Olcay Gulsen: ‘Ik ben misschien niet meer cool, maar ik ben wel mezelf’

olcay gulsen

Olcay Gulsen (40) heeft een opvallende metamorfose doorgemaakt: van glossy modeondernemer naar presentator met een hart voor maatschappelijke onderwerpen. ‘Het glanslaagje is eraf, maar ik voel me nu succesvoller dan ooit.’

Nederland leerde Olcay Gulsen kennen als de selfmade fashionvrouw die in 2009 vol bluf en bravoure de modewereld bestormde met haar merk Supertrash. Altijd tiptop gekleed, altijd strak in de lak en altijd – áltijd – aan het werk. Kwetsbaar zijn of lang stilstaan bij de vraag wat ze voelde of wat ze echt wilde, stond ze zichzelf niet toe. Want ze moest en zou bewijzen dat ze in staat was van zichzelf een succes te maken. En dat ze haar getroebleerde jeugd, onder het juk van een psychisch instabiele en gewelddadige vader, achter zich kon laten. Als ze maar hard genoeg bleef rennen. En als ze in hemelsnaam maar niet te veel omkeek.

Maar die tijd is voorbij. Met het faillissement van Supertrash drie jaar geleden, spatte het imago van Olcay als onoverwinnelijke zakenvrouw uiteen, maar viel voor haar ook de druk weg om altijd succes uit te stralen. Bluffen ten koste van alles, dat doet ze niet meer. Zichzelf voorbij rennen ook niet. En waar ze zichzelf lange tijd niet toestond stil te staan bij de demonen van haar verleden, maakte ze vorig jaar het programma Olcay Gulsen & huiselijk geweld waarin ze precies dát doet: praten over de jeugd die haar hele gezin voor het leven tekende. In het programma sprak ze met slachtoffers en daders van huiselijk geweld, maar ook voor het eerst met haar eigen zussen en moeder over de sporen die het geweld uit hun jeugd heeft achtergelaten.

Een heftig programma om te maken, kan ik me voorstellen.

‘Klopt. Maar het was ook helend. Niet alleen omdat ik met dit programma iets kon doen om taboe op huiselijk geweld een beetje te verbreken, maar het heeft tussen mij en mijn moeder en zussen ook echt iets opengebroken. We hadden het nooit expliciet over het verleden, maar het hing wel altijd een beetje tussen ons in. Dat is nu voorbij. Dat we het erover gehad hebben, heeft ons dichter bij elkaar gebracht. Het is niet dat we het er nu dagelijks met elkaar over hebben, maar dat hoeft ook niet. De olifant in de kamer is weg en dat geeft rust.’

Na Olcay Gulsen & huiselijk geweld ben je dit voorjaar te zien in BN’ers in het ziekenhuis: Leren van de helden en in Gestalkt, waarin je slachtoffers van stalking bijstaat. In korte tijd drie programma’s over stevige maatschappelijke onderwerpen. Is bij jou een journalistiek vuur gaan branden?

‘Eigenlijk heeft mijn hart altijd al wel bij maatschappelijke onderwerpen gelegen. Maar in Nederland zit je al snel in een hoekje waar je niet zo gemakkelijk uitkomt. Ik heb lang in het hokje gezeten van glamourvrouw. Daar heb ik zelf ook heel hard aan meegewerkt en ik vond die wereld oprecht heel leuk. Maar ik voelde de behoefte om me ook op andere manieren te ontwikkelen. Met Olcay Gulsen & huiselijk geweld merkte ik hoe bevredigend het is om iets te maken over een onderwerp dat me echt aan het hart gaat. En hoeveel voldoening het geeft als je daarbij van betekenis kunt zijn voor anderen.’

Voor het programma BN’ers in het ziekenhuis: Leren van de helden liep je een maand mee in het Erasmus MC. Hoe was dat?

‘Mooi en waardevol, maar ook pittig. Ik draaide mee op de afdeling die intensieve zorg biedt aan patiënten voor en na een operatie. En dan zie je heftige dingen. Mensen die na de operatie te horen krijgen dat ze niet lang meer te leven hebben. Mensen die daar wakker worden, zonder familie, en die dan heel graag even een knuffel willen. Maar dat mag je dan niet doen, vanwege corona. Verschrikkelijk. Het leed van al die mensen kwam echt diep binnen. Als ik dan thuiskwam in een donker huis, vond ik het soms lastig om dat weer van me af te schudden.’

