Deze mannen bewijzen dat feminisme géén vrouwending is

Feminisme een vrouwending? Nee hoor. Feminisme is voor iedereen, en deze mannen vertellen waarom.

Tekst: Milou Deelen

Tuurlijk, de strijd wordt al eeuwenlang gevoerd, maar in 2018 was het ineens overal: feminisme. Sla vandaag de dag een krant of tijdschrift open, en er staat een stuk in over dit onderwerp. Als je H&M binnenloopt hangen er T-shirts en sokken met teksten als ‘Feminism is for everyone’ en BNNVARA maakte onlangs de televisie-, web- en podcastserie Vrouw op Mars ter ere van de honderd jaar vrouwenemancipatie in Nederland. Feminisme lijkt hoe langer hoe meer vleugels te krijgen. Steeds meer vrouwen gaan de barricade op, en durven zich uit te spreken over seksisme – denk maar aan #MeToo.

Nederland gezakt

Toch denken zelfs in deze tijd nog veel mensen dat feminisme alleen focust op vrouwenrechten en hand in hand gaat met mannenhaat. Maar de definitie van feminisme in de Van Dale is: ‘het streven naar gelijke rechten voor vrouwen en mannen’. En dat streven is zeker nodig, want hoewel feminisme een vlucht heeft genomen, is van gelijkheid nog altijd geen sprake. Zo zakte Nederland dit jaar van nummer 16 naar 32 op de jaarlijkse Gender Gap Index van het World Economic Forum, een instelling die de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen op verschillende gebieden onderzoekt. Sinds 2009 daalt het aantal vrouwen in de Nederlandse politiek. Zo bestond in 2016 37 procent van de Tweede Kamer uit vrouwen, terwijl dit percentage in 2009 nog 42 was. In het huidige kabinet-Rutte III zijn er van de zestien ministers en acht staatssecretarissen tien vrouw. Ook op het gebied van arbeidsdeelname en de loonkloof scoort Nederland laag. Volgens cijfers van het CBS is in Nederland de arbeidsdeelname van vrouwen 9,6 procent lager dan die van mannen en is er een algemene loonkloof tussen mannen en vrouwen van 16,9 procent – dat is meer dan het wereldwijde gemiddelde van 16,1 procent.

Gelukkig lijkt het hardnekkige stereotype rondom feministen (‘boze lesbische vrouwen met okselhaar in een tuinbroek’) de laatste jaren wél doorbroken te worden. Beyoncé laat zien dat je prima in een glitterbadpak kan rondlopen en feminist kan zijn, en onze eigen koningin Máxima noemde zichzelf een feminist tijdens een conferentie in Berlijn.

Watje of homo

Er zijn ook steeds meer mannen die zich feminist noemen. Helemaal in het straatje van de Nigeriaanse feminist Chimamanda Ngozi Adichie die in haar TED Talk We should all be feminists pleitte voor de deelname van mannen aan de emancipatie. Zij zegt daarover: ‘Veel mannen denken niet na over gender, zien het niet of doen niets om iets te veranderen. Vaak komen ze met argumenten over de geschiedenis of vergelijkingen met het dierenrijk. Maar we zijn geen dieren en leven niet in een tijd dat we met knuppels achter bizons aanrennen om te overleven. Het is niet zo dat de cultuur ons maakt. Maar mensen maken cultuur.’

Eveneens een groot voorstander van feminisme voor mannen is Jens van Tricht (49). Hij is oprichter en directeur van Emancipator, een organisatie die zich inzet voor mannen en emancipatie, en hij schreef onlangs het boek Waarom feminisme goed is voor mannen. Van Tricht zegt daarover: ‘Feminisme heeft mannen nodig voor een betere wereld, en mannen hebben feminisme nodig voor een beter leven. De eerste les die mannen in hun leven leren, is om vooral niet ‘vrouwelijk’ te zijn. Doe je dat wel, dan word je gezien als watje of homo. Feminisme staat mannen toe om hun zogenaamde ‘vrouwelijke’ kanten – zoals lief, kwetsbaar, empathisch, begripvol, en luisterend zijn – te omarmen. Veel mannen hebben problemen met de verwachtingen die gesteld worden aan hun mannelijkheid, en het onderdrukken van die ‘vrouwelijke’ kanten. Depressiviteit en eenzaamheid komt onder deze mannen veel voor, en ze zoeken vaak een toevlucht in alcohol en drugs. Feminisme is niet tégen mannen, maar goed voor mannen. Het is een bevrijdingstheorie – feminisme laat mannen meer mens zijn. Ook is het belangrijk voor het streven naar een betere wereld omdat er dan minder geweld, oorlog en uitbuiting zou zijn – dat zijn over het algemeen de gevolgen van typisch mannelijke eigenschappen.

Hoopgevend

Afgelopen april schoof van Tricht samen met schrijver Philip Huff (Niemand in de stad) aan bij Buitenhof om te praten over de emancipatie van de man. De reacties op sociale media waren niet mals. Huff en van Tricht werden verwijfde pussy’s genoemd die geen ‘echte mannen’ zouden zijn. Iemand twitterde zelfs dat de mannen verplicht hormoonspuiten zouden moeten krijgen. Van Tricht laat zich er allerminst door uit het veld slaan: ‘Deze reacties tonen juist het belang van feminisme aan. Ik vond de reacties ook wel meevallen, zeker als ik kijk wat vrouwen online over zich heen krijgen.’

In de zomer was psychotherapeut Esther Perel te gast bij Zomergasten en stelde ze het volgende: ‘De 20e eeuw was de eeuw van emancipatie voor de vrouw, de 21e wordt die van de emancipatie van de man’. Van Tricht is het maar haar boodschap eens: ‘Mannen moeten aan de slag – de wereld heeft mannenemancipatie nodig. Hoe? Luister naar degene die ervaring heeft met feminisme. Ga niet zelf een middagje feminisme googelen en dan feministen vertellen wat ze moeten doen. Ik vind het hoopgevend dat er veel meer over feminisme wordt gesproken – óók door mannen – dan lang het geval was. Aan de andere kant is er een backlash gaande: de Trumps en Baudets van deze wereld die vinden dat ‘mannelijkheid’ hersteld moeten worden. Dat vrouwen zoals Esther Perel en Emma Watson – die in 2014 tijdens een speech bij de VN mannen opriep zich uit te spreken voor gelijke rechten – hun mening hierover uiten is heel belangrijk, maar wat nog ontbreekt zijn mannen die zich uitspreken.’

Gelukkig zijn er een aantal mannen die dat wel doen. VIVA vroeg hun hoe het is om als man feminist te zijn.

Sahil Amar Aïssa (25) is televisiemaker en acteur.

‘De eerste keer dat ik feminist werd genoemd was door presentatrice Nadia Moussaid. Toen ik in het NTR-programma De nieuwe maan een column had voorlas over vrouwenemancipatie binnen de moslimgemeenschap riep zij: ‘Kijk nou, je bent gewoon een feminist!’ Ik dacht: een feminist, ik? Later besefte ik dat ze gelijk had. Ik erken dat er een ongelijke verdeling is tussen man en vrouw die het patriarchaat in stand houdt, en ik spreek me daarover uit waar en wanneer ik kan. In Gandhi’s uitspraak Be the change you want to see in this world, zit een grote waarheid. Begin bij jezelf. Als ik een team samenstel – of het nou op werk, creatief of persoonlijk vlak is – kijk en beoordeel ik: zitten er genoeg vrouwen in mijn team? Ook moeten wij mannen erkennen dat het niet meer zo is dat wíj de gedragscodes bepalen. Als ik merk dat een vrouw op de eerste date graag de rekening betaalt, slik ik mijn ballen in en ga ik erin mee. Ik ben altijd omringd geweest door veel sterke vrouwen in mijn leven, zoals mijn moeder en zus. Mijn zus is tien keer verantwoordelijker en slimmer dan ik – toch zullen mensen mij eerder serieus nemen, alleen omdat ik een man ben. Ik werk bij de publieke omroep, en als ik kijk naar de hoofden van de afdelingen zijn dat ook alleen maar witte mannen. Dus zelfs bij de grote linkse publieke omroep is er nog werk aan de winkel. Veel mannen denken dat je wat van je mannelijkheid inlevert als je feminist bent. Die weten kennelijk het verschil tussen feminine en feminist niet. Alsof je niet een feminist kan zijn én een bad ass motherfucker – ik ben het gewoon allebei. Mijn vriendengroep is best ‘mannelijk’. Als iemand over een meisje zegt dat ie haar wil neuken, grapt iemand vlak daarna: ‘Kijk uit, anders wordt Sahil boos.’ Ik antwoord dan dat het probleem niet is dat hij haar wil neuken, maar dat het iets anders is om op haar af te stappen en dat tegen háár te zeggen. Voor mij zijn dat soort momenten juist een opening voor een gesprek.

