Roos: ‘Ik verzon dat ik niet kon studeren vanwege anorexia. En ze geloofden me’

Roos (28) zou door het vele feesten haar studiejaar niet halen en van de universiteit worden gestuurd. Ze zag maar één uitweg: ze maakte iedereen wijs dat ze leed aan een eetstoornis.

Tekst: Vivienne Groenewoud

‘De tranen rolden over mijn wangen. Het kwam er allemaal in één keer uit: angst, frustratie en onmacht. De decaan van mijn studie keek me vanaf de andere kant van het grote bruine bureau streng aan over haar rode bril. Ze dacht dat ik huilde om mijn anorexia en dat ik daardoor mijn studiejaar niet had gehaald. Ze moest eens weten.

Ik was achttien, geslaagd voor het gymnasium, en alles zag er rooskleurig uit. Ik zou gaan studeren en op kamers gaan in een grote studentenstad. Daar had ik een piepkleine kamer bemachtigd in een mooi grachtenpand met twintig andere jongens en meiden, ik kon niet wachten om er te gaan wonen. Dat ik naar de universiteit zou gaan, stond vast. Zo gaat dat nou eenmaal in mijn familie. Mijn vader is arts en mijn moeder psycholoog. Tegen hun zin in koos ik voor kunstgeschiedenis. Ze zeiden het niet met zo veel woorden, maar ik voelde het. Af en toe kreeg ik een opmerking als: ‘Lijkt geneeskunde je dan niet wat?’ en ‘Wat kun je in godsnaam worden met een studie kunstgeschiedenis?’ Maar het leek me ‘gewoon leuk’ en wat ik ermee zou worden, zag ik later wel. Vooral het studentenleven leek me fantastisch.

Dat was het ook. Elke dag was één groot feest. Ik werd lid van een studentenvereniging, ging helemaal op in mijn jaarclub, dispuut en feestjes met huis-
genoten. Ik leerde veel mensen kennen en wilde niks missen: verkleedfeestjes op maandag, kroegentocht op dinsdag en stapavond op donderdag. De avonden dat ik geen feestjes buiten de deur had, verzonnen we wel wat in ons studentenhuis. Hoewel ik genoot van alles, durfde ik ook geen nee te zeggen, want je bent eerstejaars en hebt heel wat te bewijzen. Het gebeurde regelmatig dat we doordeweeks na het eten drankspelletjes deden. Dan renden we ’s nachts als kinderen door de gangen van het huis, trokken de brandslang uit of maakten muurschilderingen. Tot zeven uur ’s ochtends stonden we lallend op de tafels te dansen. Om vervolgens twee uur later in de collegebanken te zitten. Ja, ik ging altijd naar college. Dat was de ongeschreven regel in het studentenwereldje: zo veel mogelijk feesten, maar wel naar college gaan en je studiepunten halen. Dan hoorde je erbij. Als je alleen maar feestte en niet meer deed dan je kater uitslapen, was je een loser. Geen idee hoe iedereen dat volhield. Want fysiek zat ik er wel, maar geestelijk totaal niet.’

‘Elke dag was een groot feest en ik wilde niets missen’

Schade inhalen

‘Ik was tijdens de lessen vooral bezig mijn ogen open te houden en niet aan mijn kater te denken. ’s Middags sliep ik vaak. Dat deden wel meer huisgenoten. Intussen had ik nog geen studiepunt binnen. Vlak voor de tentamenperiode 
in december dook ik in de boeken en studeerde me suf om de schade in te halen. Maar je begrijpt: meer dan de helft van de tentamens haalde ik niet. Op dat moment was ik nog nergens bang voor. Ik schoof die zorgen voor me uit en stortte me weer volledig op het studentenleven. Nou ja, het feesten dan. Als ik had geweten hoeveel ellende me dat een halfjaar later zou opleveren, had ik dat zeker niet gedaan. Voor de studentenvereniging zat ik in verschillende commissies, ik organiseerde themafeesten en ook voor mijn huisgenoten regelde ik dingen als het huisfeest en weekendjes weg. Mijn studiestof liet ik links liggen, maar ik leerde wel ontzettend veel in die tijd. Vooral op sociaal gebied. Ik werd vrijer, spontaner en kreeg meer zelfvertrouwen. Dat merkten mijn ouders ook wanneer ik sporadisch een weekend naar hen toe kwam om uit te rusten. Als ze naar mijn studie vroegen, zei ik, net als tegen mijn vrienden, dat het goed ging. En dat ik mijn tentamens had gehaald. Ze hadden niets in de gaten. Ik kon het ze niet 
vertellen, ze zouden boos worden en bovendien zou ik heel erg in hun achting dalen. Ze vonden kunstgeschiedenis al zo’n pretstudie.’

