Het verdriet van Gouda

Meestal zijn boekpresentaties niet zo bijster spannend. Maar die van gisteren was anders: het begon met een wilde autorit naar ‘De Tapperij’ in Gouda met de fameuze sexlijnenkoning Sperma Bob. De nacht eindigde in de schimmige Amsterdamse havenkroeg Pollux, met drie zwaar getatoeëerde leden van een motorbende.

Ik had het kunnen weten, het was namelijk niet bepaald de presentatie van de biografie van Yvonne Jaspers waar ik voor was uitgenodigd. Dit was de boekenborrel van collega journaliste Margriet Marbus, die haar nogal tumultueuze jeugd aan het papier had toevertrouwd. Een verbijsterend verhaal over een criminele vader die zijn gezin in de steek laat en een rancuneuze moeder die haar dochter geestelijk zo mishandelt dat ze er zelf voor kiest om in een internaat te gaan wonen. Een relaas vol drank, drugs en foute vriendjes; ze krijgt een relatie met haar twintig jaar oudere leraar en haar enige rolmodel is ‘de Indiaan’ (Daniël Uneputty, de latere de leider van de Hells Angels) Kortom, spicy stuff.

Flirtende piloten
Ik leerde Margriet pas kennen toen ze het helemaal gemaakt had als stewardess, fotomodel en journaliste. Ze is getrouwd met een jaloersmakend knappe piloot, heeft drie bloedmooie kindjes en woont in een soort paleis in Dubai. Een modern sprookje, zeg maar. De boekpresentatie was een afspiegeling van haar leven. Ik stond daar van mijn champagne te nippen tussen een bonte stoet van kokette stewardessen en flirtende piloten, inmiddels heel oude leraren, snuivende schrijvers en journalisten en natuurlijk De Indiaan met zijn entourage.

De hitparade van 1972
De gesprekken waren interessant. “Wat doe jij voor werk?” “Ik ben de klusjesman.” Waar kan ik je voor inhuren dan? “Nou als je nog wat van iemand tegoed hebt, dan haal ik dat even voor je op.” Wat zal ik zeggen: de band blies het dak van De Tapperij met pompende versies van de hitparade van 1972, het bier stroomde rijkelijk en na zes uur dansen, drinken en dom lullen besloten mijn lief en ik maar eens een trein terug naar Amsterdam te pakken. Pas zes uur later lag ik in mijn bed.

Wiens hand is dat?
Treinen reden niet naar Amsterdam, de drie hotels waar we aanklopten weigerden open te doen. Terug naar de Tapperij, waar we een lift kregen van De Indiaan, maar wel met zijn gehele entourage op de achterbank. Saharaprinses Margriet zat voorin vrolijk te zingen en ik lag overdwars over drie mannen gedrapeerd, waarvan eentje mijn lief, eentje ‘de klusjesman’ en eentje die zijn naam blijkbaar niet kon onthouden; die stond op zijn duim getatoeëerd. Iedere vijf minuten riep ik “Wiens hand is dat?”

Roze verlichte bar
Na een uur zag ik het bord “Utrecht” langs zoeven. Weer een half uur later riep de klusjesman “Waarom rijden we richting Maastricht? Ik moet mijn hond nog uitlaten!” Ineens waren Margriet en de auto verdwenen en hing ik aan een roze verlichte bar in Amsterdam met het zoveelste drankje van die avond in mijn hand. De klusjesman had nog steeds zijn hond niet uitgelaten.

Foto: privébezit