Toprak Yalçiner: ‘Ik word onrustig als het te goed gaat’

Ze brak door als Nuran in ‘GTST’ en
 tourde daarna door het land met een theatervoorstelling. Maar dat is pas 
het begin, denkt Toprak Yalçiner. De 28-jarige actrice over haar carrièreplannen, baby’s en teruggaan naar Turkije.

Interview: Fleur Baxmeier | Foto’s: Hüsne Afsar

De shoot is nog niet begonnen, Toprak zit te pielen met haar iPhone. “Ik hou van gadgets. Voor mijn verjaardag heb ik van mijn vriend een Polar watch gekregen met een hartslagmeter. Als een kind zo blij ben ik ermee. Terwijl ik vrij minimalistisch ben opgevoed. Mijn vader woont in Karaburun, een schiereilandje aan de Turkse kust, waar hij honderd geiten houdt. Mijn moeder heeft drie kilometer verderop een huisje met een moestuin. Vrij basic en back to nature.” Ze praat enthousiast en snel. Met elke beweging deint haar jaloersmakende bos krullen mee. Bij het grote publiek is Toprak vooral bekend als Nuran in ‘Goede tijden, slechte tijden’ maar ze heeft sinds haar vertrek twee jaar geleden niet stilgezeten. Ze zit in de film ‘Rokjesdag’ en stond tot eind februari avond na avond in theaters met de komische voorstelling ‘Kapsalon’.

En toen werd het stil. Of komt er nog meer?

Lachend: “Er is van alles aan het rijpen, maar 
ik wil daar nog niets concreets over zeggen. Ik geloof in djinns: dat het tegen je kan werken als je iets te vroeg uitspreekt. Laten we het erop houden dat ik presenteren interessant vind. Ik heb als jurylid in het programma ‘Roodkapje’ van Paul de Leeuw aan het presentatievak 
mogen proeven en dat smaakte naar meer.”

Maakt het je onzeker dat je even geen werk hebt?

“Ik heb een zekere financiële vrijheid gecreëerd door te sparen. Met de vaste lasten zit het de komende maanden goed, maar ik word wel onzeker in de zin dat ik me ga afvragen of ik
wel goed genoeg ben. Moet ik er niet harder aan trekken, meer workshops doen? Dat zie ik niet als negatief, want het zorgt ervoor dat ik scherp blijf. Daar hou ik van. Ik word onrustig als het te goed met me gaat. Het is lekker als er een bepaalde overlevingsdrang is.”

Je ‘GTST’-karakter Nuran droeg een hoofddoek. Hoe gelovig ben jij?

“Mijn familie is een geval apart. Mijn vader is van de soennitische kant, mijn moeder van de alevieten. Twee verschillende geloofsstromingen die elk hun eigen uitingen en ideeën hebben. Mijn ouders hebben ervoor gekozen om mijn zus en mij daarin vrij te laten. Als ik terugkijk op mijn jeugd, dan speelt het geloof daarin geen rol. Wel het geloof in jezelf. Mijn ouders hebben me geleerd dat de liefde en het goddelijke in jezelf zitten: luister altijd naar het stemmetje in jezelf. Dat is mijn leidraad in het leven. De liefde zoeken in jezelf en in anderen.”

Het hele interview met Toprak is te lezen in VIVA 17. Je kunt het blad online bestellen of lees het artikel op Blendle