Sabine heeft zes miskramen gehad: ‘Hoe kon ik mijn man vertellen dat ik wéér een kindje was verloren?’

Sabine (30) en haar man hoopten op drie kinderen. Maar tot zes keer toe, in nog geen drie jaar tijd, eindigden haar zwangerschappen in een miskraam. Ze ging er bijna aan onderdoor.

‘Als kind wist ik al: ik wil later dolgraag moeder worden. Op mijn vijfde maakte ik tekeningen van mijn bruiloft en van de kinderen die ik zou krijgen. Mijn kinderwens werd alleen maar sterker naarmate ik ouder werd. Toen ik op mijn 24e verliefd werd op Rens, dacht ik: dit zou weleens de vader van mijn kinderen kunnen worden. Al vrij snel hadden we het over onze toekomst. Ik zou eerst m’n opleiding afmaken, dan gingen we trouwen en vervolgens aan een gezin beginnen. We hoopten op drie kinderen. Bij Rens thuis waren ze met z’n drieën, terwijl ik enig kind ben en graag broertjes en zusjes had willen hebben.

Drie leek ons dus een mooi aantal.In 2016 trouwden we en na onze huwelijksreis op Bali ging ik naar de huisarts om mijn spiraaltje te laten verwijderen. Drie maanden later was ik zwanger. Ik wilde het van de daken schreeuwen en kocht als cadeautje voor Rens een naambordje met daarop ‘Familie Berghuis’, voor op onze deur. Want we waren niet langer een echtpaar, maar een gezin. Ik was 27, zwanger en zielsgelukkig.’

Diep vermoeden

‘Daar kwam in de zesde week een eind aan. Ik zat op de bank en toen ik opstond, dook ik voorover van een heftige kramp in mijn buik. Ik snelde naar de wc waar ik de bloedstolsels uit me zag stromen. Ik had ons kindje verloren. Al was het nog geen kindje, zo voelde het wel. Het was meer dan een hoopje cellen, het was onze toekomst die wegebde. Rens troostte me: ‘Schat, dit is nu eenmaal zo, we hadden pech, we proberen het gewoon weer.’ Dat klonk logisch. Ik wist dat veel vrouwen een miskraam krijgen, vooral bij hun eerste zwangerschap. Maar diep vanbinnen vermoedde ik dat er in mijn geval weleens meer aan de hand kon zijn. Toen ik een jaar of tien was, zei ik tegen mijn moeder: ‘Ik vraag me af of ik makkelijk kindjes kan krijgen later als ik groot ben.’ Ik was namelijk heel vaak ziek. Als de r in de maand zat, had ik maandelijks griep en ik heb geregeld een longontsteking gehad. En toen ik nog maar drie maanden oud was, kreeg ik een hersenvliesontsteking waaraan ik bijna overleed.

Op mijn negentiende had ik een lichte TIA. Mijn huisarts weet dit aan een slechte weerstand. Ik had dus al de nodige gezondheidsproblemen gehad en daar had ik van geleerd: mijn lijf doet wel vaker niet wat ik wil en het leven is niet maakbaar.Helaas werd mijn gevoel dat er iets mis was bevestigd toen ook mijn tweede en derde zwangerschap uitmondden in een miskraam, ook weer rond de zesde week. De tweede miskraam was een klap en maakte me intens verdrietig. De derde keer brak ik. Huilend in de badkamer, kijkend naar de bloedstolsels, ging er van alles door me heen. Ik voelde me zo ontzettend leeg vanbinnen. Mijn lichaam bereidde zich voor op het moederschap en ik was bezig met het nieuwe leven in me. Dat viel voor de zoveelste keer weg. Hoe kon ik mijn man vertellen dat ik wéér een kindje was verloren? Mijn ouders wisten niet van mijn eerste twee miskramen. Ik wilde ze zo graag kleinkinderen geven en de miskramen voelden als falen.

De derde keer vertelde ik het wel. Dat ik drie keer had gefaald en het zo erg voor ze vond. Mijn moeder huilde met me mee en troostte me. Mijn vader gaf me een dikke knuffel en zei dat hij van me hield. Het was heel verdrietig maar mijn schuldgevoel was nergens voor nodig, drukten ze me op het hart. Ook Rens was een grote steun voor me, evenals mijn beste vriendinnen. Die stonden voor me klaar na de eerste miskraam. En na de tweede. En na de derde. Mijn beste vriendin heeft twee dochters die op zo’n directe, kinderlijke manier zeiden: ‘Je kunt moeilijk een baby krijgen, hè?’ En me knuffelden en toevoegden: ‘Je zou een topmoeder zijn!’ Dat deed me goed.’

