Marlijn Weerdenburg: ‘Ik dacht alleen maar: ik ben geen goede moeder’

Ze doet niet aan het perfecte plaatje, want het moederschap is echt niet altijd Instagram-volmaaktheid. Marlijn Weerdenburg (37) – zwanger van haar tweede zoon – over die loodzware eerste maanden als mama, agendaseks en haar aangewakkerde ambities.

Moeder zijn was voor jou geen vanzelfsprekendheid, hè? Terwijl je vooraf dacht: dat doe ik wel even…

‘Klopt, ik ben altijd erg go with the flow geweest. Ik nam het leven zoals het kwam en ook over de baby dacht ik: er komt vast een soort moedergevoel over me heen, intuïtief weet ik wel hoe dit werkt. Ik had geen boek gelezen, alleen op de bevalling had ik me enorm goed voorbereid. Dat ging inderdaad goed, ik ben niet in paniek geraakt en heb er ook geen trauma aan overgehouden. Maar toen was onze zoon Teun daar en had ik geen idee. Mijn vriend Paul moest na twee weken weer aan de slag, hij werkte zestig tot tachtig uur in de week. En ik zat daar alleen in ons nieuwe huis in Amsterdam met een baby die veel huilde – die voelde mijn onrust natuurlijk enorm goed aan. Mijn geluk in het leven zit echt in communicatie, maar zo’n kind zegt niks, doet niks, ik wist niet wat ik met hem moest.’

Dat oermoedergevoel was er niet?

‘Nee, helemaal niet. Het is niet dat ik een postnatale depressie had, en ik voelde ook wel de liefde voor ons kindje, maar ik was in pure paniek. Ik dacht alleen maar: ik ben geen goede moeder, want ik weet niet hoe het werkt. Paul moest me leren hoe ik zijn kleertjes verwisselde, ik was continu bang dat ik een armpje of beentje zou breken. Dan gaf hij hem over en zei: ‘Pak hem maar vast alsof het een kat is.’ Paul was gewoon echt de mama van ons twee.’

Hoe voelde jij je daarbij, want normaal ben je een superonafhankelijke vrouw?

‘Ik vond het natuurlijk lief wat Paul deed, maar zélf voelde ik me vreselijk. Van huis uit ben ik opgevoed van: je moet voor jezelf kunnen zorgen en onafhankelijk zijn. En zo sta ik normaal ook in het leven. Maar nu was ik die vrouw geworden die hem belde en zei: ‘Wanneer kom je naar huis?’ Ik was zo afhankelijk en onzeker, een kant die ik helemaal niet van mezelf kende.’

Wanneer vond je jezelf weer terug?

‘Na drie maanden zeiden mijn moeder en schoonmoeder: ‘We komen je af en toe wel helpen.’ Zij hadden opgemerkt dat het niet goed met mij ging. Zelf hulp vragen deed ik niet, want ik schaamde me ook voor hoe ik me voelde. Uiteindelijk zijn zij allebei een dag in de week bijgesprongen en dat was fantastisch. Ik had weer lucht en ruimte om even te sporten, boodschappen te doen of een wandeling te maken. Ik kon hierdoor ook met afstand naar mijn kindje kijken en denken: hij doet het nog. Tot dat moment dacht ik alleen maar dingen als: ik moet zorgen dat hij blijft leven. En: straks sterft hij aan wiegendood. Je hebt ineens zoveel verantwoordelijk voor een mensenleven.’

Tekst: Jill Waas| Foto’s: Hannah Lipowsky

Dit is niet het volledige interview met Marlijn Weerdenburg. Benieuwd naar het gehele interview? Dat kun je lezen in de nieuwste editie van VIVA Mama.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«