Viviannes editorial: Uitgebluste eitjes

Ik ben 33 jaar en te laat om nog uit te blinken. Nou ja, als het gaat om voortplanting dan. Ik heb nog geen kinderen en mijn vruchtbaarste periode ligt al achter me: ergens tussen mijn twintigste en dertigste waren mijn eitjes in topconditie. Toen lagen ze daar keurig in rijen opgesteld te glanzen van jeugdigheid, vol verwachting over wat misschien wel komen ging. Sindsdien is het bergafwaarts gegaan. Volgens de wetenschap hebben vrouwen rond hun dertigste nog maar zo’n twaalf procent van hun eitjesreserve over. Ik heb dus al minstens achtentachtig procent van mijn eieren weggegooid. En wat er nog over is, kan niet tippen aan die atletische exemplaren van weleer. Over pak ’m beet een jaar of drie begint het verschrompelproces en zullen mijn eitjes langzaam maar zeker naar het niveau lik-me-vestje afdalen. Dat is geen doemdenken, maar pure biologie.

Nog geen man overboord, want inderdaad: ik ben nog jaren vruchtbaar. Maar laten we eerlijk zijn: de boot met de olympische eieren hebben de mijne gemist. Ik was druk bezig met werk en ambities en totaal niet met die biologische klok die ondertussen genadeloos heeft doorgetikt. Voor mijn carrière ging ik altijd voor top notch, haalde ik het onderste uit de kan, maar voor mijn kinderen heb ik blijkbaar onbewust genoegen genomen met B-merkeieren. Natuurlijk: ook uit B-merkeitjes worden kerngezonde wolken van baby’s geboren, maar de risico’s op miskramen of afwijkingen nemen met de jaren toe. Stiekem voelt het alsof ik hier al gefaald heb in eventueel toekomstig moederschap. En dat is best atypisch voor een strebertje als ik. Vreemd toch dat je je als carrièrevrouw door allerlei deadlines laat leiden, die allemaal niets voorstellen in vergelijking met die ene deadline die meedogenloos echt is: de deadline van je eigen lijf.

Dat geldt trouwens niet alleen voor vrouwen, ook voor mannen is leeftijd een ding. De kwaliteit van hun sperma holt met de jaren achteruit. Vanaf hun 35e zitten er steeds minder zwemkampioenen in hun kwakje. Trouwens: zwemmen deden hun spermacellen überhaupt al niet, ze kruipen. Ja echt: zaadcellen kruipen naar het eitje. Dat doen ze wel snel, ze kunnen binnen een seconde twee keer hun eigen lengte afleggen. Maar met het verstrijken van de jaren zitten er tussen die enthousiaste jongens steeds meer misvormde exemplaren. Gastjes met gespleten kopjes die nog geen deuk in een pakje boter kunnen slaan, laat staan in een B-merkei. Toch kan zo veel ogenschijnlijke sneuheid uitmonden in niets minder dan een wonder. Soms zelfs in meerdere wondertjes. Zo zijn er ook nog stellen die vurig hoopten op een kind, en er maar liefst drie kregen. En dat na hun dertigste.

Vivianne Bendermacher, hoofdredacteur
vivianne@viva.nl
twitter.com/vbendermacher

VIVA 14 ligt woensdag in de winkel! Online bestellen kan hier.