Marit (34): ‘Nu pas merk ik hoe irritant mijn verloofde is’

irritante verloofde

Aanvankelijk zag Marit (34) de verplichte quarantaine met haar verloofde wel zitten. Maar inmiddels twijfelt ze ernstig of ze überhaupt nog wel wil trouwen.

‘Net verloofd met een knappe piloot, samen in quarantaine… Je zou bijna denken dat het een script is van een romantische komedie. Misschien zelfs een met een erotisch tintje. Maar in werkelijkheid lijkt dit scenario eerder uit te draaien op een episch drama.

Victor, mijn vriend, is dus piloot. Het klinkt misschien oppervlakkig, maar dat was een van de dingen die me enorm in hem aantrokken: niet alleen omdat hij er waanzinnig lekker uitziet in zijn pak, maar ook door zijn gedrevenheid, zijn passie voor zijn werk, de manier waarop hij erover kon vertellen en de natuurlijke controle die hij leek uit te stralen. Ik hing aan zijn lippen als hij vertelde over alle plaatsen waar hij voor zijn werk was geweest, of de keren dat hij in een spannende situatie tijdens het vliegen had gezeten. Ik voelde me veilig bij hem. Deze man zou me – ons – door de moeilijkste stormen heen kunnen loodsen. Letterlijk en figuurlijk. Ik was nog nooit zo verliefd geweest, en dat was wederzijds. Al na een halfjaar woonden we samen en nog een halfjaar daarna vroeg Victor me ten huwelijk, midden op Times Square. Ik schiet nog steeds vol als ik terugdenk aan dat moment. Om ons heen stonden mensen die klapten en joelden terwijl ik door de tranen heen de ring probeerde te zien die Victor aan mijn vinger schoof. Ik heb me vaak afgevraagd waar ik al dat geluk aan had verdiend, mijn leven met Victor leek wel een sprookje. Alleen dat gedeelte over ‘nog lang en gelukkig leven’, daar begin ik nu toch aan te twijfelen.’

‘Ik was ervan overtuigd dat deze man me door de moeilijkste stormen heen zou loodsen.’

Isolatie deluxe

‘Door zijn werk was Victor normaal gesproken vaak weg, waarna hij twee of drie volle dagen thuis was. Die tijd brachten we altijd zo veel mogelijk samen door, en we hebben ook al heel wat lange vakanties achter de rug. Dat ging altijd prima, dus toen het vliegverkeer door de uitbraak van het coronavirus zo’n beetje op zijn gat kwam te liggen en Victor dus veel meer dan normaal thuis zou zijn, voorzag ik geen problemen. We woonden al samen, en we waren ook al eens zes weken samen door Midden- en Zuid-Amerika getrokken en drie weken door Azië, in niet altijd even  luxe omstandigheden. Een paar weken samen in ons heerlijk comfortabele huis mét tuin en groot dakterras leek me een eitje. Sterker nog: ik werd er best een beetje enthousiast van. Waarom zouden we naar een of ander exotisch oord moeten vliegen als we romantische picknicks konden houden op het dakterras en urenlang samen in bad konden met kaarslicht?

De eerste week ging alles ook nog prima. Ik moet eerlijk bekennen dat we toen niet heel erg boven op het nieuws zaten en het nog een beetje als een onverwachte vakantie voelde. Hoewel ik als grafisch vormgever vanuit huis werk en mijn opdrachten in een rustig tempo doorliepen, grepen we de deze kans aan om behalve wat ‘achterstallige’ seks ook wat klusjes op te pakken die al een tijdje lagen te wachten. Ook ging Victor nog regelmatig met een vriend het bos in om een paar uur te mountainbiken. We deden voornamelijk aan social distancing om anderen te beschermen. Maar toen langzaam duidelijk werd dat het echt niet alleen oude mensen waren die hevig getroffen werden door het virus, veranderde dat. Ineens waren we dus ‘echt’ samen thuis. En omdat je een kelderkast maar één keer kunt uitmesten en die paar vergeten lampen inmiddels ook wel hingen, begon het gevoel van opgesloten zitten ons toch wat meer naar de keel te grijpen. Ook omdat Victor verre van relaxed was. Hij zat de hele dag boven op het nieuws en meldde zo ongeveer elk uur hoeveel doden er in de allerlei landen waren gevallen. En toen viel me dus pas op hoe irritant Victor is.’

