Birgit stopte cold turkey met haar antidepressiva toen ze zwanger bleek: ‘En toen sloegen de stoppen door’

antidepressiva

Ongeveer 2 tot 3 procent van de Nederlandse vrouwen slikt antidepressiva tijdens de zwangerschap. Ze doen dat niet voor niets, al is het een pittig dilemma: kan het kwaad voor de baby? Kan ik niet zonder? Birgit dacht van wel. En dat ging mis.

‘Katja Schuurman zwanger!’ de chocoladeletters schreeuwden me toe vanaf de website van een landelijke krant. Ernaast een foto van een breeduit lachende Katja. ‘God, laat het bij haar wel goed gaan,’ dacht ik. Voor de mensen die denken dat ik doelde op haar leeftijd: daar ging het me dus totaal niet om. Mijn zorgen betroffen iets anders. Om iets wat ik eerder had gelezen, ergens in een interview. Katja die, openhartig als ze is, bekende gestopt te zijn met de medicatie die ze innam tegen haar bipolaire stoornis, ondanks dat dat in haar eerste zwangerschap niet goed had uitgepakt en ze destijds had gezegd nooit meer te zullen stoppen. Ik weet als geen ander wat voor desastreuze uitwerking dat kan hebben. Mijn eerste paniekaanval kreeg ik op mijn zestiende, toen ik een week op uitwisseling zou gaan in Frankrijk. Ik was altijd al een gevoelig kind. Heimwee, stemmingswisselingen, het hoorde bij me, maar tot op dat moment had ik er sporadisch last van. Maar die eerste echte aanval was verschrikkelijk. Ik voelde me overweldigd door het feit dat ik zo ver weg zou moeten gaan van alles wat vertrouwd was, en mijn hart bonsde zo hard dat ik dacht dat ik een hartaanval kreeg. Ik was zodanig in paniek dat mijn ouders uiteindelijk besloten de hele trip maar af te blazen. Ik kalmeerde, maar sinds dat moment leek er iets getriggerd te zijn wat ervoor zorgde dat ik, afhankelijk van mijn geestelijk welzijn, regelmatig dit soort aanvallen had.
Ik leerde het al snel herkennen: het ‘hartaanvalgevoel’, de vibraties in mijn lichaam, de koortsachtige gedachten over alles wat ik verkeerd doe en het gevoel niet te kunnen ademen, alsof ik onder water word gehouden.’

Eindelijk ‘normaal’

‘Sinds die eerste aanval worstelde ik met angstige gevoelens en had ik de neiging tot dwanghandelingen om die angst als het ware te ‘bezweren’: tellen, controleren, noem het maar op; ik deed het allemaal. Mijn ouders stuurden me naar een psycholoog, maar praten alleen hielp me niet. Uiteindelijk kreeg ik medicatie voorgeschreven. Iets waar ik mezelf altijd tegen had verzet, omdat ik het bijbehorende zogenaamde stigma tijdens mijn puberteit niet wilde. Maar nog langer op deze voet doorgaan was geen optie meer, dus ik ging overstag. Het duurde even voordat ik het juiste medicijn te pakken had, want dat is natuurlijk voor iedereen verschillend, maar op mijn 22e, na vier verschillende pillen, voelde ik: dit is ’m. En het was geweldig.

‘Met de juiste antidepressiva steeg de kwaliteit van mijn leven met honderd procent.’

Ik kan het nog het beste omschrijven alsof iemand de voortdurende statische elektriciteit in mijn hoofd uitzette. Ik kon mezelf eindelijk horen denken, in plaats van dat mijn gedachten overstemd werden door alle opdrachten en dwanggedachten die ik de hele dag in mijn hoofd had. Ik weet dat veel mensen zoiets nog steeds niet snappen, maar ik was zo veel gelukkiger. Mijn kwaliteit van leven was echt met honderd procent gestegen. Eindelijk voelde ik me zoals ik hoorde te zijn. ‘Normaal’. En dat was ik ook, ik leidde een normaal leven, deed een studie museologie, ging werken en werd verliefd. Rens was het laatste puzzelstukje dat ontbrak om me echt tot leven te brengen. We reisden samen, iets wat ik voorheen nooit had gedurfd. Hij introduceerde me in zijn vriendenkring en we waren gelukkig. Zo gelukkig dat we op een gegeven moment over kinderen begonnen.’