Lees ook:
Talitha Muusse: ‘Mensen begrijpen me vaak verkeerd’

Wat is het waardevolste dat je in die periode hebt geleerd?

‘Hoe onmisbaar verpleegkundigen zijn. Heel eerlijk, ik dacht altijd: zij verschonen je bed, geven je een bouillonnetje en een aai over je bol en dat is het dan wel. Maar niets is minder waar. Zij hebben zo veel medische kennis. Ze zijn echt een verlengstuk van de arts. Ik heb hun werk en de verantwoordelijkheid die zij dragen enorm onderschat.’

Wat vond je zelf het moeilijkst aan het werk?

‘Dat ik niet tegen mensen mocht zeggen dat het goed zou komen. Ik zeg de hele dag door tegen iedereen dat alles goed komt. Maar dat mocht nu niet. Want soms weet je niet of het goed komt. En soms weet je zeker dat het niet goed komt. Maar wat zeg je dan? Hoe troost je iemand als je niet kunt zeggen dat het goed komt? Hoe troost je iemand voor wie alles even hopeloos lijkt?’

Heb je daar een antwoord op gekregen?

‘Nee, eigenlijk niet. Het blijft gewoon heel moeilijk. Ik heb wel veel geleerd van de mensen die daar werken. Chantal bijvoorbeeld, echt zo’n Rotterdamse rouwdouwer die al jaren in de zorg werkt. Zij deed me inzien: je kunt de uitkomst voor een patiënt niet altijd veranderen. Maar je kunt wél zorgen dat de tijd die ze bij ons doorbrengen zo prettig mogelijk verloopt. Door aandacht te geven, een grapje te maken, zorg te bieden, even een luisterend oor te zijn. Met kleine dingen kun je voor iemand ook al een groot verschil maken. Dat vond ik een troostende gedachte.’

Voor Gestalkt zet je je in voor slachtoffers van stalking. Ook geen luchtig onderwerp. Neem je jouw eigen verleden met huiselijk geweld mee in de manier waarop je zo’n programma maakt?

‘Ja, dat denk ik wel. Ik vond het een eer dat ik het stokje mocht overnemen als presentator, omdat mijn voorgangers echt misdaadjournalisten zijn. Maar ik neem mijn eigen bagage mee die van waarde kan zijn. Huiselijk geweld en stalking hebben veel raakvlakken, omdat het allebei over onveiligheid gaat. En net als bij huiselijk geweld hebben slachtoffers van stalking te maken met isolatie en angst. Ik weet zelf wat dat met je doet en hoe groot de impact daarvan kan zijn. Daarnaast denk ik dat ik me door mijn ervaringen met mijn vader ook wel in de daders kan verplaatsen.’

Hoe bedoel je dat?

‘Mijn vader was gewelddadig en heeft ons leven tot een hel gemaakt, maar hij is óók een slachtoffer. Van psychisch lijden, van falende instanties, van een leven dat voor hem ook vooral een lijdensweg is geweest. Ik weet uit ervaring dat mensen niet alleen maar goed of slecht zijn. Dat situaties nooit zo zwart-wit zijn. Ik veroordeel mensen niet snel, omdat ik weet dat een verhaal altijd meerdere kanten heeft. Iedereen kan in de shit terechtkomen of in de war raken. Maar als het niet goed met je gaat, val je er in deze maatschappij al snel buiten.’

Tekst: Floor Bakhuys Roozeboom| Foto’s Olcay Gulsen: Tom ten Seldam

Het hele interview met Olcay Gulsen lees je in VIVA-12-2021. Deze editie ligt vanaf 24 maart in de winkel of lees je hieronder verder via Blendle. 

» LEES VERDER VIA BLENDLE «

Sommige artikelen kun je maar gedeeltelijk lezen op viva.nl, omdat ze afkomstig zijn uit de papieren VIVA. Uit respect naar onze abonnees én om te zorgen dat wij online leuke gratis content kunnen blijven maken, linken wij je door naar Blendle om het hele artikel te lezen. Dit is een online platform waar je betaalt per artikel – in de meeste gevallen een paar dubbeltjes – en de journalistiek mee steunt. We hopen te kunnen rekenen op je begrip! 

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.