Teun Kuilboer: ‘Ik heb tot mijn elfde met mijn moeder in kraakpanden gewoond’

Hij is nu te zien als historische Friese held in de film Redbad. ‘Misschien wel mijn allerleukste rol ooit. Ik heb teringgoed leren paardrijden,’ zegt hij. Ja, met Teun Kuilboer (35) gaat alles goed. Bíjna alles.

Tekst Fleur Meijer Foto’s Neeltje de Vries

Ik heb helaas alleen nog de trailer kunnen zien van Redbad, maar ik vind het nu al spectaculair.

‘Ja, hè? Ik heb de film een paar dagen geleden voor het eerst gezien. Het is een lange film, maar de tijd vlíégt voorbij. En als ik dan bedenk wat de eindmontage allemaal níét heeft gehaald, is het helemaal bizar. Er zit zo veel in; we hadden wel drie films kunnen maken. Ik speel Jurre, de neef van Redbad (Gijs Naber, red.). Redbad is de zoon van de koning der Friezen en we groeien samen op, in de zevende eeuw. Uiteindelijk gebeuren er allemaal dingen waardoor ik de volgende in de lijn van troonopvolging word en het gevecht aan moet gaan met het enorme Frankische leger.’

Een jongensdroom die uitkomt?

‘Ja, een beetje wel! Ik heb ook nog nooit zo’n lange voorbereiding voor een rol gehad. In drie maanden heb ik leren paardrijden en zwaardvechten. Dag in dag uit was ik bezig: fantastisch om te doen. Ik heb teringgoed leren paardrijden, al zeg ik het zelf. Maar dat kwam ook omdat we geweldige, goedgetrainde paarden hadden. Die van mij liep bijvoorbeeld op Prinsjesdag voor de koets. Dus die was wel wat gewend.’

Hoe verplaats je je in een Friese legeraanvoerder uit de zevende eeuw?

‘Nou, het helpt enorm dat de kostuums en sets er zo goed uitzagen. Alles wat daar in zit, hoef je niet meer te spelen. En geloof me, als je met tachtig paarden en honderd figuranten op een rij staat en moet aanvallen, voelt het gewoon alsof dat zo ís. Dan hoef je je nergens in te verplaatsen. Wat niet betekent dat het makkelijk was: we hebben allemaal keihard gewerkt. Stond ik daar op de set in Denemarken, met drie dagen lang continu een regenmachine op m’n bek. Dat is even leuk, maar na een paar dagen ben je het wel zat om telkens in een drijfnat kostuum van vijftig kilo te zitten. Ach ja, alles voor de film. Ik heb veel mooie rollen mogen spelen, rollen waar ik trots op ben, maar deze… Misschien was dit wel mijn leukste rol ooit.’

En je mocht spelen met Mike uit Breaking bad en Better call Saul.

‘Jonathan Banks, inderdaad, een bijzondere man. Hij is echt zo’n door de wol geverfde Hollywoodacteur. 
Een heel krachtig, sterk karakter, ook zonder camera’s. We hebben één keer na een draaidag in het hotel bier met hem gedronken. Sowieso hadden we veel leuke setfeestjes; dat hoort er een beetje bij. Om te ontladen, maar ook omdat je toch heel hecht met elkaar wordt.’

Je vertelde ooit: ‘Het is dat m’n moeder me die ochtend uit bed trimde, anders had ik me compleet verslapen voor mijn auditie bij GTST.’ Denk je soms over wat er was gebeurd als je je wél had verslapen?

‘Ik denk dat het me dan ook was gelukt. Normale kinderen speelden vroeger weleens dat ze een Teenage Mutant Ninja Turtle waren. ‘Behalve jij,’ zei mijn moeder. ‘Jij wás een Ninja Turtle. Een halfjaar lang. Áltijd.’ Acteren was vroeger al een droom van me, maar ik wist niet zeker of het zou lukken. Voor elke rol die ik kreeg, ben ik tien keer afgewezen, maar ik ging altijd door. Er zaten jaren bij dat ik bijna geen werk had, maar ik geloofde dat er altijd weer een kans zou komen. En dan werkte ik daarnaast achter de bar, of in het magazijn van het bedrijf van mijn stiefvader. Die ervaring is ook wel goed geweest. Zo pak je ook het echte leven mee. Levenservaring maakt je denk ik een betere acteur.’

Heeft je jeugd daar ook voor gezorgd? Die was op z’n minst bijzonder te noemen.

‘Ik weet het niet. Misschien heb ik daardoor wel anders leren kijken. Ik heb tot mijn elfde met mijn moeder in kraakpanden gewoond. Zo zaten we in een oud klooster in het centrum van Haarlem. De bovenste verdieping was voor mij; ik had er een grote skelterbaan en mocht er met m’n luchtbuks of pijl-en-boog schieten. Voor mij was het één grote speeltuin. Alles kon, alles mocht. Mijn partijtjes waren legendarisch. Later heeft mijn moeder ook wel de teugels aangetrokken hoor; als puber werd duidelijk dat ik ook wel wat discipline kon gebruiken.’

En met je vader heb je in Nieuw-Zeeland en India gewoond.

‘Ja. Toen ik vijf was, nam hij me mee naar Nieuw-Zeeland. Zomaar, zonder mijn moeder iets te zeggen. Hij dacht dat ik daar een betere, stabielere jeugd zou krijgen. Na bijna een jaar was het geld op, kwamen we terug en kreeg mijn moeder weer de voogdij. Toch heeft ze, ook daarna nog, altijd het contact met hem gestimuleerd. Ze wilde mij mijn vader ondanks alles niet ontnemen. Daar ben ik tot op de dag van vandaag blij mee. Ze hebben het weer kunnen bijleggen. Al denk ik ook dat ze het gewoon fijn vond om af en toe van me af te zijn, haha.’

En India?

‘Het jaar in India was wél met toestemming. Liep ik met mijn vriendjes elke dag twintig minuten door de jungle naar school. Letterlijk. Daar heb ik mooie herinneringen aan.’

Altijd een hang naar avontuur gehouden?

‘Niet per se. Ik ben ook graag op mezelf. Een einzelgänger die soms dagen alleen thuis aan het playstationnen is. Ik word ook ouder, hè? Op een gegeven moment hoef je niet zo nodig meer elk weekend te clubben. Ik heb flink geleefd, zeker, maar tegenwoordig vind ik af en toe in de kroeg staan wel genoeg.’

Het hele interview met Teun Kuilboer komt uit VIVA 26. Deze editie kan je hieronder via Blendle online lezen.

»HET HELE ARTIKEL LEES JE HIER OP BLENDLE «