Viviannes editorial: De hoffelijke man

Ik kijk vriendin X. aan met open mond. “En dat doet ie elke keer?” Met een combinatie van gêne en trots bevestigt ze mijn vraag. “Maar word je daar niet knettergek van?!” De gin-tonic komt van pure opwinding bijkans mijn neus uit. Ze geeft toe dat ze ‘er wel even aan moest wennen.’ Het onderwerp van gesprek is haar nieuwe liefde. En haar nieuwe liefde… weet hoe het heurt. Het heerschap houdt letterlijk elke deur voor haar open. Mocht X. de deur eerder dan hij bereikt hebben, dan verwacht de beste man dat zij op hem wacht, zodat hij alsnog zijn hoffelijkheid kan loslaten op de deurklink. “Zelfs de autodeur?” X. glimlacht. “Zélfs de autodeur.”

En daar stopt het niet. Hij schuift haar stoel aan, staat op als zij opstaat, betaalt het liefst alle rekeningen en helpt haar in en uit haar jas. Een gentleman pur sang.

Als ik die avond thuiskom, vertel ik vriend T. – met iets verwijtends in mijn stem – over X.’s heer. “En die man woont nog in 1600 en rijdt op een wit paard?” is T.’s spottende reactie. Nee, van hem hoef ik weinig hoffelijkheid te verwachten. “Jij houdt nou nooit een deur voor me open!” vuur ik op hem af. Wel waar, vindt T. “En zelfs als dat niet zo was, dan nog is het niet mijn schuld dat ik weinig opheb met etiquette. Dat hebben jullie zelf veroorzaakt, met jullie emancipatie, en zo. Voor mij is een vrouw gelijk aan een man en dus kan, nee, móet ze gewoon dezelfde dingen doen als hij. Waarom hou jij eigenlijk nooit de deur voor mij open?!” Oh dear, dit gaat de verkeerde kant op. Ik heb te maken met een man die misschien wel te véél van deze tijd is. Ik laat het onderwerp rusten en zoek mijn heil stiekem bij een fictieve man: de Noorse god uit het tweede erotische verhaal van VIVA’s schrijfwedstrijd. Als iemand weet hoe hij een vrouw moet behagen, zal hij het zijn. Maar nog voor ik enige opwinding kan voelen, stuit ik op de volgende zinnen:

‘Onderweg sprokkelen we hout voor het kampvuur dat mijn vrienden op het strand al gemaakt hebben. Hij verlicht het bospad met zijn telefoon, ik raap het hout op.’

De eikel laat háár sjouwen terwijl hij haar wat lafjes bij schijnt met zijn mobieltje – nee, niet eens met een levensgevaarlijke fakkel?! Ik stel voor dat we de man van X. confisqueren en tentoonstellen achter plexiglas, zodat we er af en toe met vreemde nostalgiegevoelens bij kunnen wegdromen. In het wild of in de fantasie komen heren als hij tenslotte amper nog voor.

Vivianne Bendermacher, hoofdredacteur
vivianne@viva.nl
twitter.com/vbendermacher

VIVA 20 ligt woensdag in de winkel! Online bestellen kan hier.