Wijntje (35): ‘Cocaïne 
was mijn grote 
liefde’

Haar eigen nieuwsgierigheid en hang naar avontuur dreven Wijntje (35) tot een cocaïneverslaving. “Het was de enige manier om me geen totale mislukkeling te voelen.”

Tekst Loeka Oostra | Beeld iStock

“Mijn eerste snuif cocaïne herinner ik me nog goed. Ik was negentien jaar en samen met mijn toenmalige vriend stond ik in een Amsterdams portiek. We gingen voor het eerst coke gebruiken, maar ik had geen idee hoe dat moest en durfde daar niet alleen voor naar de wc. Ik vond het idee van drugs opsnuiven maar vreemd, dat had ik nog nooit gedaan. Toen het eenmaal begon te werken, was ik dat gevoel allang weer vergeten. Sterker nog: ik voelde me koningin van de wereld.

Dat ik op mijn negentiende deze ervaring had, was niet alleen vanwege m’n leeftijd vreemd te noemen. Op m’n zevende verloor ik mijn halfbroer aan een overdosis heroïne en daardoor ben ik lang heel erg tegen drugs geweest. Met een vriendinnetje dat op de middelbare school cola voor de grap coke noemde, verbrak ik de vriendschap. Ik wilde
er niks mee te maken hebben.
Toch was het mijn eigen nieuwsgierigheid die me uiteindelijk naar de drugs dreef. Toen ik dertien was, rookte ik mijn eerste jointje; dat praatte ik voor mezelf goed door te stellen dat dat geen echte drugs waren. Op de middelbare school hoorde ik van steeds meer mensen dat ze drugs gebruikten en het intrigeerde me mateloos. Natuurlijk zou ik mijn toenmalige vriend de schuld kunnen geven van mijn gebruik, maar het was sowieso gebeurd. Het was mijn eigen hang naar avontuur die ervoor zorgde dat ik die avond voor het eerst cocaïne gebruikte.

Dood door xtc

Die eerste nacht herinner ik me als een van de leukste nachten uit m’n leven. Alle onzekerheden en zorgen over wat andere mensen van me dachten, vielen van me af. Cocaïne gebruiken voelde als de ultieme vrijheid. Niks was te gek. We gingen naar feesten in vreemde steden, boekten hotelkamers en ik leerde mijn grenzen verleggen; allemaal dingen die ik altijd wel wilde, maar niet durfde.

Langzamerhand veranderden alle weekenden in een waas waarin sex en drugs centraal stonden. Zowel thuis als op feestjes gebruikten we drugs om ons beter te voelen. Geld was nooit een probleem; we hadden allebei een baan en mijn vriend woonde nog thuis. Dat veranderde toen we gingen samenwonen en samen een huis kochten. Ineens ging het geld op aan vaste lasten en daardoor verminderde het plezier van het gebruiken. Dat plezier verdween volledig toen een familielid overleed aan de gevolgen van het nemen van een xtc-pil die ik haar had gegeven. Ze had een lekkende hartklep waardoor haar lichaam het niet aankon. Ook al lag het niet aan de pil, ik voelde me ontzettend schuldig, alsof ik haar de dood in had gejaagd. Mijn vriend had geen last van een schuldgevoel en ging gewoon door met xtc, maar ik wilde dat niet meer. In plaats daarvan greep ik naar cocaïne om me beter te voelen. Het bleef niet bij weekendgebruik en mijn vriend hield alle drugs bij zich om me in bescherming te nemen. Toch verstopte ik in het weekend soms wat, zodat ik ook doordeweeks
kon gebruiken. Uiteindelijk besloot ik dat onze relatie niet langer werkte: er waren te veel ruzies, die vooral over drugs gingen. Het was moeilijk om hem te verlaten, maar ik overtuigde mezelf: zonder hem, kon ik stoppen met de drugs.”

