De verborgen groene parels van Thailand

Denk jij bij Thailand automatisch aan hectisch Bangkok en full moon parties? Think again! Het land van de glimlach loopt over van de verborgen groene parels, ontdekte 
VIVA’s Hanneke.

Tekst: Hanneke Seesing

Bucket-slempende backpackers en met toeristen (en plastic) bezaaide stranden: het imago van het ooit zo ongerepte Thailand heeft in de afgelopen decennia helaas wat smetjes opgelopen. Gelukkig is ook de Thaise overheid er inmiddels van doordrongen dat massatoerisme funest is voor het ecosysteem. Zo sloot de regering in 2016 de stranden Koh Tachai en Koh Phayam voor strandgangers en gaat dit jaar Leonardo DiCaprio’s Maya Bay, dat als decor diende voor The beach en sindsdien een heuse cultstatus heeft verworven (en dagelijks vijfduizend toeristen trok), waarschijnlijk op slot om de natuur te laten herstellen. Maar ook als toerist kun je je footprint minimaliseren door te kiezen voor ecovriendelijke accommodaties 
of bestemmingen waarmee je 
de natuurlijk omgeving helpt beschermen én de lokale bevolking ondersteunt. VIVA’s Hanneke – city girl at heart en bepaald geen heilige als het op haar carbon footprint aankomt – ging de uitdaging aan en op zoek naar de mooiste, groenste en meest eco-friendly plekken van Thailand.

Zwarte eieren en kokosijs

Dat je je in buzzling Bangkok geen seconde hoeft te vervelen weten we dankzij films als The hangover natuurlijk al, maar het is niet – althans in mijn ervaring – de ideale plek om je vakantie te starten als je na een hectische tijd en lange vlucht écht even tot rust wil komen. Gelukkig is daar Bang Krachao, op nog geen halfuurtje van het centrum, waar je aan de drukte en hectiek van de hoofdstad kunt ontsnappen. Het verrassend groene schiereilandje – in de volksmond ook wel ‘de groene long van Bangkok’ genoemd – ligt aan de overkant van de immense Chao Phraya-rivier. Steek vanaf 
de Khlong Toei-pier de rivier over met een longtailboot en verken 
het gebied per fiets. Je kunt een georganiseerde tour boeken, maar ook heel makkelijk zelf een fiets huren en op eigen houtje langs mangrovebossen, bananenplantages, kleine dorpjes en boeddhistische tempels dwalen. Wel zo avontuurlijk ook. Hou je hoofd er wel bij, want de betonnen paden langs de huisjes op palen zijn smal, de fietsen gammel en bij een verkeerde beweging lig je zo in het water. Onderweg kun je op elke hoek en op elk moment van de dag aanschuiven voor een overheerlijke, verse, spotgoedkope pad thai in een traditioneel Thais restaurant. Op zaterdag en zondag is er de Bang Nam Phueng floating market (van 7 uur ’s ochtends tot 4 uur ’s middags). Een grote lokale – gedeeltelijk drijvende – markt waar je behalve kleding en snuisterijen vooral veel eetkraampjes met typisch Thaise specialiteiten vindt. De zwarte century eggs (een delicatesse waarbij een ei wekenlang wordt bewaard in een mengsel van houtskool en ongebluste kalk) durf ik vanwege mijn door de jetlag nog wat gevoelige maag niet aan. Maar het versbereide kokosijs is een niet te versmaden frisse opkikker. Je kunt ook in ‘de groene long’ blijven slapen. En wel in het Bangkok Tree House, een prachtig boetiekhotel midden in de natuur gebouwd van gerecyclede materialen waar ecovriendelijk reizen tot in de puntjes is doorgevoerd. Zo halen ze elektriciteit uit zonne- en windenergie, komt al hun personeel uit de omliggende dorpjes, wordt er alleen gewerkt met biologische verzorgings- en reinigingsproducten en doet het hotel aan waste management door voor elke hotelboeking een kilo vuil uit de Chao Phraya rivier te halen. To name just a few. Je slaapt in een boomhut en na een dagje fietsen kun je heerlijk ontspannen in hangmatten op het dak. Of met een hapje en koud Singha-biertje bijkomen in het all organic restaurant. Goed om te weten: wie wel in is voor wat late night vertier is hier aan het verkeerde adres: de bar sluit om acht uur ’s avonds.

Samengeknepen billen

Na Bangkok dalen we af naar het zuiden, naar Surat Thani, ook wel bekend als ‘city of good people’. 
De meeste toeristen laten de stad, dat bij het grote publiek vooral dienstdoet als doorvoerhaven naar populaire strandbestemmingen als Koh Samui en Koh Pha Ngan, linksliggen. Toegegeven: het is zeker geen beautyspot, maar wel een korte stop waard als je het gevoel van een typische Thaise stad wilt ervaren. Je vindt er kleurrijke Chinese tempels en kunt er genieten van het allerlekkerste street food. Hoewel vegetarisch eten in Thailand nog best een uitdaging kan zijn (de Thai zijn nogal gehecht aan hun vis- en oestersaus) bevind ik me hier als vega in culi heaven. Vooral de pompoencurry, gebakken aubergine en vegan springrolls zijn niet te versmaden. Vraag in de hoofdstraat naar Mama Tam voor een onvergetelijke lunchervaring.