Afbouwschema

‘Natuurlijk wist Rens van mijn problemen in het verleden en dat ik medicatie slikte, maar ik was al zo’n tijd stabiel dat we het wel aandurfden. Maar toen ik googelde of ik mijn medicatie tijdens de zwangerschap zou kunnen blijven slikken, zag ik dat dat allesbehalve een goed idee was. Hartaandoeningen, aangeboren stoornissen, ontwenningsverschijnselen bij de baby: het werd allemaal rechtstreeks in verband gebracht met het gebruik van antidepressiva. Voor mij stond het als een paal boven water: ik moest ermee stoppen. Mijn arts zorgde voor een afbouwschema en hoewel ik het best spannend vond, zou ik heel langzaam minder gaan gebruiken.

Misschien was het wel goed gegaan als ik langzaam had afgebouwd, maar het liep anders. Zolang ik nog niet van de medicatie af was, deden Rens en ik het met een condoom, maar één keer was dat in the heat of the moment misgegaan. Omdat ik net ongesteld was geweest, maakte ik me niet zo’n zorgen, maar de maand erop was ik overtijd. Ik schrok me dood. Een test wees uit wat ik al vermoedde: ik was zwanger! Aan de ene kant verbaasde het me niet echt: alle vrouwen in mijn familie raken al zwanger als ze maar naar een man kijken, maar ik vond het ook bizar dat ik van die ene keer zwanger was geraakt.’

Zonder overleg

‘Ik was blij, maar ook bezorgd. Volgens mijn huisarts kon het niet zoveel kwaad dat ik nog niet van mijn medicatie af was omdat er de eerste weken nog geen bloeduitwisseling is tussen moeder en foetus, maar ik wilde geen enkel risico nemen. Ik stopte cold turkey met mijn medicijnen, zonder dat te overleggen met mijn arts of met Rens. Ik dacht dat het wel los zou lopen, ik was tenslotte al sterk geminderd. En aanvankelijk leek het inderdaad best goed te gaan. Ik had zelfs het idee dat ik misschien ‘genezen’ was, of dat ik over mijn problematiek was heen gegroeid. Maar toen sloegen de stoppen door.
Als ik mijn ogen bewoog, kreeg ik last van lichtflitsen in mijn hoofd – brainzaps noemen ze die – en om dat gevoel te vermijden moest ik mijn hele hoofd meebewegen om rond te kijken. Ik voelde me net een duif. Verder voelde ik me vooral lethargisch, met uitspattingen van irrationele woede, paranoia, angst, hysterische blijdschap en overweldigend verdriet.
Het allerergste was wel dat ik me niet langer mezelf voelde. Wat voor mij dus betekende dat ik ook niet meer degene was die verliefd was op Rens. Ik wist dat ik van hem hield, maar dat was een rationeel weten. Mijn hart zat er niet in. En of het nu kwam door het stoppen met de medicatie of de zwangerschapshormonen: mijn libido ging door het plafond. Dus deed ik wat ik normaal gesproken nooit zou doen: ik zoende met een andere man. Een collega van wie ik wist dat hij me aantrekkelijk vond. Ik twijfelde aan alles, zelfs of ik de baby nog wel wilde. Ik had heel veel last van dwanggedachten waarin ik mezelf en mijn baby wat aandeed, bijvoorbeeld doordat ik me van de trap zou gooien of mijn baby in bad zou verdrinken. Dit soort gedachten zorgden ervoor dat ik van mezelf walgde. Hoe kon ik het een kind aandoen dat ik zijn of haar moeder zou zijn? Ik vond mezelf het moederschap niet waard en voelde me niet in staat om zo veel verantwoordelijkheid te dragen. Volgens mijn redenering was ik pas echt een goede moeder als ik zou erkennen wat een onmens ik was en de baby weg zou laten halen. Op andere momenten, als ik het kind wel wilde, was ik ervan overtuigd dat er iets mis moest zijn met de baby omdat ik geen gezond kind verdiende.
Ik durfde de straat amper op omdat ik bang was dat een voorbijganger me in mijn buik zou trappen, en zat ’s nachts uren online om te googelen wat er allemaal mis kon gaan. Overdag was ik een zombie vanwege het slaapgebrek. Van mijn vriendinnen sloot ik me totaal af. Ik schaamde me voor mijn gedachten en durfde niet te vertellen hoe slecht ik eraan toe was. Buiten dat had ik ook geen geduld om naar hen te luisteren, ik werd volledig opgeslokt door mijn eigen doemscenario’s, dus ik wimpelde ze allemaal af met smoezen dat ik moe was, of druk. Op die manier kwam ik steeds meer in mijn eigen bubbel van negatieve dwanggedachten.’

Totaal doorgedraaid

‘Ik kan me nog precies het moment herinneren dat ik helemaal doordraaide. Rens kwam thuis uit zijn werk en ik gooide hem alles voor de voeten. Dat ik een ander had gekust. Dat ik  niet meer wist of ik dit leven nog wel wilde. Dat ik eigenlijk helemaal niets meer zeker wist. Ergens snap ik het nog steeds niet, maar ik dank God op mijn blote knieën dat Rens me op dat moment niet de deur heeft gewezen. Ik weet nog steeds niet hoe het in dat geval met me was afgelopen. Maar in plaats daarvan heeft hij de crisisdienst gebeld. ‘Misschien is een kind krijgen wel helemaal niet voor ons weggelegd,’ snotterde ik in tranen toen ik opgenomen was in het ziekenhuis. ‘Hoe kan ik nu een goede moeder zijn? Ik ben een wrak!’ Tegen een psychiatrisch verpleegkundige had ik inmiddels opgebiecht dat ik cold turkey was gestopt met mijn medicatie en zij verwees me door naar de zogenaamde POP-poli (psychiatrie, obstetrie en pediatrie) in het ziekenhuis. Een afdeling die speciaal in het leven is geroepen voor vrouwen met psychische problemen die zwanger zijn of dat willen worden.
Ik vond het doodeng: ineens stonden er een gynaecoloog, een psychiater en een kinderarts aan mijn bed die mij voor mijn gevoel zouden vertellen of ik wel of niet geschikt was om een kind te krijgen. De psychiater zei: ‘Bij dit soort gevallen is het  altijd de vraag of een kind meer baat heeft bij een mentaal stabiele moeder of bij het stoppen van de medicatie. Eerlijk gezegd: wij denken het eerste. Toen pas werd me ook precies uitgelegd wat de exacte kansen op afwijkingen zijn. Die blijken veel kleiner dan bijvoorbeeld de kans op Down. Had ik dat maar van tevoren geweten… Daarna begon ik direct weer met een lichte dosis.
Niet dat het meteen hielp, want het duurt een aantal weken voordat die medicatie echt aanslaat, maar ik werd goed gemonitord en vanaf dat moment hield Rens me ook in de gaten. Fysiek gezien ging het prima met me en de scherpe kantjes van mijn emoties waren er een beetje af, ook omdat ik nu openlijk kon praten over wat er met me aan de hand was in plaats van de schijn op te houden dat het goed met me ging. Het enige wat anders was aan mijn zwangerschap, was dat ons dochtertje Kiki en ik na de bevalling een paar extra dagen in het ziekenhuis moesten blijven. Zo kon bekeken worden of ze last zou krijgen van afkickverschijnselen van mijn medicijnen. Dat vond ik wel een heel naar idee, ik voelde me een vleesgeworden taboe. Niet vanwege het feit dat ik in het ziekenhuis moest blijven, maar wel dat mijn kersverse baby misschien last zou hebben van iets wat ik had veroorzaakt.’

Geen andere keuze

‘Gelukkig viel dat honderd procent mee. Kiki was een wolk van een baby die nergens last van leek te hebben. Na haar geboorte heb ik nog wel een paar angstaanvallen gehad, maar ik kreeg veel steun van familie en vrienden die me vertelden dat angstgevoelens en dwanggedachten eigenlijk heel normaal zijn als je net moeder bent geworden. Een vriendin die een postnatale depressie te boven is gekomen hield me goed in de gaten en zo ben ik de eerste maanden relatief zonder kleerscheuren doorgekomen. Kiki is nu zeven maanden en heel soms ben ik nog weleens bang dat mijn medicijngebruik tot nu toe onzichtbare effecten op haar heeft gehad die later ooit een keer aan het licht komen. Maar ik weet dat ik geen andere keuze had. Als ik destijds niet opnieuw met mijn medicatie was begonnen had ik waarschijnlijk geen relatie, geen huis en geen baan meer gehad en had ik misschien zelfs wel een abortus laten plegen of mezelf iets aangedaan. Van de antidepressiva durf ik nog steeds niet af te stappen. Ik weet wat het met me doet en ik ben bang dat ik mijn dochter daarmee pas echt in gevaar breng. Daarom schrok ik ook zo toen ik las dat Katja was gestopt met haar medicatie. Ik hoop heel erg dat ze goed in de gaten wordt gehouden, want wat mij is overkomen wens ik niemand toe.’

Tekst: Vivienne Groenewoud | Beeld: iStock 

Dit verhaal komt uit VIVA-2020-17. Dit nummer ligt t/m 28 april in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «