Tessa werd bedrogen: ‘Misschien is dat nog het ergste: dat ik alles bleef goedpraten’

Elke week geven we je een kijkje in iemands liefdesleven in VIVA’s rubriek ‘De status’.

Tessa (28) werd bedrogen.

“‘Ik heb een nieuw project,’ zei hij.
‘Daar moet ik veel energie in steken. Vaker overwerken en zo. Af en toe naar Berlijn. Steun je me?’
‘Ja,’ zei ik.
Natuurlijk zou ik dat doen.
Ik liet hem, zonder argwaan. We waren vijf jaar samen, deelden al bijna net zo lang hetzelfde huis. Dat hij bij mij hoorde, was een vaststaand feit. Dat het nieuwe project een vrouwennaam had, Janine, dat had hij er niet bij verteld. Dat hij in plaats van in Berlijn telkens doodleuk aan de andere kant van de stad zat, daarvan had ik niet het flauwste vermoeden. Ja, hij was wat vaker met zijn mobiel bezig, de spaarzame momenten dat hij thuis was. ‘Lastige collega’s,’ zei hij dan, als ik mijn wenkbrauwen eens optrok. Dat iemand die ooit zo veel van je hield, zo glashard kan liegen: ik vind het onbegrijpelijk. Als ik nog denk aan hoe verliefd we het eerste jaar waren, de basis die we toen gelegd hebben. We hebben zo veel meegemaakt: fantastische reizen, de verbouwing van ons huis. Er waren ook dieptepunten, zoals de dood van zijn moeder, toen hij elke avond uithuilde in mijn armen. Alleen bij mij kon hij zijn stoere façade loslaten, zei hij. Ik dacht dat er een sterke, ijzeren ketting tussen ons hing. Het bleek niet meer dan een draadje dat hij doorknipte zonder het te melden.

Toen een vriendin me vertelde dat ze hem had gezien, met een ander, terwijl hij in Berlijn moest zijn, geloofde ik haar niet. Ik werd kwaad en heb er niets eens met hem over gesproken. Dat hij vaak niet te bereiken was als hij weg was, steeds vaker pas tijden later terugbelde, ik slikte het allemaal.

Misschien is dat nog het ergste: dat ik alles bleef goedpraten. Tot hij het me vertelde. Op een avond kwam hij laat thuis. Om twee uur ’s nachts – ik sliep al – schudde hij me wakker. Kennelijk moest het er opeens uit, na zo veel maanden bedrog. ‘Ik ga bij je weg, ik heb een ander,’ zei hij met een strak gezicht. Hij moest het drie keer herhalen voordat ik me realiseerde dat ik wakker was en het echt waar was. Daarna wilde hij nog gewoon gaan slapen ook. In razernij heb ik van alles naar zijn hoofd gegooid.

De trappen na, die deden nog het meeste pijn. Dat hij me alle details over die ander vertelde. Precies uit de doeken deed waarom zij leuker was. Dat hij het nodig vond om me vertellen dat hij ‘het’ allang niet meer voelde. En hoe dom en naïef ik was geweest dat ik het niet eerder doorhad. Ik ben lamgeslagen. En wanhopig. Ik vertrouwde hem blind, mijn intuïtie heeft me geen moment gewaarschuwd. Verontruste vriendinnen lachte ik uit. Maar hij bleek gewoon een rotzak. Zal ik ooit nog iemand kunnen vertrouwen?”

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 2-2016 Abonnee worden of een losse editie van VIVA bestellen? Klik hieronder:

»Bestel VIVA online | Klik hier «

Beeld: Sanoma Beeldbank