Typhoon: ‘Ik trad op, maar in de auto ernaartoe huilde ik’

typhoon

Rapper Typhoon, Glenn de Randamie (30), vreesde het ergste toen hij in 2007 zijn debuutalbum vol gevoelige teksten het ruige hiphoplandschap in slingerde. Inmiddels is hij een van de grootste rappers van het land. Hij stond deze zomer op alle grote festivals, inclusief Lowlands, en nu elke maand in ‘De wereld draait door’. Maar aan dat succes is heel wat voorafgegaan.

Een groter publiek kun je in Nederland niet bereiken. En jouw verlangen is onzichtbaar zijn? “Het voelt zo dubbel. Een socialer beroep dan het mijne is er niet, tegelijkertijd wil ik het liefst zo asociaal mogelijk zijn. Ik voel heel veel, als kind al. Mijn ouders konden mij in een hoek van de bank parkeren en dan moesten ze uren later checken of ik nog ademde. Mijn denkwereld was heftig, ik dacht na over de dood en schreef daar gedichten over. Misschien ook wel omdat ik stotter: ik kon me vocaal minder goed uiten.”

Je vertelt erg streng te zijn voor jezelf, waardoor je in de hoogste versnelling door blijft gaan. Dat je zelfs een ongeluk wenst om tot rust te komen. “Klopt. Ik kan het mezelf niet opleggen rustiger aan te doen. Dat is de druk om het perfecte plaatje neer te zetten, altijd de vrolijke en optimistische Glenn te laten zien. Toen ik mijn eerste plaat vol uitgesproken gevoelens uitbracht, was ik bang dat mensen me voor gek zouden verklaren. Binnen de hiphopcultuur werd je niet geacht je kwetsbaar op te stellen. Dacht ik. Maar mijn muziek nam een vlucht. Mensen herkenden zich in mijn teksten en ik toerde de wereld over met rapformaties als Opgezwolle. Alle bevestigingen gaven mijn zelfvertrouwen een enorme boost. Ik zat in een spaceshuttle. Daarbij kwamen de interviews, telefoontjes, e-mails. Je zou een megacomputer moeten zijn om alle impulsen te kunnen verwerken.”

Dat ben je niet, dus hoe deal je ermee? “In 2010 ging het mis. Ik kwam terug van een tour in Zuid-Afrika, en de dag erna moest ik weer spelen.Ineens bonkte m’n hart als een gek en kreeg ik mijn ademhaling niet onder controle. Mijn lichaam verstijfde. Gelukkig lukte het me nog om mijn zus te bellen. Zij bracht me naar de eerste hulp. Het bleek een paniekaanval. Een half jaar lang lag ik op de bank Desperados te drinken en jonko (joints, red.) te roken. Ik trad wel op, maar in de auto ernaartoe huilde ik. Op het podium gaf ik alles, om vervolgens thuis op de bank in te storten.”

Hoe ben je er bovenop gekomen? “Op een gegeven moment was het klaar met het zelfmedelijden. Ik wilde ervaren wie ik was, op míjn voorwaarden. Om dat te doen, verloste ik me van alle ballast: ik zegde mijn huur op en ging antikraak wonen. Toevallig werd in 2009 de nieuwe paspoortwet ingevoerd waarbij je een vingerafdruk af moest geven. Die vingerafdrukken hadden een foutmarge van één op vier. Het was dus belangrijker voor de overheid om de wet door te voeren dan dat het echt veilig was. Ik weigerde een nieuw paspoort te halen. In Den Haag liep ik mee in een protestmars, en ik ben zelfs door een politiebarrière heen gebroken. De gemeente dreigde me uit te zetten uit mijn eigen freaking land, omdat ik me nergens wilde inschrijven. Rot op. Hoezo gaan zij voor mij bepalen wat vrijheid is?”

Je kreeg alleen maar meer ellende over je heen. Tot zover de vrijheid? “Ja. Het werd zwaarder. Op een moment realiseerde ik me dat ik een eigen verantwoordelijkheid heb. Dat hele jaar dat ik aan het strijden was, heb ik geen muziek gemaakt. Terwijl daar mijn kern ligt. Van daaruit kan ik verder strijden, maar vooral: weer plezier maken. Dan toch maar weer een huis en een paspoort. Toen ik dat ding ophaalde, voelde ik me gehoereerd. Maar ik kon nieuwe plannen maken en wist weer waar mijn kracht ligt: bij de muziek.”

Het hele interview met Typhoon vind je in VIVA 42, vanaf woensdag 8 oktober in de winkel!

INTERVIEW JASMINE GROENENDIJK | FOTO’S SJOERD GEUKE