Als mensen zeggen dat vrouwen niet sterk zijn, raad ik ze altijd aan om het eerste seizoen van Fargo op Netflix te kijken. Met daarin Molly, een politieagente die zich moeiteloos staande houdt in een wereld vol maffioso, moordenaars en hele conservatieve politiemannen; zij is gewoon de sterkste van hen allemaal. Er is echt een gebrek aan mannelijke feministen, eigenlijk zouden we een wervingscampagne moeten starten. Dat ik feminist ben, betekent niet dat ik moet worden geportretteerd als een held in onze samenleving. De vrouwen zijn de helden – niet ik.’

Kevin Heller (41) is beveiliger en geeft zelfverdedigingscursussen.

‘Ik noem mezelf intersectioneel feminist; ik kijk niet alleen naar geslacht, maar ook naar andere factoren zoals ras en klasse. Ik strijd ervoor dat mannen en vrouwen gelijk behandeld worden en ik ben voorstander van het onderuithalen van het patriarchaat. Aan de ongelijkheid en hiërarchie binnen onze maatschappij heb ik altijd al een hekel gehad. Ik vind het oneerlijk dat de witte man de meeste macht heeft, daarna de witte vrouwen, en pas veel later vrouwen van kleur. Vrouwen hebben nog steeds niet dezelfde positie als mannen, en die positie dient verworven te worden. Door mijn werk hoop ik een steentje bij te dragen. Ik ben beveiliger bij onder andere nachtclubs. In mijn beroep zie ik vaak dat mannen niet oké zijn richting vrouwen. Als mannen aan de deur vragen of er ‘lekkere chickies’ binnen zijn, laat ik ze niet binnen. Ik wil voorkomen dat het een hengstenbal wordt. Toch zijn er altijd gasten die hun handen niet thuis kunnen houden. Er is ieder weekend wel een kerel die een vrouw bij haar kont grijpt. Ik ben ook zelfverdedigingsinstructeur en geef vooral cursussen aan vrouwen. Iedere deelnemer heeft haar eigen verhaal over seksuele intimidatie. Door mijn werk zie ik het belang van feminisme in. Ik ben ervan overtuigd dat mannen ook baat hebben bij feminisme. Alle stereotypen over mannen zijn enorm onderdrukkend voor onze sekse. Er heerst een grote groepsdruk op ons om mannelijk te zijn. We mogen niet van schattige beestjes houden, niet knuffelen, niet huilen, moeten constant geil zijn, moeten van vechten houden. Ik heb moeite gehad om dat schild te laten vallen maar grotendeels door mijn werk – waar ik veel onrecht tegenkom –  is dat gelukt. Dat heeft voor mij heel bevrijdend gewerkt. Vroeger had ik het gevoel dat ik als man moest houden van autoracen, bier drinken en over voetbal praten. Door het feminisme kan ik mezelf zijn. Ik vind het relaxed dat ik niet altijd een stoere man hoef te zijn, dat ik kan zeggen dat ik een cola wil en liever ga dansen. Als ik vroeger tegen vrienden en collega’s zei dat ik geen zin had in seksistische opmerkingen kreeg ik als reactie: ‘Nou, mogen we dan niet meer naar mooie meisjes kijken?’ Ik heb tegenwoordig geen vrienden meer die seksistische opmerkingen maken. Mijn vriendengroep bestaat voor 90 procent uit vrouwen, omdat ik geen zin heb om tegen seksistische shit aan te lopen en om met kerels om te gaan die dat stoerheidsschild nog dragen en niet zichzelf durven te zijn. De 10 procent mannenvrienden die ik heb zijn top. En tegen die andere mannen zou ik willen zeggen: laat je stoerheidsschild vallen, stel je kwetsbaar op, laat je gevoelens toe. Denk niet: ik ben een man, dus ik móet mannelijke dingen doen. Let it go. Ik denk dat feminisme mannen helpt om te doen wat ze zelf willen, in plaats van wat er door de maatschappij wordt verwacht.’

Bo Hanna (24) is journalist.

‘Op mijn negentiende las ik tijdens mijn studie Franse taal en cultuur voor het eerst over feminisme. Dat zegt genoeg over hoe weinig we daarover praten in Nederland. Op scholen zou er meer aandacht moet komen voor feminisme. Iedereen zou moeten lezen over racisme, intersectionaliteit en het feminisme. Ik merk dat veel mensen een mening hebben over gendergelijkheid en LGBTQ+-onderwerpen zonder zich te hebben ingelezen.

