Afscheid van een collega

Paul was een eenvoudige man van vijftig jaar oud, een net heertje dat hield van een boterham met kaas. Van een bord bami moest hij niets weten. Hij sprak weinig, alleen het noodzakelijke. De collega’s die hem goed kenden, konden uit zijn lichaamsbewegingen opmaken in wat voor humeur hij was. Ik was de nieuwe collega op kantoor en kende zijn maniertjes niet, dus de eerste keer dat hij pissig was op mij, hoorde ik dat pas toen hij weg was van kantoor.

Borstcrawl
Paul ging echter steeds vaker bewegingen maken die geen enkele collega van uitleg kon voorzien. Hij liep op en neer door de kamer, haalde adem met diepe teugen en zwaaide zijn armen los, alsof hij de borstcrawl deed. Ook stopte hij met het drinken van koffie. Hij wilde alleen nog water of thee. Het was niet des Pauls om ineens te veranderen. Pas weken later hoorden we dat de oorzaak van zijn vreemde gedrag lag bij de pijn die hij voelde.

Twee dagen nadat ik van een collega hoorde dat Paul er niet was omdat hij naar de dokter moest, zagen we hem weer. Hij schoof aan bij een overleg en mijn baas gaf hem het woord. Het was kanker, vertelde hij. Paul moest nog diezelfde dag beslissen of hij wilde gaan voor chemo of niet. De behandeling zou alleen levensverlengend zijn. Nadat hij ons kort had toegesproken, begon hij te huilen. Twee minuten daarvoor was Paul nog de man van weinig woorden. Nu zagen we een emotioneel wrak wiens zekere leven in één klap was verwoest.

Babyfoon
Ik zag hem daarna nog één keer. Dat was bij hem thuis. Hij lag in een bed, beneden in de huiskamer. Naast hem stond een tafeltje met daarop het zendstation van de babyfoon. Paul was enorm vermagerd. Zijn huid was geel. Hij liet zijn vrouw praten en zei zelf haast niets. Ik wist niet wat ik moest zeggen. Gelukkig hoefde ik niet veel te praten, want een collega nam het woord en we bleven niet zo heel lang.

Voordat we naar huis gingen pakte Paul mijn hand. Voor een doodzieke man had hij nog flink wat kracht. Hij bedankte me, omdat ik hem had opgezocht. Zijn stem klonk als een zucht, zijn lippen waren droog. Het was zwaar voor hem om te praten, maar toch verspeelde hij kostbare energie om afscheid te nemen. Het was voor mij een aangrijpend moment, want elk woord was oprecht gemeend. Het is een waardevolle herinnering geworden, waarvan ik blij ben dat ik hem heb.

Musical
Niet veel later bezochten we met enkele collega’s zijn uitvaart. Op de herdenkingsdienst leerden we Paul beter kennen. We hoorden zijn dochters praten en zagen zijn halfbroer, die hij pas onlangs had teruggevonden en met wie hij inmiddels een innige band had opgebouwd. We hoorden de liedjes die Paul zelf had uitgekozen voor de plechtigheid en verwonderden ons over zijn muzieksmaak. Er zat een lied bij dat uit een musical kwam. Nooit had hij verteld dat hij een musical had bezocht.

Paul hield werk en privézaken gescheiden. Omdat wij hem zelden hoorden praten over zijn gezin, dachten we dat hij zich vooral richtte op zijn werk, maar dat was niet waar. Elke persoon die aanwezig was zag gewoon een ander stukje van Paul en pas op de dag dat we hem wegbrachten, kwamen alle afzonderlijke stukjes van de puzzel die Paul was bij elkaar.

Na de dienst gingen we allemaal weer weg, elk van ons met eigen herinneringen. De puzzel zal nooit meer compleet worden, maar het geeft troost dat er overal nog stukjes zijn. Veel stukjes. En dat is een mooi idee.

CC foto: Neal.