Remy Bonjasky: ‘Opgeven is geen optie’

Hij is het ultieme bewijs dat je met wilskracht alles kunt bereiken: Remy Bonjasky (43) knokte zich letterlijk van ‘onder aan de samenleving’ naar de K-1 top. Zijn luxe leventje zal hij dan ook nooit voor lief nemen.

Tekst: Jill Waas  Foto’s: Liz van Campenhout
Met dank aan Lion Noir, Amsterdam

Je hebt onlangs een nieuwe kledinglijn uitgebracht, BNJSKY, waarvoor je je inspiratie haalde uit ‘het gevecht’. Welk gevecht bedoel je?

‘Ik denk dat iedereen wel een groot of klein gevecht in zijn leven voert. De een vecht tegen overgewicht, de ander tegen pesten, weer een ander tegen een dodelijke ziekte. Met mijn kledinglijn hoop ik mensen de boodschap mee te geven dat ze nooit moeten opgeven, hoe zwaar iets ook is. Ik heb dat zelf ook nooit gedaan; mijn gevecht was dat ik mezelf van onderaan de samen-leving naar de top of the world heb geknokt.’

Want je was een jongetje uit een vrij kansloze buurt?

‘Klopt, mijn ouders gingen uit elkaar toen ik tien, elf was en we kwamen noodgedwongen in de Bijlmer terecht. Mijn moeder was analfabeet, dus een baan vinden was lastig voor haar. In die tijd was het daar niet prettig wonen: overal drugs en junkies, en veel criminaliteit. Er zijn een hoop jongens om me heen afgegleden en de verkeerde kant opgegaan. Ook vrienden gingen weleens met zo’n drugsdealer mee. Het was een heel moeilijke periode voor mij, ik heb er echt leren vechten. Mijn moeder is toen heel belangrijk geweest, ze zei altijd: ‘Een weg heeft meerdere aftakkingen, blijf op 
het rechte pad’. Mocht zij nu van bovenaf meekijken, dan kan ze wel trots zijn dat ik niet ben afgegleden. En dat wil ik anderen dus ook meegeven: jongens, doorgaan, er is altijd licht aan het einde van de tunnel.’

Hoe ben je ook létterlijk gestart met vechten?

‘Dat begon met de film Bloodsport van Jean-Claude van Damme. Hij springt daar omhoog, maakt een draaitrap en er vallen ineens drie, vier mannen van twee meter om. Ik vond dat zo fascinerend, de volgende dag op school probeerden we zelf ook van die trappen te maken, al was het natuurlijk film. Een vriend zat op kickboksen en hij nam me toen ik zeventien was mee naar Mejiro Gym in Amsterdam. Een oude, 
vieze sportschool, maar wel eentje waar 
alle toppers hebben getraind. Ik liep naar binnen met mijn mond open: wow, dat wil ik ook, ik wil de beste kickbokser worden. Ik had het geluk dat ik al vrij atletisch was, dus ik pikte het snel op. Zo snel dat de hoofdtrainer, toen ik net achttien was, vroeg:  ‘Wil je geen wedstrijden gaan vechten?’ Dat wilde ik wel, en zo is het begonnen. Tien jaar later had ik mijn eerste K-1 wereldtitel te pakken.’

Je won in totaal drie K-1 titels. Heeft dat gekte met zich meegebracht?

‘Ja, absoluut. Hier kan ik normaal over straat, want de Nederlander is vrij nuchter als het gaat om bekende mensen. Maar in landen als Japan, Roemenië of Hongarije moet ik echt een team van zes bodyguards om me heen hebben die me begeleiden.’

Zo’n gespierde kerel als jij?

‘Haha ja, het gaat er vooral om dat ik geen moeite hoef te doen om van A naar B te komen. Als die zes man niet om me heen staan, ben ik een uur bezig om twaalf meter te lopen, omdat iedereen een foto of een Snappie wil.’

Het hele interview met Remy lees je in VIVA 07. Deze editie ligt vanaf 13 februari 2019 in de winkel. Verder lezen via Blendle kan via de onderstaande button.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.