Geen lichtpuntjes

‘Om te achterhalen wat er telkens misging, verwees mijn huisarts me door naar de gynaecoloog. Die onderzocht me en zei dat ik gewoon pech had; dit overkomt zoveel vrouwen. Mijn man en ik probeerden het weer. Toen ik voor de vierde keer zwanger werd en zes weken later de vierde miskraam volgde, werd ik depressief. Ik was altijd positief ingesteld en vrolijk, maar zag nu geen lichtpuntjes meer. Mijn werk als begeleider in de psychiatrische gezondheidszorg kon ik onmogelijk meer opbrengen en ik zat thuis. Mijn man eiste meer onderzoeken bij de gynaecoloog, want dit kon niet langer worden afgedaan als pech, er moest een lichamelijke oorzaak zijn.

Na een uitgebreid bloedonderzoek werd ik een maand later gebeld door de dokter: ik had APS, een auto-immuunziekte waarbij het lichaam te snel stolsels vormt in bloedvaten. Dat kan leiden tot stolselproblemen door het hele lichaam en verminderde energie, stevige hoofdpijn. De puzzelstukjes vielen op z’n plek: ik had inderdaad vaak hoofdpijn, was altijd vermoeid, mijn hersenvliesontsteking en TIA werden hierdoor verklaard. Het UMC Utrecht, waar ik uitgebreider werd onderzocht, ontdekte dat ik daarnaast nog een andere een auto-immuunziekte heb: SLE. Het komt erop neer dat door deze twee ziektes mijn afweersysteem totaal niet doet wat het moet doen. Dit kan onder meer leiden tot een miskraam. Door APS ontstaan er kleine stolsels die de doorbloeding van de placenta aantasten, waardoor de baby onvoldoende bloed en zuurstof toegevoerd krijgt. En de antistoffen van SLE zorgen voor een verminderde uitwisseling van voedingsstoffen tussen moeder en kind.Het feit dat ik chronisch ziek was, ging langs me heen.

Ik wilde maar één ding weten: hoe kan ik een kind krijgen? Een gynaecoloog en immunoloog stelden een plan op. Ik zou een aspirinesoort slikken en injecties met bloedverdunners krijgen om stolsels te voorkomen. Een paar maanden later was ik weer zwanger. Blij was ik niet. Ik was angstig en wapende me al tegen een teleurstelling. Maar tegelijkertijd had ik toch een beetje hoop. Ik was immers onder behandeling. Maar na zeven weken kreeg ik een bloeding en meteen een spoedecho. Daarop was een leeg vruchtzakje te zien en nog een baby van zeven weken oud met een groeiachterstand, maar met een goede hartactie. Ik was dus nog wel zwanger! Maar het mocht niet zo zijn. De volgende dag stond ik samen met mijn beste vriendin in de Kruidvat, toen ik ineens lijkwit wegtrok. Ik voelde me niet lekker en snel gingen we naar haar huis. Op de wc voelde ik een deel van het vruchtje langs mijn been glijden. Deze vijfde miskraam was traumatisch. Ik had veel pijn en verloor veel bloed. Ik wist ook niet meer wat ik met mezelf aan moest. Ik was zo boos op mijn lijf. Vaak stond ik huilend in de waskamer. Dat zou de kinderkamer worden en ik wist al waar het wiegje zou komen te staan, maar de kamer bleef leeg.’

 

Tekst Amanda van Schaik Foto Joost Hoving

Het hele interview met Sabine komt uit  in VIVA-08-2020. Deze editie kun je via deze link bestellen of lees je hieronder via blendle.

» LEES VERDER VIA BLENDLE «

Sommige artikelen kun je maar gedeeltelijk lezen op viva.nl, omdat ze afkomstig zijn uit de papieren VIVA. Uit respect naar onze abonnees én om te zorgen dat wij online leuke gratis content kunnen blijven maken, linken wij je door naar Blendle om het hele artikel te lezen. Dit is een online platform waar je betaalt per artikel – in de meeste gevallen een paar dubbeltjes – en de journalistiek mee steunt. We hopen te kunnen rekenen op je begrip! 

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.