Dodelijke pizza

‘Ik merkte bijvoorbeeld dat hij een aantal eigenaardigheden heeft die me voorheen nooit irriteerden of me zelfs maar opvielen, maar die nu godsgruwelijk op mijn zenuwen werkten. Kleine dingen, zoals openlijk aan zijn teennagels peuteren en bepaalde gezichtsuitdrukkingen die hij heeft als hij weer eens dwangmatig aan het googelen is naar symptomen van corona. Maar ook kanten van zijn karakter die ik tot dusver niet had gezien of die simpelweg niet boven water waren gekomen. Zo is hij werkelijk panisch om corona te krijgen, zelfs al is de kans sinds we 24/7 thuis zitten praktisch tot nul gereduceerd. Ik snap echt wel dat hij op zijn gezondheid wil letten, helemaal nu duidelijk is geworden dat er ook op het oog gezonde jonge mensen sterven aan het virus, maar laatst flipte hij al volledig toen ik een pizza had besteld.

‘Hij vroeg of ik met mezelf zou kunnen leven als ik zijn dood op mijn geweten zou hebben.’

Hij hield een woedende monoloog over dat we ‘totaal geen zicht hebben op hoe zo’n pizza bereid wordt’. Zelfs toen ik hem vertelde dat op de site van het restaurant stond dat ze de nauwkeurigste veiligheidsregels in acht nemen, gedroeg hij zich alsof er mensen zouden kunnen zijn die, gewoon voor de lol, expres aan zijn pizza pepperoni hadden gelikt voordat die aan de deur werd bezorgd. Hij kreeg zelfs spuugbelletjes van drift in zijn mondhoeken toen hij me er op attendeerde dat ik ‘blijkbaar niet meer wist dat hij als kind een keer zware bronchitis had gehad’ waardoor hij volgens hem in een kwetsbare groep viel, en mij in één moeite door verweet dat zijn gezondheid me blijkbaar niet echt interesseerde. En hij weigerde dus niet alleen om zijn eigen pizza te eten, maar we kregen ook nog eens de grootste ruzie toen ik de mijne wél wilde eten. Hij sloeg de pizzapunt waarvan ik een hap wilde nemen nog net niet uit mijn hand, maar hij dreigde wel niet meer naast me te gaan slapen omdat ik weleens besmet zou kunnen raken. Vervolgens vroeg hij me of ik nog met mezelf zou kunnen leven als ik – in het ergste geval – ‘zijn dood op mijn geweten zou hebben’. Uiteindelijk liep de ruzie zo hoog op dat ik de pizza’s maar in de kliko kieperde en we zwijgend ons avondmaal van crackers met pindakaas naar binnen werkten.’

Niet wéér ruzie

‘De volgende dag probeerde ik het een beetje te relativeren, omdat het nu eenmaal niet echt gezellig is om elkaar te negeren als je samen voor onbepaalde tijd opgesloten zit. Maar ik was wel behoorlijk opgelucht toen Victor, compleet met FFP3-masker, vuurwerkbril en plastic handschoenen naar de buurtsuper vertrok om voor de komende weken boodschappen in te slaan. Eindelijk even alleen, dacht ik. Ik waagde het maar niet om een opmerking over zijn voorzorgsmaatregelen te maken. Het masker hadden we ooit aangeschaft tijdens het verbouwen, toen we erachter kwamen dat er asbest in onze schuur zat. Ik moest echt op mijn tong bijten om niet voor te stellen dat we het misschien beter aan het ziekenhuis konden doneren, gezien het grote tekort aan medische maskers. Ik had zelfs willen voorstellen om in plaats daarvan zelf een mondkapje voor Victor te naaien volgens een YouTube-tutorial. En ik had eigenlijk ook wel een opmerking willen maken over de enorme stapel plastic handschoenen die Victor proletarisch had ingeslagen bij het tankstation… Maar ik was te laf.

‘Achter zijn rug om maakte ik geïrriteerd het hamstergebaar van de gebaren-tolk op de persconferentie’

Victor zag de bui blijkbaar al hangen, en keek me vanachter zijn vuurwerkbril aan met een blik van ‘waag het eens iets te zeggen’. En heel eerlijk: ik had gewoon geen zin om weer een ruzie te beginnen. Victor leek nu eenmaal panisch te zijn over zijn gezondheid, maar mij naar de winkel laten gaan, wilde hij ook niet. Want als hij zelf ging, wist hij tenminste zeker dat hij ‘alle veiligheidsvoorschriften in acht zou nemen’.