‘Tijdens college was ik vooral bezig mijn ogen open te houden’

De redding nabij

‘In het laatste semester van mijn studiejaar, rond april, kwamen de zorgen. Als ik mijn hertentamens niet zou halen, zou ik van de opleiding worden gestuurd. Mijn ouders zien me aankomen, dacht ik. Hun brave, slimme dochter die haar studie niet haalt? Het zou een schande zijn. In mei maakte ik een eindsprint. Ik zette de feestjes even op een laag pitje en ging er helemaal voor. Ik moest en zou die hertentamens halen, ik wilde niet falen. Niet voor mezelf, niet voor mijn vrienden die wel alles haalden en vooral niet voor mijn ouders. Maar het was te laat. Ik had voor twee van de zes tentamens een vijf, dus zou ik van de opleiding worden gestuurd. Radeloos was ik. Een paar dagen bracht ik huilend in mijn kamer door. Ik was in paniek, wist niet wat ik moest doen. Ik wilde helemaal geen andere studie zoeken, kunstgeschiedenis vond ik interessant. Hoe stom kon ik zijn om het hele jaar alleen maar te feesten? Toen ik op zo’n huildag van mijn kamer naar de keuken liep, vertelde een huisgenoot over Rob, een andere huisgenoot, die bezig was met het schrijven van een brief aan de universiteit. Ook hij zou zijn jaar niet halen. ‘Een brief, hoe bedoel je?’ vroeg ik verbaasd. ‘Rob hangt een onzinverhaal op over dat hij depressief is geweest dit jaar, misschien kan hij dan toch nog door naar het volgende jaar.’ Ik wist het meteen: dit wordt mijn redding.

Maar wat voor probleem zou ik verzinnen? Om me heen zag ik veel studentes worstelen met eetproblemen. Ondanks de liters alcohol en dozen pizza’s per week, bleef ik dun. Mager zelfs. Daar baalde ik soms van omdat ik wel wat meer rondingen had willen hebben, maar nu kwam het me goed van pas. Ik verzon dat ik aan anorexia leed. In een emotionele brief schreef ik hoe erg mijn studie geleden had onder mijn ziekte. Die brief ligt nu ergens weggestopt in een la. Ik schaam me rot als ik alleen al de envelop zie.’

Verrassing

‘Een week later zat ik huilend aan het bureau van de decaan. ‘Zo, dus jij kon niet studeren door je eetprobleem?’ zei ze enigszins argwanend. Ik knikte huilend, terwijl ik naar beneden keek. Wat voelde ik me vreselijk. Ik zat glashard te liegen en was doodsbang dat ze me niet zou geloven. ‘De enige optie om nog door te kunnen naar volgend jaar is als een psycholoog bevestigt dat je inderdaad ziek bent geweest.’ Geschrokken keek ik haar aan. Een psycholoog? Nu ging het wel heel ver. Maar het was mijn laatste hoop. Mijn leven hing er voor mijn gevoel vanaf. Ik wilde niet falen. Daarnaast wilde ik echt door met kunstgeschiedenis. Diezelfde dag maakte ik een afspraak met een psycholoog. Om me goed in mijn rol te kunnen inleven, las ik op internet verhalen van meisjes met anorexia. Ik bleek een geweldige actrice.

‘Ik kreeg zelfs een vergoeding, dus kocht ik laarzen en ging op vakantie’

Nog voordat ik de rode bank van de psycholoog bereikte, barstte ik in janken uit. Van de zenuwen. Ik beantwoordde de vragen zo goed als ik kon. Ik zei dingen als: ‘Soms lag ik met honger in bed, ik had geen kracht om naar college te gaan.’ En: ‘Ik was alleen maar obsessief bezig met niet-eten, ik had de energie niet om te studeren.’ Ik moest haar beloven dat ik hulp zou zoeken. Om je rot te schamen, natuurlijk. Een week later viel de verlossende brief op de mat. ‘Roos heeft voor tachtig procent van de tijd hinder ondervonden bij het studeren het afgelopen jaar. Daarom is ze toegelaten tot het volgende jaar.’ Ik was door het dolle heen en stond letterlijk te springen in de gang. Ik kon verder studeren en niemand hoefde iets te weten. Toen ik de brief verder las, werden mijn ogen groot van verbazing. Er stond dat ik recht had op een vergoeding. Wát? Ik had daarvoor alleen een handtekening nodig van een studiecoördinator. Zonder gêne hing ik mijn verhaal nog een keer op, ik begon er bijna zelf in te geloven. Na een paar weken werd het geld gestort. Bijna tweeduizend euro. Het voelde dubbel, maar als arme student kon ik mijn geluk niet op. Ik ben meteen gaan shoppen. Laarzen van vierhonderd euro, dure spijkbroek, wat truitjes. Zonder schuldgevoel rekende ik ze af. Van de rest van het geld ben ik lekker op vakantie gegaan.’

Spijt en schaamte

‘Het schuldgevoel kwam later. Het is inmiddels negen jaar geleden dat ik die brief schreef. Na dat jaar vond ik een betere balans tussen feesten en studeren. Ik ben een paar jaar geleden afgestudeerd en heb een goede baan. Eigenlijk dacht ik er nooit meer aan. Totdat mijn zusje, die Engels studeert, me een verhaal vertelde over haar studiegenoot Jeroen. De jongen had afgelopen jaar plotseling zijn vader verloren, waardoor zijn studie in het slop was geraakt. Toch deed de decaan moeilijk over uitstel van tentamens, en zou hij ook zijn studiegeld niet terugkrijgen van het afgelopen jaar. Wat bleek: doordat veel studenten jaren geleden blijkbaar hetzelfde deden als ik, is de school veel strenger geworden. Mijn studententijd was geweldig, maar als ik het opnieuw kon doen, zou ik het anders aanpakken. Minder feesten en meer studeren. Ik schaam me diep dat mensen als Jeroen onder andere van mijn actie de dupe zijn geworden.’

Dit verhaal is afkomstig uit VIVA 42 2016.

Wil je niets meer missen van VIVA? Neem een abonnement. Profiteer nú van onze speciale aanbieding: 10 nummers voor slechts €10.

Beeld iStock