‘Burn-out’

Het tegenovergestelde bleek waar. Doordat er geen controle meer was, gebruikte ik al snel steeds vaker, ook doordeweeks. Ik voelde me een ontzettende mislukkeling. Ik had verwacht dat ik oud zou worden met mijn ex, en dat dat niet gelukt was, vond ik verschrikkelijk. Ook de talloze mislukte pogingen om te stoppen met drugs werkten averechts voor mijn zelfbeeld.
Was ik eerder goed in m’n werk als voorbereider bij een aannemersbedrijf, nu viel ik soms in slaap achter m’n computer. In een gesprek met de bedrijfsarts werd een burn-out geconstateerd: ik at weinig, sliep bijna niet, had angstgedachten en paniekaanvallen. Dat ik drugs gebruikte, vertelde ik niet. Daardoor leken de symptomen op die van een burn-out en kwam ik betaald en met een auto van de zaak thuis te zitten.

Ondertussen leerde ik mijn nieuwe vriend kennen: een dealer van wie ik geregeld drugs kocht. Geen wonder, want ik verzamelde mensen om me heen die het oké vonden dat ik drugs gebruikte, mensen die dat zelf ook deden. Ik hielp mijn vriend met allerlei klusjes: van het vouwen van envelopjes voor de cocaïne, tot het rondbrengen van het spul in mijn auto van de zaak. In ruil daarvoor kreeg ik drugs van hem. Mensen die niet
gebruikten ging ik uit de weg: de confrontatie was te heftig. Mensen die nog wel contact met me zochten en me waarschuwden liet ik links liggen. Ik hield mezelf voor dat ik
er minder slecht aan toe was dan andere gebruikers, en rechtvaardigde zo mijn gedrag tegenover mezelf. Met mijn moeder had ik ook steeds minder contact. Mijn zussen hadden hun verdenkingen van mijn gebruik tegen haar uitgesproken, maar toen ze me ermee confronteerde, loog ik. Langzaam maar zeker stootte ik haar af, ik schaamde me. Omdat mijn moeder zelf in de verslavingszorg werkte, was het extra zwaar: ze herkende alle symptomen, maar stond machteloos aan de zijlijn.

Knock-out

Ondertussen verslechterde mijn thuissituatie. Ik probeerde te stoppen met de cocaïne, maar keer op keer viel ik terug. Als m’n vriend weigerde me drugs te geven, ging ik naar andere dealers. Omdat ik hem daarmee voor schut zette, resulteerde dat steevast in ruzie waarbij hij me bedreigde met de dood en uitschold voor de ergste dingen. De druppel kwam toen hij me zo hard in elkaar sloeg dat ik acht weken met krukken moest lopen. Ik besloot – wederom – dat dit zo niet langer kon. Ik was net weer begonnen met werken en zei tegen collega’s dat ik van de trap was gevallen, maar het was overduidelijk dat er meer aan de hand was. Uiteindelijk ben ik door m’n baas uitgekocht, wat voor ons beiden een goede beslissing was: doordat ik zo in de kreukels lag, hadden ze weinig aan mij.

En zo zat ik op mijn 25e helemaal aan de grond. Zonder relatie, zonder werk. Cocaïne was mijn grote liefde. Drie
weken lang gebruikte ik non-stop. Als ik knock-out ging omdat ik te veel had gebruikt, was dat geen reden om te stoppen als ik weer bijkwam.
Wat me er precies toe heeft aangezet weet ik nog steeds niet, maar op een gegeven moment heb ik al m’n drugs weggegeven en heb ik een verslavingsarts gebeld. Voordat ik in de auto stapte voor een crisisopname heb ik voor het laatst gesnoven, waarna ik mijn stiefvader belde met de mededeling dat ik me liet opnemen. Mijn moeder durfde ik niet te bellen: ik schaamde me te erg voor wat ik haar had aangedaan.

Toen ik eenmaal op m’n kamer in de crisisopvang lag,begon ik de situatie te overzien. Vijf jaar lang had ik mijn best gedaan mezelf te gronde te richten. Alle angsten waar ik jarenlang met cocaïne tegen had gevochten kwamen op me af: ik voelde me een grotere mislukkeling dan ooit tevoren, maar een ding stond als een paal boven water: dit kon niet langer zo.

