Yannick Hiwat : ‘Ik ben gewend dat mensen naar me kijken’

Violist Yannick Hiwat 
(31) brengt klassieke muziek eigenhandig naar een nieuw level 
of coolness.



Vind je het leuk dat je de laatste tijd 
zo in de belangstelling staat?

‘Binnen mijn eigen vakgebied wel. Dat kan ook niet anders, want als je op een podium speelt, word je sowieso gezien. Ik voel de intrinsieke drang om daarin te groeien en beter te worden. Maar in principe maak ik muziek voor mezelf. Ik wil maken wat ik mooi vind en daarin groeien. Dat staat bij mij altijd op één.’


Toch kies je ook bewust voor andere podia, zoals De slimste mens.

‘Ik vond het op zich best leuk, wat de eerste aanzet gaf om ‘ja’ te zeggen. Los daarvan is zo’n programma natuurlijk een mooie manier om mezelf onder de aandacht te brengen bij een publiek dat mij nog niet kent. Maar ik wil me wel comfortabel voelen bij de manier waarop ik dat doe.’

Waar voel jij je niet comfortabel bij?

‘Ik zou geen naaktshoot doen en het moet me ook niet te veel afleiden van m’n werk, maar verder sluit ik niet veel dingen uit. 
Ik ben een enthousiast, nieuwsgierig mens. Zolang ik het gevoel heb dat ik mezelf kan zijn, is er van alles mogelijk. Het scheelt denk ik dat ik al sinds mijn vijfde op een podium sta. Het is nooit een doel op zich geweest, maar ik ben er daardoor aan gewend dat mensen naar me kijken.’

Kwam het vanuit jezelf dat je je als kleuter al op de viool stortte?

‘De blokfluitles op school vond ik leuk, maar na een jaar wilde ik ook weleens een ander instrument proberen. Op tv had ik een keer een orkest zien spelen, dat geluid vond ik betoverend. Vooral de viool sprak me aan, dus dat wilde ik heel graag proberen. Mijn ouders gaven me die kans.’

Kom je uit een muzikaal gezin?

‘Mijn moeder is leerkracht op een basisschool, maar ze speelde thuis veel piano en klarinet. Mijn vader werkt in de telecom, maar in zijn jongere jaren heeft hij veel in bandjes gezongen. Ze houden dus zeker van muziek, maar wel als hobby. Thuis werd er vaak muziek gedraaid, dat wil zeggen: bij mijn moeder. Mijn vader en moeder zijn uit elkaar gegaan toen ik een jaar of negen was. Niet lang daarna is mijn vader naar Brazilië en later andere landen binnen Zuid-Amerika verhuisd, waar hij nog steeds woont met zijn nieuwe gezin.’

Hoe heftig was het voor jou dat je ouders uit elkaar gingen?

‘Dat was lastig, vooral omdat mijn moeder niet lang na zijn vertrek heel erg ziek werd. Ze had tuberculose, wat pas in een laat stadium werd ontdekt. In principe was ze terminaal, wat natuurlijk een enorme klap was. Mijn vader was weg, mijn moeder lag in het ziekenhuis en ik woonde steeds bij andere mensen. Gelukkig duurde die periode niet heel lang en is mijn moeder weer helemaal opgeknapt.’

Was het moeilijk om minder contact 
te hebben met je vader?

‘Ik heb via mail en telefoon altijd contact met hem gehouden, maar pas rond mijn 
22e heb ik hem voor het eerst weer gezien. Die fase was als kind soms lastig, zeker. Maar ik kan over het algemeen moeilijk kwaad blijven op mensen en voel ook niet de behoefte om dat op mijn vader te zijn. Ik denk dat iedereen de verantwoordelijkheid heeft om de consequenties van bepaalde beslissingen zelf te dragen. Hij is en blijft mijn vader en als ik hem nodig heb, was en is hij er absoluut voor me. Het is ook niet zo dat ik in mijn jeugd echt een vaderfiguur heb gemist. Mijn moeder heeft heel veel gedaan, waardoor we echt beste maatjes zijn. Ik ben haar daar heel dankbaar voor.’

Tekst Fleur Baxmeier Foto’s Maaike van Haaster Met dank aan Rozey

Dit verhaal komt uit VIVA-2020-15. Dit nummer ligt t/m 15 april in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «