Susanne heeft een persoonlijkheidsstoornis: ‘Stiekem geef ik alleen maar om mezelf’

Ze is superieur aan anderen, vindt ze. En het lukt haar altijd weer om iemand voor haar karretje 
te spannen. Susanne (26) heeft een narcistische persoonlijkheidsstoornis.

Tekst: Vivienne Groenewoud | Beeld: iStock

‘Tekenen en schilderen zijn altijd mijn passies geweest. Al toen ik een klein meisje was, had ik een scherp oog voor dingen als kleur, lichtval en textuur. Het hielp me de wereld te creëren zoals ik die zag. Dat is waar mijn schilderijen op zijn gebaseerd: mijn visie op de wereld. Een prachtig beeld, mag ik 
wel zeggen. Met mij als middelpunt.

‘Ik haatte het om toe te geven dat ze gelijk hadden’

Tijdens mijn puberteit, als mijn ouders boos op me waren, zeiden ze weleens dat ik geen inlevingsvermogen had. Dat ik koud en egoïstisch was. Ik haatte het om toe te geven dat ze gelijk hadden. Maar dat hadden ze wel, ook nu nog. Ik ben een opportunist, ik hecht me niet aan anderen. Ik leef puur voor mezelf. Alles wat ik doe, elk contact dat ik aanknoop, is vanuit dezelfde gedachte: hoe kan deze persoon me van pas komen? Waar dat door komt, weet ik niet. Ik heb een leuke jeugd gehad en hoewel ik enig kind ben, ben ik niet extreem verwend door mijn ouders. Ik heb gewoon altijd het gevoel gehad dat ik beter ben, meer verdiende dan andere mensen.’

Strategische vriendschap

‘Als kind wilde ik dat iedereen me mooi, leuk en lief vond. Ik wilde niets liever dan beroemd en aanbeden worden. Misschien had het ermee te maken dat ik gepest werd. 
Ik zag succesvol worden als de beste manier om mijn pestkoppen terug te pakken. Om ze de baas te worden. Waarom ik gepest werd? Ik kan het niet met zekerheid zeggen, maar ik denk dat het was omdat mijn klasgenoten geen hoogte van me kregen. Kinderen zijn groepsdieren, 
ik viel daarbuiten. Ik ben narcistisch, niet autistisch, en merkte dus dondersgoed dat mijn eigengereide gedrag me benadeelde.

‘Als zij verdrietig was, interesseerde dat me niet’

Daarom sloot ik in die periode, ik was elf 
of twaalf, vriendschap met een ander meisje dat ook 
buiten de groep lag. Niet vanuit compassie of herkenning omdat zij net als ik het mikpunt van pesterijen was, de vriendschap ontstond puur vanuit mijn gedachte dat je 
met z’n tweeën sterker bent dan alleen. Ik deed aardig tegen haar, won haar vertrouwen. Samen vormden we een front en werden we meestal met rust gelaten. Oppervlakkig gezien waren we vriendinnen, maar als zij verdrietig was, interesseerde dat me niet. Op een dag stond ze ’s middags huilend op de stoep. Na school 
had een groepje meiden haar achtervolgd en in de bosjes geduwd, vlak bij mijn huis.

Daar zat ik dan. Knullig, met een arm om haar heen en een glaasje water in mijn hand. Medelijden voorwendend, terwijl het me eigenlijk niet 
kon schelen wat ze vertelde. Ik voelde me zelfs lichtelijk geïrriteerd door haar zwakheid, het snot dat uit haar neus stroomde en de hakkelende manier waarop ze vertelde wat er was gebeurd. Ik werkte haar zo snel mogelijk de deur uit, terwijl mijn hersens ratelden over hoe ik dat zo sociaal acceptabel mogelijk kon inkleden. Daarom vertelde ik een smoes dat ik naar tekenles moest. Zo ging en gaat het eigenlijk met al mijn vriendschappen en relaties: ik kies mensen uit die iets voor me kunnen betekenen en als ik ze vervolgens niet meer nodig heb, fladder ik door naar de volgende. Nee, ik voel me daar niet slecht over. Iedereen knoopt toch relaties aan omdat je daar iets voor jezelf uithaalt?’

Superieur brein

‘Wat me weleens verontrust, is dat ik zo moeiteloos emoties kan faken die ik helemaal niet voel. Ik ben best in staat empathie te voelen, vooral voor kinderen of dieren. Maar dat gaat maar tot een bepaalde hoogte. Ik zie het leven voornamelijk als een spel: ik beheers de zetten. Daar geniet ik van. Ik ben daar best fatalistisch in. Ik geloof niet in God, een andere hogere macht of in spiritueel geneuzel zoals karma. Mijn wereld draait om mij, dus waarom zou ik het spel niet spelen zolang ik er goed in ben? Ik snap dat veel mensen die mijn verhaal lezen misschien zullen zeggen dat ik zielig ben, omdat ze denken dat ik niet in staat ben om een echte connectie aan te gaan. Maar ik zie dat eerder als onvermogen van hun kant om te zien dat mijn brein superieur is aan dat van hen. Ik ben in staat emoties te veinzen die ik zodanig kan inzetten dat ik bereik wat ik wil.

‘De jongens wilden me versieren omdat ik de reputatie had dat ik niet te krijgen was’

Mijn geluk is dat ik er goed uitzie. Ik trek mensen aan. Mannen, vooral. Daarom heb 
ik nooit moeite hoeven doen om een vriendje te krijgen. In de derde klas 
van de middelbare school kreeg ik 
er steeds meer maling aan of ik wel 
of niet geaccepteerd werd. Ik had inmiddels een duidelijk doel voor ogen: kunstenares worden. De rest boeide 
me niet meer. Ironisch genoeg wilde ineens ieder meisje mijn vriendin zijn. Plotseling vonden ze het stoer in plaats van raar dat ik mijn eigen gang ging. 
De jongens wilden me versieren omdat ik de reputatie had dat ik niet te krijgen was. Althans, wel voor een avondje zoenen, maar meer niet. Sinds die tijd fladderde ik van de een naar de ander, er was niemand die me lang kon boeien.’

Het hele artikel lees je in de VIVA Real Life Special: de 7 zonden. Deze VIVA-special lig nu in de winkels of kan je hier online bestellen. 

Sommige artikelen kun je maar gedeeltelijk lezen op viva.nl, omdat ze afkomstig zijn uit de papieren VIVA. Uit respect naar onze abonnees én om te zorgen dat wij online leuke gratis content kunnen blijven maken, linken wij je door naar Blendle om het hele artikel te lezen. Dit is een online platform waar je betaalt per artikel – in de meeste gevallen een paar dubbeltjes – en de journalistiek mee steunt. We hopen te kunnen rekenen op je begrip!

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«