Naomi zat gevangen: ‘Op de dag dat ik werd opgesloten, was ik zeven maanden zwanger’

Voor de meesten van ons een ver-van-mijn-bedshow op Netflix, maar Naomi zat écht jarenlang achter de tralies. En kwam er weer uit, sadder but wiser. “Ga ik ooit nog terug? Hell no!”

Tekst Milou van der Will

Naomi van Buren (32) 
zat 4 jaar vast voor poging tot doodslag en overvallen, in Utrecht en Zwolle.

“Ik ga niet nep lopen doen over waarom ik ben opgepakt. Ik heb mijn les geleerd, en 
wat andere mensen daarvan vinden kan me niks schelen. Door een stommiteit ben ik in een crimineel circuit beland. Ik gaf weleens tips voor overvallen. Plekken waar geen mens aanwezig was, maar wel wat te halen viel. Later ging ik verder, was ik zelf aanwezig bij de overval. Het was niet netjes, zacht uitgedrukt. Ik verdiende geld over iemand anders’ rug.”

Tegen de lamp

“Ik liep pas tegen de lamp toen ik mijn schoonmoeder een paar flinke rammen verkocht. Het was een opbouw van jarenlang slecht contact. Ze deed alsof mijn kinderen van haar waren. Tegen mij was ze respectloos, ze 
treiterde me. Ze verstoorde de uitvaart van mijn vader. Op een dag werd het me te veel en ja, ik werd kwaad. Naast die rammen gaf ik haar een schop tegen het hoofd. En 
dat heet poging tot doodslag. Meteen werd ik opgepakt. Door DNA en vingerafdrukken rolden de overvallen 
uit het verleden ook uit de computer. Je kunt het pech noemen, maar ik zie het als mijn lot. Als je iets stoms doet, weet je dat dit het risico is. Was dit het waard? Nee. Heb ik geleerd? Zeker. Ga ik ooit nog terug? Hell no.”

Bajes-potten

“Op de dag dat ik werd opgesloten, was ik zeven maanden zwanger. Kom ik daar, het bloed nog op mijn joggingpak, dikke buik. Half acht gaan ineens de deuren open. Ik moest luchten, dus ik ging naar buiten. Geloof me, het leek wel een scène uit ‘Locked up abroad’. Er kwam een hele troep op me af om me duidelijk te maken wat mijn plek was volgens hen. Zat ik daar met die dikke buik, helemaal opgefokt. 
Je hebt van die kernen in de gevangenis, dat wist ik toen nog niet. Veel vrouwen hebben nog nooit een relatie met een vrouw gehad en binnen ineens wel, die noem ik bajes-potten. Dan heb je nog de standaard lesbische vrouwen. En bepaalde vrouwen zijn dan een butch, van die ‘mannetjes’ die denken als je nieuw bent: die maak ik wel even de mijne. Dat werd natuurlijk meteen knokken die eerste ochtend. Ja, inderdaad, met mijn dikke buik. Maar ik laat me niet bedreigen door zo’n gek.”

Pesterijtjes

“Mijn dochter werd geboren in het gevangenisziekenhuis in Scheveningen. Bij terugkomst in de gevangenis mocht haar speentje niet mee naar binnen, want daar kunnen drugs in zitten. Ze checken niet eens of dat zo is, het mag gewoon niet. Dat soort pesterijtjes maken je gek. Constant zat ik bij de commissie van toezicht, om voor de leef-
omstandigheden van mijn baby te strijden. Het werd me écht te veel toen ik op een dag aan het koken was, terwijl mijn dochtertje van zes maanden in onze moeder-kindcel lag te slapen. Ik had zo’n cameraatje op haar gericht. Op zo’n afdeling zit van alles: mensen die verslaafd zijn, mensen die te maken hebben gehad met kindermisbruik. Ook een zwaar verslaafde vrouw met van die knoertlange graf-
nagels waar ze al die troep mee inneemt. Terwijl ik bezig ben in de keuken, hoor ik mijn dochtertje ineens sabbelen. Ik kijk op die camera en wie zit daar met haar nagel in mijn dochters mond? Ja, die vrouw dus. Toen wist ik het zeker: mijn kind moest naar huis, het werd te gevaarlijk.”

Baby op bezoek

“Ik vond het verschrikkelijk om mijn kind af te geven. Mijn andere dochter en zoontje moest ik ook al missen. Ik zag ze één keer per week. Het eerste bezoek na het vertrek van mijn baby liep uit op een drama. De voeding die haar 
vader had meegenomen, kwam niet door de bewaking. Mijn dochtertje kreeg op een gegeven moment honger en begon in mijn truitje te voelen. Een week daarvoor gaf
ik haar nog borstvoeding. Ik vroeg netjes of ik haar mocht voeden. Het antwoord: absoluut niet. Daar moest eerst toestemming voor gevraagd worden. Die kleine werd steeds hongeriger, begon te huilen. Mijn vriend zei nog: 
ik heb gewoon melk mee, laat me haar dat dan geven. Mocht ook niet. Na een kwartier 
huilen en nog steeds geen 
antwoord heb ik een doek over mijn schouders gedaan en gaf ik mijn kind de borst. Wat deden ze: mijn man 
en kinderen werden eruit 
gegooid. Ik kreeg een disci-
plinaire straf en moest de 
isoleercel in. Later won ik 
overigens een beklag over 
dat incident.”

