Winnen is dom: je kunt volgens experts beter verliezen

winnen-verliezen

Je hoeft geen wereldleider te zijn om woest of gefrustreerd te worden van een nederlaag. Maar waar komt die weerzin tegen verliezen toch vandaan?

Ik weet niet hoe het met jullie zat, maar bij mij stond afgelopen november CNN bijna 24/7 aan. Niet alleen waren de Amerikaanse verkiezingen nooit eerder zo spannend, het was vooral een ware soap, met in de hoofdrol een uit de kluiten gewassen wortelkleurige kleuter die stampvoetend zijn nederlaag weigerde te erkennen. Pas twee weken na de officiële zege van zijn concurrent gaf hij heel voorzichtig en allesbehalve van harte toe dat zijn tegenstander Joe Biden de verkiezingen had gewonnen (‘Maar het was wel doorgestoken kaart!’). Iets later zei hij echter weer dat Biden slechts in de ogen van de ‘nep media’ had gewonnen.

Trump is hét schoolvoorbeeld van een slechte verliezer. Grote kans dat een spelletje Monopoly of Yahtzee met hem ook niet bepaald gezellig is. Hoewel Trump op een schaal van 1 tot 10 natuurlijk een 18 is waar het incasseren betreft – én last lijkt te hebben van ongekende grootheidswaanzin – moet ik heel eerlijk bekennen dat ikzelf ook niet de allerbeste verliezer ben. Mijn zoon en ik doen regelmatig spelletjes, die
hij eigenlijk altijd wint.

Laten we het erop houden dat ik andere talenten heb dan Stratego en Barricade. Omdat ik hem gebaard heb, gun ik hem de wereld, behalve als hij zijn winst gaat inwrijven. En dat doet hij negen van de tien keer. ‘Je hebt niet een béétje verloren, maar echt dik!’ ‘Jij bent hier gewoon niet zo goed in.’ ‘Heb je eigenlijk óóit weleens van mij gewonnen?’ Dat werk. Het resulteert doorgaans in het (door mij) mokkend iets te hard het spel en de dobbelstenen terug in de doos doen, en als ik écht vertiefd ben, haal ik hooghartig mijn schouders op en zeg ik dat ik hem heb láten winnen. Wat natuurlijk helemaal niet waar is en wat hij ook niet gelooft.

De gun-factor

Ik ben uiteraard niet de enige die met spelletjes niet tegen haar verlies kan, dat komt vaak genoeg voor. Maar ik weet nog dat ik drie jaar geleden in de race was voor een vaste baan waarnaar ik gesolliciteerd had en samen met iemand anders als laatste kandidaat was overgebleven. Doodziek was ik toen ik het uiteindelijk niet werd. En goedbeschouwd wilde ik helemaal geen vaste baan – en al helemaal niet die.

Renate (38) herkent dat. ‘Ik trek het niet als mijn dochters van me winnen met een spelletje, heel kinderachtig, ik weet het. Maar daar blijft het helaas niet bij. Op mijn werk ben ik weleens gepasseerd voor een promotie en dat vond ik ook afschuwelijk. De vrouw die in plaats van mij een treetje hogerop kwam, was op zich heel aardig, maar toen zij ineens mijn leidinggevende werd, gooide ik bij het minste of geringste mijn kont tegen de krib als zij iets aan me vroeg. Ik maakte het haar als een dwarse puber expres extra moeilijk. Ik gunde het haar echt niet. Nou ja, ik gunde het mezelf gewoon veel meer.’

Als ik psycholoog Marcelino Lopez vraag hoe het kan dat sommige mensen nonchalant hun schouders ophalen als ze verliezen en anderen (zoals ik) een hap uit hun laptop willen nemen of met spullen gaan gooien of net zoals Renate knettervals worden, benadrukt hij dat er een verschil is tussen ‘verliespijn’ en ‘verliesontkenning’. ‘Niet goed tegen je verlies kunnen is niet per se een ongezonde neiging,’ legt hij uit. ‘Daardoor zul je meer je best doen en – hopelijk – beter worden. Mensen die competitief zijn, zoals professionele sporters, kunnen ook vaak niet goed tegen hun verlies.

Het is precies die eigenschap die hen ver kan brengen. Vooral kampioenen willen de beste zijn. Ze geven daar soms hun leven voor op en een verlies doet dan echt pijn, fysieke pijn, die zichtbaar is in de hersenen. Dat gevoel willen ze voorkomen door hard te trainen. Maar winnaars accepteren en erkennen hun nederlagen wel; alleen zo kunnen ze ervan leren, beter worden en volgende keer wél winnen.

