Shirin heeft een dwangstoornis: ‘Ik wil helemaal niet schoonmaken, ik móét’

schoonmaken dwangstoornis

Shirin (25) is zó bang om ziek te worden, dat ze een dwangstoornis heeft ontwikkeld. Ze maakt vier uur per dag schoon en boodschappen doen is een dagtaak, zo hard is ze bezig om viezigheid te ontwijken.

Tekst: Amanda van Schaik

‘Een paar maanden geleden verhuisde ik naar een portiekwoning. Voordat ik bij mijn voordeur ben, moet ik twee deuren openen en door het trappenhuis lopen. De rillingen lopen over mijn rug als ik aan alle viezigheid daar denk. Ik draag altijd handschoenen, zodat ik die deurknoppen niet hoef aan te raken. Toen ik hoorde dat het trappenhuis niet wordt schoongemaakt, barstte ik in huilen uit. Het zit onder de vlekken en buren laten hun vuilniszaken daar achter. Elke keer als ik daar loop, klopt mijn hart in mijn keel. Het is mijn vleesgeworden nachtmerrie. Ik loop met een grote boog om de vuilniszakken heen, maar eenmaal thuis, twijfel ik: heb ik ze voldoende ontweken? Heb ik toch niet per ongeluk zo’n vuilniszak aangeraakt? Alles wat van buiten komt, is vies in mijn ogen. Boodschappen doen is voor mij een dagtaak. Als ik terugkom van de supermarkt, moet ik thuis meteen douchen en schone kleding aantrekken. Mijn ‘buitenoutfit’ gaat in de wasmachine. Daarna moet ik de boodschappen controleren op viezigheid en ze ontsmetten. Bananen was ik met Dettol en water, een zak chips maak ik schoon met een hygiënisch doekje. Ik ontvang thuis ook geen bezoek. De verwarming tikt al maanden, een irritant geluid, en er kan vast iets aan gedaan worden. Maar alleen al het idee van een monteur over de vloer maakt me benauwd. Want wie weet welke vieze dingen hij onder zijn schoenen heeft, welke bacteriën hij meedraagt. Dat komt dan in mijn huis. Stel dat hij per ongeluk mijn bed aanraakt…’

Altijd droge handen

‘Ik ben altijd al een netjes en hygiënisch persoon geweest, maar dat veranderde steeds meer in een obsessie. In 2016 zocht ik hulp bij de huisarts. Ik kreeg een verwijsbrief voor de psycholoog die me doorverwees naar een psychiater. Wat wel nodig was, want mijn smetvrees liep de spuigaten uit. Ik was zo’n vier uur per dag aan het schoonmaken en de hele dag bezig met het vermijden 
van viezigheid. Een obsessive compulsive disorder (OCD), constateerde mijn psychiater. Deze gaat gepaard met controledwang, ziekte-angst en een ernstige vorm van smetvrees. Ik kan dus niet tegen viezigheid en ben heel bang om ziek te worden. Mijn grootste angsten zijn bacteriën en virusinfecties, bijvoorbeeld lepra en ebola, en ook luizen en besmettelijke huidaandoeningen. Dat veel ziektes alleen voorkomen in ontwikkelingslanden weet ik, maar toch ben ik bang dat al die virussen en bacteriën om me heen zweven en me ziek kunnen maken.
Alles moet schoon zijn. Dus ik voer allerlei dwanghandelingen uit om te voorkomen dat ik besmet raak. Ik doe maar een dag met een zeeppompje en ik was mijn handen dagelijks twintig tot veertig keer. Omdat ik bang ben voor bacteriën of vanwege mijn afkeer van viezigheid. Mijn handen zijn altijd droog, vol kloofjes. In de winter is het op z’n ergst. Als ik mijn handen was, moet ik ook mijn wasbak en handzeep ontsmetten zodat er geen bacteriën overblijven. Dat niet doen, geeft me een ontzettend naar gevoel, een paniekerige onrust die pas stopt als ik heb schoongemaakt. Ik draai dagelijks een of twee wasjes. Soms heb ik een was gedraaid, maar is die voor mijn gevoel niet schoon. Dan draai ik die was nogmaals. Schoonmaken en niet in aanraking komen met mensen, en viezigheid, geven mij een gevoel van controle. Dat geeft me rust.’