Hoe kun je zeggen dat je geen feminist bent als je niet eens weet wat het inhoudt? Ik noem mezelf intersectioneel feminist: ik geloof in gelijkheid voor allen en denk dat je positie niet alleen wordt bepaald door je gender, maar ook door etniciteit, klasse, seksualiteit, en religie. Ik denk dat ik als persoon van kleur sowieso meer empathie heb voor mensen die onderdrukt worden. Als vrouwen zeggen dat ze niet gelijkwaardig worden behandeld, begrijp ik dat. Als queer man voel ik me ook soms benadeeld door het gendersysteem. Als kind had ik het gevoel dat ik op een bepaalde manier  moest zitten, lopen, me gedragen, en veel agressiever moest zijn dan ik eigenlijk was – I had to act like a real man. Ik vond dat als kind al niet logisch en ben nu gelukkig vooral mezelf. Veel mannen denken dat ze stoer moeten zijn voor hun vriendjes, maar hoe vinden zij het dat hun zus of moeder niet gelijkwaardig wordt behandeld? Het is echt niet sexy om macho te zijn.’

Philip Huff (34) is schrijver.

‘Ik ben schrijver, dus mijn leven bestaat voor een groot deel uit lezen, nadenken, schrijven en vervolgens in gesprek gaan op televisie of op de radio. Zo publiceerde ik bijvoorbeeld dit jaar een stuk over slutshaming en met Jens van Tricht schoof ik aan bij Buitenhof om te praten over mannenemancipatie. Ik doe aan: practise what you preach. Zo zou ik niet snel aan een panel deelnemen als er alleen maar mannen in zitten. Als ik voor een lezing word gevraagd, wil ik zeker zijn dat ik niet degene ben die het meest betaald krijgt op het podium alleen omdat ik een man ben. Een keer zei een jonge, rechtse jongen van de PVV in de krant dat ik een slijmerig onderkruipsel ben omdat ik feminist ben. Ik heb een gezond zelfbeeld dus ik maak me geen zorgen als iemand dat zegt. Wel vind ik het onbeschoft dat iemand mij uitscheldt over mijn opvatting over de invulling van onze maatschappij. Ik noem mezelf feminist omdat ik me er bewust van ben dat in de Nederlandse maatschappij veel structuren zijn die de positie van de vrouw ondermijnen, onderdrukken of verzwakken. De status quo is vaak vrouwonvriendelijk. Als je dat niet ziet, heb je poep in je ogen. Práát met de vrouwen in je leven. Vraag eens aan je zus, beste vriendin of moeder wat ze als vrouw voelen als ze in een lift stappen waar al twee mannen in staan. En bedenk hoe anders dat is met hoe jij in een lift met twee vrouwen staat. Het is makkelijk om te zien dat feminisme belangrijk is, en dus jezelf zo te identificeren. Toch hebben – vooral mannen – een stereotiep beeld over wat een feminist is. Dat beeld wordt niet sexy gevonden en daarom willen veel mannen zich daar niet mee associëren. Ik denk dat het voor mannen moeilijk is om onder ogen te zien dat een deel van je verdiensten waarschijnlijk niet voortkomt uit je eigen talenten maar ook gekoppeld is aan het gegeven dat je een man bent. Dat is verdrietig om te beseffen – iedereen wil altijd volledige verantwoordelijkheid hebben voor z’n eigen succes. Mensen zeggen ook weleens tegen mij: ‘Philip, je bent een witte heteroman van midden dertig. Jij hebt juist voordeel van die status quo.’ Ik besef dat ook soms over mezelf. Ik ben schrijver en ik heb zeker voordeel van het stereotiepe beeld van de grote mannelijke schrijvers. Toch zie ik wel verandering in mijn beroep. Er zijn steeds meer vrouwelijke schrijvers die bekend worden. Alleen zien we zo’n verandering helaas nog niet in de boardrooms. Ik begrijp dat mensen het eng vinden om de poort te openen voor andere mensen, maar aan de andere kant: ik denk dat mannen ook baat zouden hebben bij een minder verdeelde maatschappij. Het idee dat mannen bevrijd worden van de alfacultuur steun ik.’

Dit verhaal is afkomstig uit VIVA editie 49. Deze editie kun je hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.

Beeld: Stocksy