Na de lunch wordt de hitte, hustle en bustle ons al snel te veel en vlijen we ons in een longtailboot voor een verfrissend tochtje door de Klong Roi Sai waarbij je een interessant inkijkje krijgt in het lokale leven van de Thai langs de Ta Pee-rivier. Het dorpje Leeled even verderop wordt omgeven door water en mangrovebossen en wordt ook wel ‘de Amazone van Thailand’ genoemd. Het gebied werd niet al te lang geleden nog ernstig bedreigd 
door overbevissing, vervuiling 
van het rivierwater en intensieve garnalenteelt, maar is nu het schoolvoorbeeld van een succesvolle eco conservation zone. De locals halen hun inkomsten nu uit kokosnootplantages, visserij en community tourism, waarmee onder meer het behoud van de mangroves wordt ondersteund. Nadat een local me heeft toevertrouwd dat het in de rivier tot voor kort wemelde van 
de krokodillen, neem ik met ietwat samengeknepen billen plaats in 
de longtailboot die ons diep de mangrovebossen in zal varen voor een bomenplantsessie (inmiddels is er door bij beplanting al 1000 hectare nieuw bos bij gekomen). Krokodillen laten zich gelukkig niet zien, wel een uit de kluiten gewassen varaan en een complete apenfamilie. Eenmaal veilig terug aan land laten de Leeledders zien hoe ze optimaal gebruikmaken van dat wat moeder natuur te bieden heeft. Zo wordt nipa-palm gebruikt als dakbedekking, als ingrediënt in het traditionele dessert palm leaf with sticky rice én als vloeipapier voor sigaretten. Al laat ik die laatste proeverij toch maar aan me 
voorbijgaan.

Digital detox

Op naar de natuur, om precies te zijn naar Khao Sok National Park, een van de grootste beschermde natuurparken van Thailand. Midden in dit park lag ooit een bloeiende vallei. Toen de overheid in de jaren tachtig een stuwdam bouwde om energie op te wekken voor de omgeving, stroomde de vallei vol met zoet water. Ruim drie decennia verder is het Cheow Lan Lake een imposant meer van 165 vierkante kilometer met kraakhelder water 
(80 tot 100 meter diep!), unieke flora en fauna, omgeven door kalksteenrotsen, watervallen en grottenstelsels. Vanaf Surat Thani is het zo’n anderhalf uur rijden naar de Ratchaprapa-pier waar we de boot pakken om het meer te verkennen. De angst slaat me om het hart als ik hoor dat ik de komende dagen geen bereik zal hebben. En met geen bereik bedoel ik geen wifi, geen 4G, zelfs geen telefoonverbinding. Maar dat ben ik snel vergeten als we het ‘haventje’ uit varen en steeds verder het Cheow Lan Lake op varen. We varen langs bossen, zien drijvende huisjes, een drijvend vissersdorp en honderden eilandjes met imposante kalksteenrotsen die metershoog boven het smaragdgroene meer uit stijgen. Welcome to paradise! 
De adembenemende omgeving leent zich ook uitstekend voor je Instagram-feed, want niks geen hordes toeristen: het is er superrustig, sterker: je hebt het meer bijna voor jezelf. Maar hey, geen wifi dus. Later die middag – als de temperatuur iets gedaald is – gaan we op bootsafari naar Klong Saeng. Helaas laten de beloofde olifanten, apen en neushoornvogels zich vandaag niet zien, wel spotten we een kudde wilde buffels die vredig water uit het meer drinken. En het gevoel dat je met zonsondergang midden op dit enorme meer krijgt, is onbetaalbaar. Je kunt het Cheow Lan Lake als dagtocht bezoeken, maar voor het echte back to nature-gevoel blijf je er overnachten. Er zijn zeventien verschillende accommodaties op het meer. Van primitieve bamboehutjes tot een super-de-luxe drijvend resort met zwembad omringd door rotsen en jungle. ’s Avonds heb je hoe dan ook een adembenemend uitzicht op de sterrenhemel en ’s ochtends duik je zo vanuit je hutje het meer in voor een verfrissend begin van de dag. Een onvergetelijke ervaring! Je bent zo twee dagen zoet in en op het meer. Je kunt er kanoën, zwemmen, watervallen bezoeken en op grotsafari (let op: draag hierbij wel sportschoenen, wegens glibbergevaar). Maar de allerleukste en vooral niet te missen activiteit is een trekking naar Tarzan’s View Point. 
De steile klim van dik een uur naar de top is best intensief (lees: loodzwaar), maar eenmaal boven op de rotsen word je getrakteerd op een million dollar view over het park en de jungle. Als ik na drie dagen de deur achter mijn drijvende hutje dichttrek en mijn smartphone weer van onder uit mijn tas opdiep, voel ik me on top of the world. Is het de imposante natuur? Het buiten zijn? De afwezigheid van wifi? Ik merk in elk geval dat ik tijden niet zo ontspannen ben geweest. Schuilt er dan toch een nature girl in me?

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.