Ternauwernood gered

Na vijf dagen crisisopvang en vijf maanden in een afkick-kliniek in Zuid-Afrika begon ik voor mijn gevoel met een schone lei. Ik had het idee dat ik precies wist hoe dingen moesten, en was er in alle arrogantie van overtuigd dat ik niet meer in dezelfde sloten zou lopen. Met een nieuwe fulltimebaan besloot ik me volop in mijn nieuwe leven te storten, overtuigd van m’n eigen kunnen. Maar de hang naar avontuur bleek niet verdwenen te zijn. Doordat ik mezelf weinig tijd gunde om weer op te krabbelen, viel ik een jaar later terug. Met één belletje stond er weer een dealer op de stoep, die me voor vier dagen van cocaïne voorzag. Doordat ik zo geloofde in m’n eigen kracht, was ik ervan overtuigd dat ik het drugsgebruik deze keer kon controleren. Het was een gevaarlijke onderliggende gedachte die me naar de cocaïne dreef. In eerste instantie was ik niet gestopt omdat ik ervan af wilde zijn, ik wilde mijn
leven onder controle krijgen. Nu ik dat had, was ik zo trots op mezelf dat ik vond dat ik wel een beloning in de vorm van een snuif verdiend had.
Dit ging twee jaar zo door, waarin ik in totale eenzaamheid uiteindelijk weer dagelijks thuis gebruikte. Ik raakte in een draaikolk die me naar beneden trok, tot ik geen andere uitweg meer zag dan een einde aan mijn leven te maken. Een vriend vond me terwijl ik zelfmoord probeerde te plegen. Ik zag het als een teken: ik kreeg nog een kans, en moest van de cocaïne af om de rest van m’n leven weer op de rit te krijgen.

Deze instelling zorgde er uiteindelijk voor dat de behandeling bij verslavingskliniek Mirage Verslavingszorg wel aansloeg. Tijdens het eerste gesprek werd me verteld dat ik mocht vergeten dat ik dacht alles te weten. Dat advies klinkt simpeler dan het was, maar door dat los te laten en me over te geven aan de behandeling durfde ik mezelf bloot te geven in gesprekken met behandelaars. Eerder gaf ik vooral politiek correcte antwoorden, nu vertelde ik over de dingen waar ik tegenaan liep in mijn herstel. Waar ik eerst de schuld van mijn problemen vooral buiten mezelf plaatste, leerde ik nu dat ik door mijn keuzes een groot aandeel heb in mijn eigen levensloop.

Het koste me vier jaar om me weer thuis te voelen in mijn eigen leven. Ik nam een hondje om m’n dagritme terug te krijgen en leerde daarmee mensen in m’n buurt kennen. Ook ging ik weer aan het werk. Met mijn eigen bedrijf Steps to Work help ik als coach mensen met hun leven na de afkickkliniek. Als ik iets heb geleerd, is het dat herstel op de eerste plaats moet staan. Mijn herstel zal altijd een belangrijk onderwerp in mijn leven blijven: nog steeds ben ik iedere zaterdagavond te vinden bij mijn herstelgroep en via mijn werk ben ik elke dag met het onderwerp bezig.

Inmiddels kan ik mezelf vergeven voor wat ik mijzelf heb aangedaan. Zonder alle drugs en ellende die daarmee gepaard gingen, zou ik nooit de persoon zijn die ik vandaag de dag ben. Ook mijn ouders hebben me kunnen vergeven, waar ik erg dankbaar voor ben. Onze band is beter dan ooit, mede omdat ik nu helder heb wat echt belangrijk voor me is. Ik doe dingen waar ik achter sta en stel doelen die bij mij passen. Als ik iets tegenover mezelf heb bewezen, is het dat ik geen mislukkeling ben, maar een door-zetter die nu beter dan ooit weet wat ze wil.”

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 35. Abonnee worden of een losse editie van VIVA bestellen? Klik hieronder:

»Bestel VIVA online | Klik hier «