Zo fijn, dat vertrouwen tussen ons, dacht ik smalend, maar ik hield wijselijk mijn mond. En dat deed ik ook toen Victor thuiskwam met drie grote shoppers vol toiletpapier, bovenop de normale boodschappen. ‘Het is niet nodig om te hamsteren. Ik geloof dat je genoeg naar het nieuws hebt gekeken om dat inmiddels te weten?’ zei ik toen hij piramides van wc-papier stond op te stapelen in de badkamer. Victor wierp me een vernietigende blik toe en zei dat dat alleen opging voor mensen die niet in de gaten hadden hoe erg de situatie werkelijk was, maar dat hij voorlopig niet van plan was om opnieuw naar de supermarkt te gaan. Ik liet het op dat moment maar gaan, al maakte ik achter zijn rug het hamstergebaar van de gebarentolk dat onlangs viral ging op social media. En ik begon me af te vragen of het normaal was dat ik me zo enorm ergerde aan de man met wie ik volgend jaar zou gaan trouwen.’

Levenslange irritaties

‘En dat doe ik nog steeds. Ik maak me serieus zorgen over hoe ik de rest van mijn leven moet doorbrengen met iemand met wie ik niet eens twee weken aaneengesloten in een huis kan zijn zonder bijna tegen het plafond te vliegen van frustratie. Het is echt een eyeopener dat een backpackreis, hoe oncomfortabel ook, toch echt niet te vergelijken is met een situatie waarin je je niet alleen verveelt maar ook gestrest bent en er geen mogelijkheid is om te vluchten naar de sportschool of een afspraak met vriendinnen.

Aan de andere kant twijfel ik ook aan mezelf. Het kan natuurlijk heel goed dat de huidige wereldwijde angst mijn vermogen om de situatie objectief te bekijken beïnvloedt, en het is ook wel logisch dat Victor niet reageert zoals hij normaal zou doen. Maar wat nu als dit wel een deel van zijn persoonlijkheid is dat alleen maar groter wordt naarmate we straks ouder worden? Stel je voor dat Victor met pensioen is en kwaaltjes krijgt en zich de godganse dag gaat gedragen zoals nu? Natuurlijk ligt dat nog heel ver in de toekomst, maar toch zet het me wel aan het denken… Als je zoiets van tevoren weet, is het dan wel verstandig om je een leven lang aan iemand te verbinden? Je trouwt tenslotte niet met het idee dat je eventueel wel weer kunt gaan scheiden als je man irritant begint te doen.

Ik heb geprobeerd er met vriendinnen over te praten, maar dat gaat een beetje lastig als degene over wie je wilt praten voortdurend op je lip zit. En op zich is het logisch dat dit een zenuwslopende tijd is, dus ik wil ook zeker niet al te voorbarige beslissingen nemen.’

Nog lang en ongelukkig?

‘Ik weet dat ik er eigenlijk met Victor over moet praten, maar ik hik ertegen aan. Hoe moet ik beginnen? ‘Zeg schat, ik heb onlangs gemerkt dat ik je gezichtsuitdrukkingen haat en me rot erger aan je niet erg sociale gedrag’ lijkt me niet echt een goede openingszin. Dus tot nu toe kies ik de weg van de minste weerstand. Ik heb gezegd dat ik een paar grote online klussen heb gekregen en sluit me op in de kamer die als mijn kantoor dient. Daar werk ik wel, maar slechts een derde van de tijd. Voor de rest surf ik op internet en kijk ik op Instagram naar foto’s uit betere tijden. Ik probeer het gezellig te houden met Victor en op zich lukt dat ook wel als je je met volle verbetenheid stort op het bingewatchen van Ozark of het nieuwe seizoen van La casa de papel.

‘Hoe moet ik de rest van mijn leven delen met iemand  met wie ik niet eens twee weken in één huis’

Erg diepgaand is onze relatie momenteel niet, maar extreme tijden vragen nu eenmaal om extreme maatregelen. Wanneer ik over een paar maanden – als alles hopelijk weer normaal is – merk dat Victor me nog steeds irriteert, dan wordt het absoluut tijd om onze relatie opnieuw onder de loep te nemen. Zelfs al zou dat betekenen dat ons sprookje voorgoed ten einde is. Want voor een ‘en ze leefden nog lang en ongelukkig’ zou ik op dit moment toch echt niet tekenen.’

Tekst: Vivienne Groenewoud | Beeld: iStock 

Dit verhaal komt uit VIVA-2020-15. Dit nummer ligt t/m 14 april in de winkel of kun je hier online bestellen.