Ingrid Desar: ‘Ik probeer me zo goed mogelijk te verplaatsen in de patiënt’

ingrid desar

Internist-oncoloog Ingrid Desar (40) doet baanbrekend onderzoek en wordt door veel van haar patiënten als anker in woelige tijden gezien.

VIVA400

‘Totaal onverwacht kreeg ik het bericht over mijn VIVA400-nominatie. Ik weet nog steeds niet wie me heeft opgegeven. Wel dat het voor mijn onderzoek naar het juist gedoseerde gebruik van oncologische medicatie is. Iets waar ik al jaren mee bezig ben en dat gelukkig in 2019 door het KWF als implementatieproject is toegekend. Op mijn nominatie kreeg ik veel mooie reacties. Van trotse vrienden en familie, en ook van patiënten. Het mooie is ook dat het Radboudumc er als academisch ziekenhuis veel waarde aan hecht dat onze onderzoeken aandacht als deze krijgen. Vaak wordt het alleen gezien door collega’s die in onze medische databases kunnen. Dat het nu een veel groter publiek bereikt, wordt zeer gewaardeerd.’

Het gesprek

‘Als internist-oncoloog behandel ik vooral patiënten met uitgezaaide kanker. Kanker is natuurlijk een heel bedreigende en heftige ziekte. Daarom bestaat mijn werk uit veel meer dan het geven van de juiste medicatie. Het gesprek met de patiënt is zo belangrijk. Ik probeer me altijd zo goed mogelijk in de patiënt te verplaatsen en aansluiting te vinden. Dus geen standaard riedeltje als: ‘U heeft kanker x en daarvoor hebben we medicijn y’. Ik hou me altijd bezig met wie de patiënt is en wat deze persoon van mij nodig heeft. Dat intensieve behandelcontact vind ik het mooiste aan mijn beroep. In korte tijd durven patiënten zonder blikken of blozen heel veel met mij te delen. Ze zijn vaak ook dankbaar en geven aan zich veilig bij mij te voelen. Een mooi compliment. Daarnaast ben ik opleider voor andere internist-oncologen en leid ik op het moment twee onderzoekstakken. En ik ben lid van het managementteam van onze afdeling Medische Oncologie.’

Onderzoek

‘Ik vind het belangrijk dat mijn werk heel onderzoek gedreven is, want daardoor kan ik continu vernieuwen. Zo gaat mijn geneesmiddelenonderzoek om het feit dat alle kankerpatiënten dezelfde dosis aan medicijnen voorgeschreven krijgen, terwijl de werking per patiënt enorm verschilt. Door de bloedspiegel te meten, kijken we nu per persoon hoeveel van het medicijn daadwerkelijk in het bloed komt. Soms zijn de werkende waardes te hoog, waardoor de patiënt last krijgt van onnodige bijwerkingen, terwijl het medicijn ónder een bepaalde waarde weer niet goed z’n werk kan doen. Ons doel is dus per patiënt de juiste hoeveelheid medicatie te geven. Daarnaast doe ik onderzoek naar bot- en wekedelentumoren: sarcomen. Deels door labonderzoek, door met de microscoop te zoeken naar genetische fouten in kanker. En kijken hoe we de groei van de kankercellen verder voorkomen. Een ander belangrijk onderdeel is het kwaliteit van leven-onderzoek om zo ook een brug te slaan van het lab naar de kliniek en de patiëntenzorg. Dus: hoe is het voor iemand om te leven met een sarcoom?’

‘De kunst is om tevreden te zijn. Het kan zo afgelopen zijn.’

Hoe het begon

‘Vanaf het moment dat mijn zevenjarige broertje vier weken werd opgenomen met een gebroken elleboog, vond ik het ziekenhuis al fascinerend. Vervolgens heb ik er alles aan gedaan zodat ik daar ook kon werken. Tijdens mijn opleiding geneeskunde liep ik stage op de afdeling oncologie en voelde het alsof alles bij elkaar kwam. Ik wist: dit is het.’

Werkweek

‘Ik werk officieel 0,9 fte, maar maak gemiddeld zo’n vijftig uur per week. Onderzoek vraagt veel schrijfwerk, dus dat doe ik vaak ’s avonds, zodat ik me overdag op de patiëntenzorg kan richten. De juiste balans vinden, is nog weleens een uitdaging met een gezin en twee kinderen van vijf en bijna zeven. Gelukkig gaat het meestal goed. Mijn geheim? Zorgen dat je de dingen goed regelt, zodat je de tijd die overblijft aan echt belangrijke zaken kunt besteden. Zo heb ik bijvoorbeeld een werkster en woon ik dicht bij mijn werk om niet ook nog veel reistijd te hebben. Verder stem ik natuurlijk alles goed af met mijn partner, ook niet onbelangrijk.’

Corona

‘De afgelopen periode was ongelooflijk druk, doordat er op de COVID-19-afdeling personeel nodig was. Maar de zorg voor oncologiepatiënten kun je natuurlijk niet even pauzeren. Daardoor moesten we alles met eenderde minder personeel doen. Met als gevolg veel dubbele diensten en spreekuren. Ik moest ook veel in het ziekenhuis zijn voor de supervisie van mijn patiënten. Zij willen natuurlijk het liefst gewoon een dokter aan hun bed. Gelukkig logeerde mijn moeder uit Brabant gezellig bij ons. Zo was zij niet alleen thuis en hadden wij meteen een oppas. Win-win. Inmiddels is het weer rustiger en zoeken we naar de juiste balans. Bijvoorbeeld door meer te beeldbellen, zodat onze patiënten die tot de risicogroep behoren niet onnodig naar het ziekenhuis hoeven te komen.’

Lees ook: Joyce Teune: ‘Het is me binnen elk bedrijf gelukt om te groeien’

Belangrijk leermoment

‘Voor mij persoonlijk is het werk ook weleens echt heftig en inmiddels laat ik dat verdriet ook toe. Het helpt dan om het er met collega’s over te hebben die precies weten hoe het voelt. In het begin vond ik het lastig die kwetsbare kant te laten zien en was ik vooral bezig met alles goed doen. Tot ik aan het einde van mijn opleiding een jonge man van eind dertig als patiënt kreeg met uitgezaaide zaadbalkanker. Hij lag wekenlang in isolatie, mocht nauwelijks bezoek hebben. Ontzettend heftig. Ik maakte elke dag even een praatje met hem. Zo leerden we elkaar steeds beter kennen, al bleef het van mijn kant natuurlijk professioneel. Op het moment dat ik van de IC te horen kreeg dat hij het niet zou overleven, ben ik naar mijn begeleider gestapt om te dubbelchecken of ik niets over het hoofd zag. Zij beaamde inderdaad dat we helaas de behandeling moesten stoppen en ging mee om dit aan de patiënt te vertellen, terwijl ik had benadrukt dat echt wel zelf te kunnen. Na afloop vroeg ze hoe het met me ging. Ik antwoordde dat het een goed gesprek was, waarop zij zei: ‘Ik vroeg hoe het met jou gaat, niet hoe het gesprek ging’. Toen pas liet ik mijn verdriet toe. Sindsdien weet ik dat er niets mis mee is om verdriet te hebben om wat er gebeurt. Dat maakt je alleen maar een mooier mens.’

Wijze les

‘De kunst om tevreden te zijn. Dat leer je wel als je dagelijks ziet hoe snel het afgelopen kan zijn. Ik ben net veertig geworden en daar had ik totaal geen moeite mee. Ik ben er juist heel dankbaar voor.’

Tekst: Kim Buitenhuis | Foto: András Schuh

Dit verhaal komt uit VIVA-2020-28. Dit nummer ligt t/m 14 juli in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «