Van boerin naar stadsmeisje

Als een naïef dorpsmeisje kwam ik naar Amsterdam. Fietsen in het centrum was een uitdaging, de weg vinden onmogelijk en dronken toeristen ontwijken een hele klus. Maar ik was op slag verliefd.

‘Can i take a picture’
Amsterdam, ik vind het ’s werelds mooiste stad. Ik houd van de grachten, de negen straatjes, het Vondelpark, de tram en zelfs van de schreeuwerige Japanners die van elke poep en scheet een foto maken. De stad is mijn thuis. Maar dat is niet altijd zo geweest. Tot drie jaar geleden woonde ik in een klein, lief dorpje ergens in het noorden van het land: Uitgeest.

The middle of nowhere
Uitgeest heeft één bibliotheek, drie supermarkten, geen middelbare scholen maar wél een jeugdhonk, twee fatsoenlijke kroegen en een voetbalveldje. De ons-kent-ons cultuur viert er hoogtij, een geheim bewaren is uitgesloten. Ik ben niet altijd even positief over Uitgeest. Toch zit het gehuchtje in mijn hart. Ik kom er nog graag. In Uitgeest wonen mijn moeder,  mijn favoriete oom en tante, mijn oude schoolvrienden en exen. Talloze herinneren heb ik aan het dorpje. In het speeltuintje kreeg ik mijn eerste zoen, op het voetbalveld lag ik schandalig dronken te wezen na de kermis en op het schoolplein rookte ik mijn eerste en tevens laatste sigaret.

Jij stedeling
Ik mag Uitgeest dan niet vergeten zijn, toch ben ik ‘verstadst’, zo vinden mijn voormalig dorpsgenoten. Ik kleed me anders (Emmy op hakken?!), praat anders en heb andere interesses. En misschien hebben ze ergens wel gelijk. Zonder het geluid van een tram kan ik niet slapen, sirenes klinken als muziek in mijn oren en zodra ik een grachtje zie voel ik me thuis. Het Parool vind ik een prachtkrant, als een toerist me vraagt naar ‘the dem skwer’ weet ik wat hij of zij bedoeld en blijkbaar schrijf ik er zelfs een hele blog over. Zoals mijn favoriete dichter K. Schipper ooit zei: ‘Ik wilde dat ik niet in Amsterdam woonde, dan ging ik erheen met vakantie.’

Beeld: Digital Gold