Rebecca: ‘Mijn moeder werd verkracht, ze heeft me nooit gewild’

moeder verkracht

Dolgraag wilde Rebecca (26) weten wie haar vader was. Tot haar moeder haar vier jaar geleden de waarheid vertelde over wie hij was en hoe Rebecca verwekt was. Dat was niet bepaald een opluchting…

‘Ik heb het gevoel alsof er altijd een schaduw boven mijn leven heeft gehangen. Nu weet ik wat dat was: het gevoel dat ik nooit had moeten bestaan. Ik weet dat mijn moeder haar best doet, maar ook dat ze niet van me houdt zoals ze dat wel van mijn broer en zus doet. Toen ik ontdekte op wat voor manier ik ben verwekt, viel alles op zijn plek: het onbestemde gevoel waar ik mijn vinger niet op kon leggen. Niet dat het een opluchting was, want hoewel ik mijn biologische vader, of verwekker – zoals ik het liever noem – nooit heb gekend en hem ook niet wil kennen, heb ik voor vijftig procent zijn genen. Daardoor voel ik me vies. Besmeurd. Alsof ik mijn leven lang mijn best moet doen. Perfect moet zijn. Om te compenseren voor de manier waarop ik ben verwekt. Niet door liefde, maar in een sfeer van angst en geweld. Door een verkrachting. Ik schaam me nu ik weet wat mijn vader mijn moeder heeft aangedaan.’

DNA onbekend

‘Ik kwam er pas laat achter. Mijn moeder was wel duidelijk over het feit dat ik niet dezelfde vader had als mijn oudere broer en zus, maar ze deed het voorkomen alsof ik uit een kortstondige relatie met een man in het buitenland was geboren. Hij wist van mijn bestaan, zei ze, maar hij wilde geen contact. Toen ik rond mijn 22e de drang kreeg om toch contact te zoeken en bij mijn moeder begon aan te dringen om meer informatie, heeft ze me tijdens een lange wandeling in het bos verteld hoe de vork in de steel zit. Ik voelde me zo stom. Ik had zelfs al hele scenario’s bedacht waarbij ik een televisieprogramma zoals DNA onbekend zou inschakelen en mijn vader me alsnog geëmotioneerd in zijn armen zou sluiten als hij me zag. Misschien had hij zich inmiddels wel bedacht en hunkerde hij er ook naar om zijn dochter te leren kennen, maar wist hij net als ik niet goed waar te beginnen. De waarheid was helaas niet zo rooskleurig. Eerder inktzwart.
Stel je de situatie maar voor: een nog jonge vrouw die eind jaren tachtig plotseling weduwe werd. Ineens was ze alleenstaand met twee jonge kinderen van twaalf en acht. Om de rekeningen te kunnen betalen, werkte ze zich drie slagen in de rondte in de horeca, terwijl mijn halfbroer en -zus werden opgevangen door mijn opa en oma. Op een avond draaide ze een late dienst. Het was al na twee uur ’s nachts toen de laatste gasten naar buiten rolden, ze de bar kon schoonmaken en daarna eindelijk naar huis kon. Ze moest alleen nog een vuilniszak weggooien in de container die op de parkeerplaats stond, toen ze van achteren werd gegrepen door een man die zo sterk was dat ze niets tegen hem kon beginnen.’

Geen aangifte

‘Omdat het aardedonker was, weet ze niet hoe hij eruitzag, behalve dat hij lang was en sterk. Veel te sterk. Het duurde niet lang wat hij met haar deed, maar het voelde als een eeuwigheid, vertelde ze. Na de verkrachting duwde hij haar ruw in de bosjes en op de een of andere manier wist ze bij haar auto te komen. Ze was blij dat haar kinderen bij opa en oma logeerden, zei ze, omdat het haar de tijd gaf om te herstellen. Het enige wat ze wilde, was vergeten wat er was gebeurd. Ze stond uren onder de douche en schrobde zich tot bloedens toe. Daarna drukte ze weg wat er was gebeurd. Tot ze zich na twee maanden realiseerde dat ze overtijd was. Natuurlijk heb ik aan mijn moeder gevraagd waarom ze niet naar de dokter is gegaan of een morning-afterpil heeft geslikt. Waarom ze niet eens aangifte heeft gedaan. Maar blijkbaar wilde ze zo graag vergeten wat er was gebeurd, dat ze het helemaal heeft geblockt. Zelfs de mogelijke gevolgen van die avond. Ik weet niet hoe zoiets werkt in het hoofd van iemand die een trauma heeft opgelopen, maar ik moet het er maar mee doen. 
Mijn moeder heeft me nooit gewild, maar toen ik haar vroeg waarom ze destijds niet voor een abortus heeft gekozen, zei ze dat dat voor haar had gevoeld alsof ze nogmaals werd verkracht, alleen nu op haar eigen verzoek. Op internet heb ik gelezen dat zeventig procent van de vrouwen die zwanger worden als gevolg van een verkrachting, ervoor kiest het kind geboren te laten worden. Dat veel slachtoffers van seksueel geweld dit zien als een onzelfzuchtige, liefdevolle daad die hen helpt om te genezen van de vreselijke ervaring van de verkrachting zelf. Maar ik heb eerlijk gezegd nooit het idee gehad dat dit ook voor mijn moeder opging. Zeker niet toen ze me vertelde hoe moeilijk ze het vond om haar buik te zien groeien.’

