Maureen: ‘Als mijn moeder dronken was, hield ik me altijd extra stil’

Op haar achtste overleed de vader van Maureen Stegeman (22) aan kanker. Haar moeder verdronk haar verdriet en Maureen zwierf van pleeggezin naar pleeggezin. Uiteindelijk kreeg ze haar leven op de rit. Dankzij een paard.

Tekst Liesbeth Oeseburg Foto Anke van der Meer

‘Ik was nog maar vier toen mijn moeder en zeven jaar oudere halfzus huilend naar me toe kwamen. ‘Papa is heel erg ziek,’ zei mijn moeder. Veel begreep ik niet van die onheilspellende boodschap, het woord kanker zei me niets. Ik gaf haar mijn knuffel, omdat ik niet wilde dat ze zo verdrietig was. Mijn vader belandde al snel op de bank, doodziek van de chemotherapie. Hele dagen lag hij daar. Als het hem lukte, speelde hij nog weleens met mij. Net zoals voor zijn ziekte, toen ik vaak op zijn knie achter de computer een computerspelletje mocht doen. Ik was een echt vaderskindje.

Een van mijn mooiste herinneringen aan hem is de ochtend waarop hij me naar school bracht en ik de bruidsjurk van mijn moeder droeg vanwege een verkleedfeestje.
Mijn ouders spraken nooit over zijn ziekte. Alleen mijn opa probeerde het een paar keer in kindertaal uit te leggen. ‘Je vader heeft een draakje in zijn lijf dat heel vervelend doet,’ zei hij dan.
Mijn vader overleed toch nog onverwacht, toen ik acht was. Het was 1 april, en voordat ik naar school ging, had hij nog grapjes gemaakt. Mijn moeder vond hem die ochtend buiten bewustzijn in bad. Een geknapte tumor had een bloeding veroorzaakt, waardoor hij in coma was geraakt. Aan het einde van de ochtend kwam mijn opa me van school ophalen. We kwamen net te laat in het ziekenhuis; een kwartier ervoor had mijn vader zijn laatste adem uitgeblazen. Ik weet nog dat zijn ogen telkens open gingen en ze die met plakkertjes moesten dichtplakken. Het zorgde voor een rare bedoening toen ik hem een laatste kus gaf. Als ik daaraan terugdenk, besef ik hoe verdrietig het allemaal was, maar op de een of andere manier ging het aan me voorbij.

‘Papa komt nooit meer terug,’ zei mijn moeder, maar eigenlijk begreep ik nog niet wat de dood inhield. Ik heb niet gehuild. Van de crematie weet ik niet veel meer, behalve dat ik een knuffelbeestje kreeg van de begrafenisondernemer. Daarna mochten mijn zus en ik een kettinkje uitzoeken met een hangertje waar wat van mijn vaders as in ging. Dat aandenken heb ik helaas niet meer; het zat in mijn portemonnee die is gestolen.’

Wijn bij de thee

‘Met mijn moeder had ik voordat mijn vader stierf ook een goede band. Elke zondag gingen we naar het park om de eendjes te voeren. Maar dat veranderde toen ze mijn vader verloor. Op een gegeven moment merkte ik dat ze aan de wijn ging als ze mij van school had gehaald en de thee klaarstond. Ze wankelde door de kamer en werd minder geduldig. Later was ze vaak om negen uur ’s ochtends al dronken. Er ontstonden gevaarlijke situaties. Zo vatten haar wijde mouwen een keer vlam tijdens het koken en moest ik die blussen. Mijn moeder gaf mijn zus vaak opdracht om drank te halen. Toen alle alcohol een keer op was, dronk ze parfum. We moesten een ambulance bellen om haar na te laten kijken.

Als ze dronken was, hield ik me altijd extra stil. Op zolder had ik een holletje gemaakt, waar ik me veilig voelde. Daar verstopte ik me als ze gevaarlijke dingen deed. Een paar keer is de elektriciteit uitgevallen. De vlam sloeg ook weleens in de pan en ze zette de televisie ontzettend hard. Dan werd ik bang. Ik leerde mijn gevoel af te sluiten en veranderde in een introvert, stil kind met weinig vrienden.

 

Het hele interview met Maureen komt uit VIVA 14. Deze editie kan je hieronder via Blendle online lezen.

Klik hier om het hele artikel op Blendle te lezen