Een beter mens

“Ik werd overgeplaatst van Utrecht naar Zwolle, wat 
betekende dat mijn kinderen me minder makkelijk konden bezoeken. Daar besloot ik wel om voor hen een beter mens te worden. Ik volgde alle opleidingen die je kunt verzinnen, want de maatschappij is gek op papieren. Niet dat ik er 
iets mee ga doen. Ik ben 
kapster en dat wil ik blijven. Uiteindelijk schopte ik het zelfs tot voorbeeldgevangene. Van het ene naar het andere uiterste.

En toen kwam ik vrij. Ik was heel blij om mijn kinderen weer te zien. Iedereen had de mond vol over hoe goed hun vader het had gedaan – dat wás ook zo – maar de prijs 
die ik daarvoor moest betalen, was erg hoog. Hij is gediagnostiseerd schizofreen en ging toen ik vastzat aan de anabolen. Dat werkt niet zo lekker samen. Hij werd gewelddadig tegenover mij, drukte peuken uit op mijn lichaam, sloeg drankflessen tegen mijn hoofd. Ik durfde geen aangifte te doen, want dan krijg je meteen Jeugdzorg op je dak. 
Ik was heel bang om mijn kinderen te verliezen.

Gelukkig leerde ik een andere man kennen. Hij ging de confrontatie aan met mijn ex en haalde me uit de situatie. Ik durfde aangifte te doen. Bleek dat mijn buren al 64 keer 
melding hadden gedaan van huiselijk geweld. Daar was nooit iets mee gebeurd. Ik raakte zwanger van mijn nieuwe vriend, maar hoorde intussen van Jeugdzorg dat ik mijn kinderen alleen in het weekend mocht zien. Op de vraag waarom kreeg ik geen antwoord. Ze kozen liever voor hun vader, een gek, dan voor een ex-gedetineerde 
moeder die alweer twee jaar op het rechte pad was. Ik voelde me minderwaardig en klein.”

Hij was ze zat

“Op een avond belde mijn ex me op. Hij had de kinderen op straat gezet met een rugzakje. Hij was ze zat. ‘Je wilt ze toch hebben?’ zei hij. ‘Nou succes ermee.’ Ik ben als een gek 
naar zijn huis in Amsterdam gereden om ze op te halen.

Een maand later stond hij in alle staten voor mijn deur. Jeugdzorg had mijn adres gegeven. Hij begon te vechten met mijn vriend en sloeg hem een onherstelbare handbreuk. De kinderen zagen alles gebeuren. Mijn zoontje stond buiten te spugen tegen een boom van 
ellende.

Weer een week later stond 
er ineens vijf man politie 
voor mijn deur: drie mensen van Jeugdzorg, één van de 
Kinderbescherming. Ze gaven me een papiertje. Omdat ik 
de veiligheid niet kon waar-
borgen, plaatsten ze mijn 
kinderen uit huis. Alle drie, 
gewoon weg.

Weken lag ik onder een deken te huilen. Ze werden eerst naar mijn moeder gebracht, toen naar een pleeggezin en nu 
zitten ze bij een kennis die 
volgens mij alleen maar pleegmoeder is voor het geld. Ik hoorde laatst dat mijn dochter van tien ’s avonds op stap mag in uitdagende kleding. Het maakt me waanzinnig.”

Normaal leven

“Negen weken geleden liep ik hoogzwanger op een braderie, toen mijn ex me ineens achterna kwam met een pistool. Als gevolg daarvan beviel ik 
te vroeg van mijn jongste dochtertje. En terwijl ik de kraamverzorgster uitzwaaide, stond er ineens zeven man 
politie in huis. Twee vrouwen renden me voorbij, een agent tackelde me op de grond. Ze renden met mijn drie dagen oude baby het huis uit en scheurden weg. Want ik kon de veiligheid niet waarborgen. Sindsdien woont ze bij mijn tante. Ja, dit is mijn leven nu… Zelfmoordwaardig, inderdaad.

Zolang mijn ex niet wordt aangehouden, kan ik de veiligheid blijkbaar niet waarborgen, maar intussen gebeurt er niks met mijn aangiften. Ze schrijven het op en klaar. Ik ben zelfstandig ondernemer en zal nooit mijn hand ophouden voor een uitkering, maar door dit alles lukt werken me niet meer. Alle nette wegen naar Rome zijn bewandeld, mijn sandalen zijn kapot. Ik smeek om hulp. Het enige wat ze doen, is naar me wijzen, maar niemand pakt me bij de hand om me te helpen. Al mijn hoop is nu gevestigd op mijn advocaat. Het enige wat ik wil, is een normaal leven. Ik wil rust. En mijn kindjes terug.”

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 42. Abonnee worden of een losse editie van VIVA bestellen? Klik hieronder:

»Bestel VIVA online | Klik hier «