Afgestudeerd

Vandaag is het officieel: ik ben afgestudeerd. Zo nu en dan leun ik even vergenoegd achterover in mijn bureaustoel, mijn handen achter mijn hoofd gevouwen. Dit zou hét moment zijn om te beginnen met het roken van sigaren.
Dan zou ik de hele dag met een stomende bruine rakker tussen mijn tanden geklemd rondlopen en ‘I love it when a plan comes together’ brommen.

Op tafel staat een enorme bos bloemen omringd door een paar flessen wijn. Om de zoveel tijd zoemt mijn telefoon om een binnenkomende felicitatie aan te kondigen. In de hoek staat een kartonnen doos vol oude kladblokken en handleidingen, bovenop een platgetrapte taartdoos, klaar voor de papierbak. Ik rek me uit, de rugleuning van mijn stoel kraakt.

Het is heerlijk om even niets te doen te hebben, even geen druk te voelen. Gewoon voor het raam staan kijken hoe de vroege herfst het groene blad van de bomen probeert te trekken en hoe de regen op de auto’s slaat.

Zo. Nu ben ik afgestudeerd. Dus. En nu? Het euforische gevoel komt met vlagen, maar keldert wanneer ik aan morgen denk, en volgende week, en volgende maand. Ik heb zojuist de sticker met ‘Student’ erop van mijn borstzak gerukt en vervangen door eentje waar ‘Werkloos’ op staat. Als ik het zo bekijk had ik mijn oude stickertje liever gehouden.

Stel hè, stel. Ik word morgen op straat opeens overvallen door een willekeurige cameraploeg die mij vraagt mijn deskundige mening te geven over een willekeurig onderwerp, wat zetten ze dan op mijn balkje als ik in beeld kom? ‘Danielle Bakker – werkloos’? Of ‘Danielle Bakker – niks’? En wat nu als ik overmorgen in de kroeg een gesprek aanknoop met een leuke man. Wat moet ik dan antwoorden op de vraag “En wat doe jij?”

Ik schrik op door mijn telefoon. ‘Gefeliciteerd, ben trots op jou! x’ lees ik. Ik glimlach en maak mijn hoofd weer leeg. Ik laat me weer zakken in mijn stoel, leg mijn voeten op de vensterbank en steek een denkbeeldige sigaar op.

Foto: Gettyimages.com