Martijn Fischer: ‘Ik voel me de bouwvakker 
onder de 
toneelspelers’

VIVA drinkt elke week een drankje met een leuke man. Deze keer staan we aan de bar met acteur Martijn Fischer (47), die vanaf 3 december te zien is in de film ‘Hallo bungalow’.

Je stond dit jaar bijna dagelijks op 
de planken in de Hazes-musical ‘Hij gelooft in mij’ én je speelde de hoofdrol in de film ‘Bloed, zweet en tranen’. 
Viel je daarna in een gat?

“Sinds mijn Hazesrollen heb ik alweer drie films en een serie gedaan. En in 2016 ga ik weer toneel doen. Dan speel ik Jaap van Praag in ‘Jaap en Max’. Toch weer
 die volkszanger. De rest van de producties waren totaal andere rollen. Dat vind ik fijn. Als acteur vind ik het ook wel weer leuk om een andere koers te varen.”

Het lijkt alsof je altijd aan het werk bent.

“Ik vind mijn werk leuk, maar er is meer. Zo zie ik graag mijn zoontjes (van 8 en 
12, red.) opgroeien. De helft van de week 
wonen ze bij mij. Ik doe mijn best om niet te werken als zij thuiskomen uit school. We kletsen over de gekste dingen, zoals democratie en agressieve acquisitie. Dan willen ze weten wat dat is.”

Wat is jouw uitlaatklep?

“Ik heb een politiek incorrecte hobby: van jongs af aan rij ik op een crossmotor. Samen met een jeugdvriend ga ik vaak crossen in het buitenland. Waanzinnig leuk is dat. Scheuren over de bergen, door de woestijn. Laatst ging ik in Spanje drie keer keihard op m’n muil.”

Ben je onbevreesd, roekeloos?

“Ja. Ik ben een nakomer. Mijn broer is twaalf jaar ouder, mijn zussen tien en 
negen jaar. Zij zorgden ervoor dat het goed kwam met mij. Een luxe, onbe-
zorgde positie. Toen ik mijn autorijbewijs ging halen – mijn motorrijbewijs had ik al – lieten ze me een contract tekenen: 
zij zouden een Eend voor me kopen waar ik een jaar gratis in mocht rijden, mits 
ik nooit meer op een motor zou stappen. Maar ik wilde niets liever dan zo hard mogelijk motorrijden, het liefst zonder profiel op de banden. Tot m’n twintigste zag ik geen gevaren.”

En toen?

“Toen ging ik in militaire dienst. Daar 
ontdekte ik dat discipline een middel is 
om tot goede dingen te komen. Voor die tijd maakte ik er een potje van. Ik maakte mijn mavo niet af bijvoorbeeld. Mijn moeder zei: ‘Jij wordt een selfmade man, ga maar aan de slag, doe maar wat.’ Ik ging 
in de horeca werken. In dienst zag ik in 
dat je jezelf dan een hoop kansen afneemt. Daarna ging ik weer naar school en deed succesvol auditie voor de toneelschool. Daar kon ik die discipline goed gebruiken. Om rond te komen, zong ik op bruiloften en partijen. Toen het in mijn tweede jaar niet zo vlotte en een docent zei: ‘Misschien is acteren toch niks voor jou,’ dacht ik: 
bekijk het maar, dit maak ik echt af.”

Was je zelfverzekerd?

“Ik voelde me niet intellectueel genoeg. 
In mijn klas zaten veel mensen die op 
het gymnasium hadden gezeten en alle Griekse klassiekers kenden. Ik was een echte mavoklant. Nog steeds voel ik 
me een beetje de bouwvakker onder de 
toneelspelers. Ik ben niet die acteur die zich gefronst over lectuur buigt.”

Benieuwd naar de rest? In VIVA 53 vind je het hele interview met Martijn Fischer. Je kunt het blad online bestellen.

Tekst Jasmine Groenendijk
Foto’s Anke van der Meer