Sylvana’s column: Studentenflat

sylvana's column

M’n ex-vriendje W. is jarig, en dat vieren we met zijn huidige vriendin en de vriendengroep van toen in zijn tuin, met lekker eten en het ophalen van anekdotes. Zijn dochter haalt een oud fotoalbum tevoorschijn en de herinneringen beginnen te vloeien. Zelf heb ik geen foto’s meer uit die tijd en ik ben als een kind zo blij om ze weer te zien.

Ik was achttien ten tijde van onze poging samen nog lang en gelukkig te leven, en ik woonde in een studentenflat in een van de tuinsteden aan de rand van onze hoofdstad. Van buiten leek het gebouw op een normaal flatgebouw, van binnen was het een zielloze toestand. Acht verdiepingen met elk een grote gemeenschappelijke keuken en wasruimte, en lange gangen met kleine kamertjes die gelukkig wel allemaal een eigen douche en toilet hadden. Hokken was verboden, maar we deden het toch. Hoe is me een raadsel, met z’n tweeën op hooguit twaalf vierkante meter. Ik kan het me niet meer voorstellen.

Het bladeren door het fotoboek van W. zet me aan het mijmeren. Zevenentwintig jaar geleden leefde ik van een karige studiefinanciering. Elk dubbeltje diende zorgvuldig omgekeerd te worden en budgetteren was geen keuze, maar noodzaak. Om geld te besparen, werd de was niet al te zorgvuldig geselecteerd en vooral ’s nachts gedaan, als ik na een dag werk of stage aan het bijverdienen was in de horeca. Met één tomaat kon je twee keer een avondmaaltijd bereiden. En door een avond per week met alle studenten samen te eten spaarden we ook wat uit, hoewel dat volgens mij meteen weer op ging aan de wijn en het bier dat op zulke avonden rijkelijk vloeide. Ach ja, die goede ouwe tijd. Toen minder nog genoeg was.

Tussen toen en nu ligt een wereld van verschil. Ik woonde in de tussentijd in verschillende steden van ons land en zelfs twee jaar in het immer bruisende Londen. Ik ging van studentenflat naar studio, naar riant appartement, terug naar driehoog-achter en kocht aan het einde van de vorige eeuw een ruime eengezinswoning waar ik enkele jaren later het huis van de buren bijvoegde. Zodoende creëerde ik een kast van een huis met acht slaapkamers en meerdere badkamers. Was ik daar gelukkig? Jazeker. Gelukkiger dan op het studentenflatje met W.? Niet per se.

“Het huilt lekkerder in een Mercedes dan in een Daf” of woorden van gelijke strekking, volgens ’s lands grootste diva Conny. Eerlijk? Het huilt allebei kut. Sterker nog: de Mercedes huilt kutter. Want hoe wreed is het om ogenschijnlijk alles te hebben, maar alsnog eenzaam en alleen ergens op een parkeerplaatsje je eigen tranen te moeten proeven? Geld maakt niet gelukkig. Echt niet. Daarvoor heb ik te veel mensen met materiele rijkdom en een leeg hart gezien. En daarvoor is het meisje op de foto’s veel te gelukkig met twaalf vierkante meter en elke avond pasta met tomatensaus.

Televisie- en radiopresentatrice Sylvana Simons observeert en schrijft daarover wekelijks een column in VIVA. Je kunt het blad hier online bestellen.