op de werkvloer, plan ik m’n eerste microdosis op een vrije dag in het bijzijn van mijn vriend. Een halfuur nadat ik uit bed kom, druppel ik met een pipetje 22 druppels (11 microgram) lsd in een glas water. Meevallertje: het spul smaakt naar niks.

‘Ik weet niet meer zeker of ik nog wel in het hier en nu leef’

Sneller dan verwacht begin ik de effecten te voelen. Een halfuur na het drinken van m’n psychedelische water merk ik dat 
mijn lichaam sterk reageert op prikkels, zoals licht en muziek. Dat wordt almaar heftiger. Ik word steeds lichter in m’n hoofd, tot ik na een uur het gevoel heb dat ik aan het zweven ben. Weer een halfuur later ben ik er niet meer zeker van of ik eigenlijk nog wel in het hier en nu leef. Wat ik wél zeker weet, is dat dit niet helemaal de bedoeling was. Ondertussen is m’n vriend niet bepaald amused om m’n huidige staat. Onze plannen om naar de stad te gaan, vallen in het water, want ik heb al moeite met het loopje van mijn bed naar de keuken.
Na een paar uur licht spacen – echt hallucineren doe je niet van zo’n kleine dosis – ben ik weer terug op aarde. Vijf uur na het innemen durf ik mijn dagplanning voort te zetten en begeef ik me richting de Utrechtse binnenstad om te gaan salsadansen. Dat gaat me beter af dan verwacht. Toch ben ik maar wat blij dat 
dit geen werkdag is, want ik kan me op geen enkele manier voorstellen hoe ik vandaag productief had moeten zijn.

Onrustig & lacherig

Op aanraden van Hein neem ik na m’n trip twee dagen rust. Hiermee voorkom je dat je lichaam tolerantie opbouwt tegen lsd, waardoor je steeds meer nodig hebt om hetzelfde effect teweeg te brengen. ‘Ik vind de tweede dag soms zelfs prettiger dan de eerste,’ vertelt Hein. ‘Dan merk ik nog steeds de positieve na-effecten van de microdosis.’ Nou, die na-effecten zijn bij mij ver te zoeken. Na een nacht plafonddienst voel ik me flink belabberd. En hoewel ik geen druppel alcohol heb gedronken, word ik the day after ook nog verrast met een katergevoel. Omdat m’n tweede keer microdoseren op een werkdag valt – en ik lichtelijk geschrokken ben van de eerste ervaring – besluit ik m’n dosis flink te verlagen: ik ga nu voor zestien druppels (acht microgram). Gelukkig werk ik vandaag thuis en is mijn vriend weer in de buurt voor support. Als ik na een uur nog helder kan nadenken en de wet van de zwaartekracht niet in twijfel trek, ben ik opgelucht: blijkbaar kan mijn lichaam deze dosis beter aan. Langzaam voel ik mezelf energieker worden, en mijn mond steeds droger. Drie uur na het innemen loop ik vanbinnen te stuiteren en lul ik mijn vriend de oren van z’n kop. Werken gaat prima, maar extra gemotiveerd of productief voel ik me niet. Ik stroom helaas ook nog niet over van de creatieve ideeën. Na een korte piek ebt het effect langzaam weg, tot het na zeven uur helemaal verdwenen is.
Uit nieuwsgierigheid naar andermans ervaringen bezoek ik een ‘microdosing meet-up’ (ja, dit bestaat echt), die Hein organiseert, samen met de medeoprichter van microdosing.nl. In een net iets te klein Amsterdams café zijn pak ’m beet vijftig ervaringsdeskundigen en leken bijeengekomen om informatie uit te wisselen over microdoseren. Terwijl Hein en zijn collega een openingspraatje houden, slingeren de bezoekers vraag na vraag de ruimte in. Wat kun je verwachten? Hoe productief word je ervan? Kun je ’s nachts wel slapen? Welke dosering werkt het best? Hoe snel bouwt je lichaam tolerantie op? De tips en tricks 
van ervaren microdoseerders vliegen me om de oren. ‘Ik ga 
soms zo lekker dat ik gewoon een nacht slaap oversla,’ vertelt een man doodnormaal. Er gaat een wereld voor me open.

‘Het begint ook mijn collega op te vallen dat ik snel afgeleid ben’

Op microdoseerdag drie ben ik ietwat gespannen: ik moet voor 
het eerst met m’n lsd-hoofd op de redactie (Heel. Veel. Prikkels) werken. Omdat ik de afgelopen keer wel lekker ging, maar het 
idee heb dat er meer uit te halen valt, besluit ik m’n dosis met één microgram te verhogen. Hoe klein die hoeveelheid ook mag klinken: ik merk het flink. Na een uur voel ik me energiek, maar ook heel onrustig – niet bepaald het gevoel waar je op de werkvloer op zit te wachten. Mijn dorst is onlesbaar. De focus waar ik op hoopte, is ver te zoeken. Dat ik door het minste of geringste afgeleid ben, begint ook een van mijn collega’s op te vallen. ‘Jij lacht vandaag ook om alles hè?’ zegt ze. Ja, ze moest eens weten.

Gezellig samen microdoseren

In de weken die volgen microdoseer ik erop los. Alsof ik nooit anders gedaan heb, sla ik eens per drie ochtenden casually een psychedelisch shotje achterover. Ik blijf een tijdje tussen de acht en negen microgram hangen, omdat ik merk dat die dosering me wel bevalt. Ik voel me energiek en vrolijk – soms zo erg dat ik bang ben dat ik anderen met m’n spontane enthousiasme afschrik – en de vieruursdip is ver te zoeken. Bij uitzondering heb ik af en toe een dag dat ik wat langer op mijn werk blijf hangen omdat ik er ‘lekker in zit’. Meestal zijn de effecten echter van korte duur: na acht uur voel ik me weer helemaal de oude. Niks geen avonden doorwerken, niks geen positieve na-effecten de dag erna. Zou ik te weinig nemen? Of is dit simpelweg wat microdoseren mij te bieden heeft?
Als test doet mijn vriend een dagje met me mee (#relationshipgoals). Om hem te behoeden voor eenzelfde eerste ervaring als ik had, geef ik hem achttien druppels (negen microgram). Als ik hem na twee uur zijn klamme handjes zie afvegen aan z’n broek terwijl hij op bed een boek leest, weet ik hoe laat het is: de lsd werkt. Verbaasd kijkt hij een halfuur later op 
uit zijn boek; blijkbaar kan hij lezen als een malle. Waar hij normaal gesproken weleens een alinea terug moet, omdat hij te snel heeft gelezen, voelt hij zich vandaag scherper dan ooit. Elke zin neemt hij bewust in zich op, zonder de focus te verliezen. Stiekem ben ik jaloers, want die focus is juist waar het mij al die tijd al aan ontbreekt. Om zeker te weten dat dit voor mij alles is wat erin zit, besluit ik m’n laatste week nog wat te spelen met 
de doseringen. Ik verhoog naar tien, daarna naar dertien en tenslotte zelfs naar vijftien microgram. Sinds ik aan m’n tweede zegel ben begonnen, lijk ik de effecten echter minder sterk te voelen. Waar dit door komt, is mij en Hein een raadsel. Mogelijk is de lsd-druppel op deze papertrip kleiner, of ben ik gewoonweg aan het gevoel gewend geraakt.

Veel gedoe, weinig resultaat

Na een maand microdoseren is het mooi geweest: ik heb niet het gevoel dat ik nog nieuwe effecten ga ontdekken. Ik heb me op veel microdoseerdagen positief, sociaal en energiek gevoeld. Toch heb ik de workflow – waar Yvette zo enthousiast over was – niet gevonden. Op sommige momenten was ik wel gefocust, maar 
het echte Silicon Valley-effect kon ik moeilijk herkennen. Ik heb geen recordaantal artikelen geschreven en ook geen creatieve uitspattingen gehad (balen; stel je voor hoeveel leuker dit artikel dan nog was geweest). Sterker nog: ik was meestal juist snel afgeleid. Op dagen dat ik me wél geconcentreerd voelde, sloeg direct de twijfel toe. Want wie zegt dat ik niet ‘gewoon een goeie dag’ had? Hoe kon ik weten of het wel door de lsd kwam?
Los van mijn gemengde gevoelens over de effecten, vind ik het microdoseren zelf nogal een klus. Omdat het een nauwkeurig werkje is, kan een paar druppels meer of minder al een groot verschil maken in hoe je je voelt – met trippen als mogelijk gevolg. En dan weet je nog niet eens hoeveel microgram er exact op je papertrip zit; Jellinek kan immers alleen constateren of er wel of geen lsd op zit, niet hoeveel. Veel gedoe voor (in mijn geval) weinig resultaat, dus. Ik vind het dan ook niet zo erg om weer met het microdoseren te stoppen en denk niet dat ik in de toekomst nog snel naar het spul zal grijpen. Daar ben ik stiekem ook wel een beetje opgelucht om, want ik begeef me liever niet in de wereld van papertrips en drugsdealers. Doe mij maar gewoon een goeie bak koffie.

Meer lezen? Jessica testte ook andere dingen:
Jess test: de spotgoedkope wondermascara van Kruidvat
Jess test: de nieuwe bagel met krekels en meelwormen van Bagels & Beans
Jess test: een week lang leven op poedervoedsel van Jimmy Joy
Jess test: haren knippen met een elektrisch verwarmde schaar
Jess test: pijnloos ontharen met nieuw soort wax

Jessica heeft een zwak voor (salsa)dansen, gekke taalfeitjes en de Spaanse cultuur. Voor VIVA schrijft ze over human interest, entertainment, reizen, liefde, seks, eten en al het andere wat haar bezighoudt.