Verliesontkenning is een manier om je verlies niet direct te erkennen, maar er excuses voor te verzinnen, waardoor je eigenlijk niet verloren hebt. Het ligt aan de scheidsrechter, aan een frauderende tegenstander, je nieuwe schoenen – aan alles behalve aan jou. Dit is minder productief, omdat je hierdoor niet beter wordt. Je houdt zo wél je zelfbeeld in tact, want je verzint redenen waarom je hebt verloren, maar je neemt geen verantwoordelijkheid en leert niet van je fouten. Het beschermt je ego. Op sociaal vlak, of in de politiek en media, kan dit je – in tegenstelling tot bij sport – soms juist heel ver brengen. Daar kan zelfvertrouwen uitstralen belangrijker zijn dan de waarheid in pacht hebben.’

Gewoon de beste

Grappig in dit licht is dat talloze onderzoeken aantonen dat meisjes veel minder bezig zijn met winnen dan jongens. Luister kinderen maar eens af tijdens een gemiddeld gesprek: bij jongens gaat het veel vaker
over wie er beter is in iets, meisjes willen het vooral ‘gezellig’ houden en zijn meer gericht op sociale gelijkwaardigheid. Als meiden toch de strijd aan moeten met vriendinnetjes, voelen ze zich al snel ongemakkelijk en zijn ze vaak bang dat ze niet meer aardig gevonden worden.

Tamara (35) zit volledig anders in de wedstrijd. Letterlijk. ‘Het interesseert me niets of mensen me niet aardig vinden, ik wil gewoon de beste zijn,’ zegt ze. ‘Of dat nou bij een potje Risk is met de buren
of tijdens een tenniswedstrijd. Ik ben bloedfanatiek. Ik moet zeggen dat ik me er relatief snel overheen kan zetten als ik verlies, en ik gooi niet met rackets, maar op het moment zelf, dus als ik net verloren heb, zijn de druiven zuur. Ik kan dan ook oprecht niet blij zijn voor de ander. Ik ben na een verloren tenniswedstrijd weleens na het verplichte handje zonder iets te zeggen weggelopen, haha.’

Volgens Lopez is niet tegen je verlies kunnen soms dus een manier om je ego te beschermen, en vooral mensen die hechten aan status en imago (alfamannetjes en prinsesjes) kunnen daar last van hebben. Toch is er ook een andere mogelijke gemeenschappelijke factor onder slechte verliezers, en wel ongezond perfectionisme. ‘Mensen die aan een extreem hoge standaard willen voldoen, zullen excuses verzinnen wanneer ze die standaard niet halen,’ legt de psycholoog uit.

Dit geldt zeker voor Marianne (37), die het zelf niet eens zo erg vindt dat ze niet tegen haar verlies kan. ‘Hoewel, mijn collega’s zullen achter mijn rug best weleens met hun ogen rollen,’ zegt ze. ‘Want vooral op mijn werk wil ik niet verliezen. Als we een brainstorm hebben, trek ik het bijzonder slecht als mijn ideeën niet worden opgepikt. Dat perfectionisme zorgt er wel voor dat ik me altijd extreem goed voorbereid en goed beslagen ten ijs kom, dus het brengt me ook wel iets. Maar als een voorstel wordt afgewezen, kan ik pinnig reageren, daar ben ik me wel van bewust. Heel charmant is dat natuurlijk niet.’

Lees ook
Toch maar niet op de bucketlist: de loterij winnen maakt je minder aardig

Zo kun je iets beter tegen je verlies

  • Experimenteer met verliezen in situaties waarin je je veilig voelt. Doe regelmatig een spelletje met mensen bij wie je je op je gemak voelt. Of met een kind (dan is verliezen een stuk minder lullig).
  • Mediteer. Ja sorry hoor, daar zijn we weer, maar mediteren en mindfulness gaan over het loslaten van bepaalde gedachten. Dus als jij vanbinnen kookt over je nederlaag, kun je op die manier je woede laten krimpen.
  • Kanaliseer je winnaarsdrang online. Ga online gamen (als dat je ding is natuurlijk) tegen anonieme tegenstanders die net als jij willen winnen. Zo hou je je ‘echte’ relaties vriendelijk.

Het hele verhaal lees je in VIVA-01-2021. 

Sommige artikelen kun je maar gedeeltelijk lezen op viva.nl, omdat ze afkomstig zijn uit de papieren VIVA. Uit respect naar onze abonnees én om te zorgen dat wij online leuke gratis content kunnen blijven maken. We hopen te kunnen rekenen op je begrip! 

VIVA nieuwsbrief

Iedere week de leukste nieuwsbrief van Nederland in je mailbox?

Beeld: GettyImages