De therapie generatie: ‘Op alle fronten lijken we perfectie na te streven’

Millennials lijken massaal de weg naar de therapeut te hebben gevonden. Wil onze generatie maar niet accepteren dat tegenslag bij het leven hoort of is er meer aan de hand?

Tekst: Sarah Sluimer

Het duurde een poosje voor ik er klaar voor was. Ik had weleens eerder een psycholoog bezocht, toen ik zo rond mijn twintigste in een eindeloze reeks paniekaanvallen terechtkwam. En daarvoor, toen ik op mijn elfde vage hyperventilatieklachten had, die achteraf allemaal heel verklaarbaar bleken te zijn. Mijn ouders hadden vaak en hevig ruzie, en een zeer tragische dood binnen de familie volgde: dat wil wel. Maar nu besloot ik, na heel lang dubben omdat ik eigenlijk vond dat ik als dertiger mijn eigen shit moest opruimen, dat ik wel wat hulp kon gebruiken. Mijn vader is vorig jaar onverwacht overleden en dan verschuift er nogal wat in je leven. Kortom: alle reden om eens met iemand anders te kijken naar wat adequate oplossingen om hier goed mee om te gaan. Ik ging googelen en kwam terecht op sites in pastelkleuren, met abstracte logo’s. Rustgevend bedoelde reclameteksten. ‘Ik durfde geen auto meer te rijden, maar na tien consulten tufte ik in één ruk door naar Frankrijk.’ Zwart-witfoto erbij van de psycholoog, met zelfvoldane blik, cosy lamswollen trui en grote abstracte ketting. Ik kreeg er zin in en belde een rondje. ‘Sorry, we zitten vol tot 15 mei 2019.’ ‘Ja, we hebben wel plek, maar alleen bij een sportpsycholoog.’ ‘Je kunt terecht in Oostzaan, op een bedrijventerrein.’ En ik realiseerde me: in de stad waar ik woon, is iedereen in therapie. De een gaat naar een vrouw die ook aura’s leest, de ander is in serieuze psychoanalyse en bespreekt vier keer per week haar leven. Neem mijn eigen vriendenkring. Zo is daar vriendin H. die kampt met burn-outklachten omdat ze besloten had dat ze best tegelijk kon promoveren en fulltime werken. Toen ze op een gegeven moment zichzelf trillend op de bank terugvond, terwijl ze eindeloos tussen twee kanalen zapte omdat dat het enige was waar ze rustig van werd, besloot ze dat het tijd was de koe bij de horens te vatten. Nu heeft ze er een half jaar therapie op zitten en slaapt ze eindelijk weer, omdat ze daar een pilletje voor heeft gekregen. Vriend T. wilde geen kinderen, omdat hij dacht de verantwoordelijkheid niet aan te kunnen. Pas toen zijn vriendin dreigde hem te verlaten als hij niet zou onderzoeken wat het nou is dat hem zo bang maakt voor een toekomst als vader, ging hij aan de bak. Een jaar later wil hij zich nog steeds niet voortplanten, maar weet hij in ieder geval heel goed te verwoorden waarom.

Verwend of verdrietig?

De schaamte rondom het zoeken van psychische hulp is de laatste jaren in rap tempo afgenomen. In gesprekken in mijn vriendengroep valt regelmatig de opmerking ‘maar mijn psych zei…’, waarna een verhandeling volgt waarin persoonlijke pijn gedetailleerd op tafel wordt gegooid. Hartstikke goed, die openheid. Het brengt je gesprekken nog eens op iets anders dan hypotheken, werk of de aankomende vakantie naar Bali. Maar soms word ik er ook moe van. Iedereen lijkt ongelukkig, iedereen heeft obstakels die voorkomen dat een rimpelloos leven ons deel wordt. Dus moet er gepraat worden, moet elke kwetsbaarheid onder de loep genomen worden en vooral ook: onderkend door de omgeving. De ouders van de generatie millennials deden misschien ook weleens aan een huwelijkstherapietje hier en daar als de pannen door de keuken vlogen, maar hun kinderen nemen elke hobbel in hun leven aan het handje van een therapeut. Twee op de drie millennials heeft weleens op de bank van de therapeut gelegen, volgens een onderzoek van de Britse Metro. Is dat niet heel erg verwend? Is onze generatie niet ontstellend weerloos en bang voor de wereld, juist omdat we over het algemeen uit gezinnen komen waarin het ons, zeker in vergelijking met de rest van de wereld, aan niets ontbrak? En is het niet ietwat overdreven, die continue neiging om onszelf tot onze eigen navel te reduceren in een eindeloze poging om van ons bestaan nog iets mooiers te maken dan het al is? Ik bedoel: is er geen sprake van een vreemd verlangen om van de glamorous semi-realiteit van Instagram je echte leven te maken? Op alle fronten lijken we perfectie na te streven. Velen onder ons beulen zich eindeloos af in de sportschool en zien de duivel in knakworsten in blik. Is die controledwang niet een beetje doorgeslagen? Zijn we zo bang geworden voor chaos en tegenslagen, dat we bij elke kink in de kabel iemand nodig hebben die ons net zo lang masseert tot we denken te kunnen leven zonder gedoe?

Dit verhaal is afkomstig uit VIVA editie 51/52-2018. Deze editie ligt t/m 1 januari in de winkel of kun je online lezen via Blendle.

»HET HELE ARTIKEL LEES JE HIER OP BLENDLE «