Minder liefde

‘Toen het het verhaal begon te bezinken, begreep ik het. Mijn hele jeugd had ik me afgevraagd waarom mijn moeder altijd net iets harder tegen mij was dan tegen mijn broer en zus. Waarom ze me zo vaak wegduwde als ik op schoot wilde kruipen voor een knuffel. Nu de puzzelstukjes in elkaar vielen, realiseerde ik dat dat kwam door ongekanaliseerde, onderdrukte woede die ze niet op haar verkrachter kon richten, maar wel op het product daarvan. Ik. Een situatie die zowel voor haar als mij verschrikkelijk was. Het rare is dat ik het nog begrijp ook. Ik vraag me vaak af hoe mijn moeder überhaupt van me kan houden. Ik ben niets meer dan een parasiet die tegen haar wil in haar lichaam is geplant. Ik was boos toen ze zei dat ze me eerder nooit iets had verteld omdat ze me probeerde te beschermen tegen de waarheid. Tegelijkertijd voelde ik me schuldig om wat mijn moeder had moeten doorstaan. Het meest bizarre dat ik me realiseerde, is dat ik mijn ogen van haar verkrachter moet hebben. Vreemden maakten er vroeger weleens grapjes over. ‘Jij bent zeker van de melkboer?’, is zo’n zin die ik vaak als een boerin met kiespijn heb weggelachen. Al snapte ik wel wat die mensen bedoelden. Mijn broer, zus en moeder hebben blauwe en blauw-grijze ogen, die van mij zijn diep donkerbruin met lange, zwarte wimpers. Vroeger was ik daar trots op. Mijn vader was vast een knappe Italiaan, stelde ik me voor. Maar sinds ik het weet, is het alsof ik de verkrachter van mijn moeder in zijn ogen kijk bij elke blik in de spiegel.’

Grote kloof

‘Hoewel ik denk dat we eigenlijk allebei therapie nodig hebben, heeft mijn moeder me dwingend verzocht om de waarheid over mijn vader voor me te houden. Ze wil niet dat anderen het weten, zelfs mijn broer en zus niet. Om eerlijk te zijn, wil ík het ook niet. Ik walg zo van wie ik ben, dat ik niet wil dat iemand de waarheid weet. Toch voel ik wel de behoefte om mijn verhaal te vertellen. Er moeten meer kinderen zijn geboren uit een verkrachting en ik wil dat ze weten dat ze niet alleen zijn. Sinds ik de waarheid weet, is het contact met mijn moeder nog koeler dan het al was. Er is een grote kloof tussen ons, die we niet proberen te dichten. Ik denk dat het voor ons beiden makkelijker is om weinig deel uit te maken van elkaars leven. Ook met mijn broer en zus ben ik niet echt close. Maar misschien komt dat ook wel doordat zij echt vier handen op één buik zijn en ik altijd al de vreemde eend in de bijt was. Aan de andere kant: de keren dat ze toenadering zochten, vond ik het lastig om me echt voor hen open te stellen. Je bent toch voortdurend aan het liegen, iets wat me een rotgevoel geeft. Sinds ik op mezelf ben gaan wonen, nu drie jaar terug, is ons contact minimaal. Niet dat er ruzie is, je zou het meer een stilzwijgende impasse kunnen noemen. We spreken elkaar op feestdagen en met verjaardagen, maar het voelt altijd geforceerd. Toch is deze status quo voor iedereen blijkbaar comfortabeler dan het benoemen van die grote, roze olifant. Althans, voor nu.’

Ego-boost

‘Op een goede vriendin die in het buitenland woont na, weet niemand de waarheid. Ik heb op dit moment geen partner omdat ik het lastig vind om mensen dichtbij te laten komen. Sterker: ik heb nog nooit een langdurige relatie gehad, hoewel ik behoorlijk wat bedpartners heb versleten. Ik ben natuurlijk niet gek of dom. Ik weet van mezelf dat ik een buitensporige behoefte aan bevestiging heb. Hoe meer mannen me vertellen dat ik mooi, lief, lekker en slim ben, hoe beter ik me voel. Elk spreekwoordelijk streepje boven mijn hoofdeinde geeft me de validatie die ik zoek. Alsof ik een bevestiging zoek dat ik mag bestaan. Ik weet dat het niet gezond is, want zodra er echte gevoelens bij komen kijken, haak ik af. Al mijn interacties met mannen zijn bewust kortstondig, anders houd ik mijn act van vrijgevochten, zelfverzekerde meid namelijk niet vol. Toch hoop ik ooit iemand tegen te komen aan wie ik genoeg heb. Die de drang om steeds een nieuwe ego-boost te zoeken overbodig zal maken. Als ik die man tegenkom, zal ik open kaart moeten spelen. Al is het alleen maar omdat ik geen kinderen wil. Ik wil mijn genen niet doorgeven. En daar kun je niet over blijven liegen. Op internet stuitte ik onlangs op Stichting Centrum ’45, een landelijk centrum waar onder andere hulp en therapie beschikbaar is voor traumatische ouder-kindrelaties. Ze werken ook met bijvoorbeeld vluchtelingen en ouders met oorlogstrauma’s. Ik denk eigenlijk dat zowel mijn moeder en ik daar misschien baat bij kunnen hebben. Hun nummer staat in mijn telefoon. Nu alleen nog durven bellen.’