Vieze tengels in de buggy

‘Al vind ik naar buiten gaan vreselijk eng, ik probeer mezelf niet op te sluiten, want ik heb een dochtertje van een jaar oud. Met betrekking tot haar heb ik helemaal geen smetvrees, maar ik ben wel alert als we buiten zijn. Ik wil niet dat ze aangeraakt wordt door vreemden. Ik denk dat weinig moeders daar blij van worden, maar bij mij veroorzaakt dat totale paniek. Toen ze een baby was en we samen door de supermarkt liepen, was er een vrouw die met haar vieze tengels zo in de buggy greep. Ik trok snel de buggy weg, maar het was te laat. Ik bleef beleefd en zei rustig tegen die vrouw dat ze mijn kind niet moest aanraken, maar vanbinnen borrelde het van woede en angst. Ik ben toen snel naar huis gegaan, zonder boodschappen, en heb mijn dochtertje thuis meteen met een babyzeepje gewassen. Het liefst wilde ik haar ontsmetten met alcohol – dat heb ik natuurlijk niet gedaan. Ik let erop dat mijn schoonmaakmiddelen niet schadelijk voor kinderen zijn. Voor haar geboorte gebruikte ik ook chloor om het huis schoon te maken, sinds zij er is doe ik dat niet meer. Ik ben in het ziekenhuis bevallen. Want dan hoefden er geen mensen over de vloer. Tijdens mijn bevalling werd er zo veel mogelijk rekening gehouden met mijn OCD. De arts en verpleegkundigen legden uit hoe ze hun handen hadden ontsmet, wat ze deden, hoe ze instrumenten hadden schoongemaakt. Ik was heel bang voor een keizersnede, ik had horrorverhalen over bacteriële infecties gelezen en ik was panisch om geopereerd te worden. Maar het heeft me enorm meegezeten. Ik ben op natuurlijke wijze bevallen zonder problemen. Kraamzorg had ik liever niet gehad, maar daar kun je niet omheen omdat de kraamzorg medische controles doet bij moeder en baby. Ik heb de kraamverzorgster verteld van mijn smetvrees en ik vroeg haar om haar handen te wassen voordat zij ons onderzocht. Ze deed alleen de medische controles en geen schoonmaakklusjes. Zo was het fijner voor mij.
Van de vader van mijn dochter, inmiddels mijn ex-partner, was ik ook niet vies. Ik ontmoette hem toen mijn OCD minder heftig was en ik hem dus niet zag als een wandelende bacteriebom. Hij moest zich wel laten screenen op soa’s en zich aan mijn regels houden: kleding op zestig graden wassen, heel erg vaak zijn handen wassen en ook ontsmettingsmiddel gebruiken. Alleen als hij verkouden was, hield ik afstand. Wij zijn sinds april uit elkaar. Dat kwam niet door mijn dwangstoornis, al bemoeilijkte het onze relatie wel. Hij vond dat ik aandacht zocht en me aanstelde. Zo durf ik niet naar de afvalcontainer te gaan om huisvuil weg te brengen, want dat is immers een bron van viezigheid en ziektekiemen. Hij bracht dan het vuilnis weg, maar verweet me dat wel: ‘Je hebt er gewoon geen zin in.’ Of ik ging niet mee uit eten omdat je nooit zeker weet of de kok wel schoon is, en dan zei hij dat ik de avond verpestte. Het was zo pijnlijk, dat iemand die zo dicht bij me stond me niet begreep. En dacht dat ik me er wel overheen kon zetten. Als je een gebroken been hebt, dan krijg je steun. Maar als je OCD hebt, is er vaak weinig begrip.’

Het hele verhaal lezen? Check VIVA 8-2019. Deze editie ligt t/m 26 februari in de winkel of kun je hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «