Raquel: ‘Als hij geen kanker had 
gekregen, was ik allang weggeweest’

zieke partner

Raquel (28) twijfelde al langer of Frank 
wel de ware voor haar was. Maar toen 
werd hij ernstig ziek en bleef ze bij hem. 
Puur uit medelijden.

Tekst Vivienne Groenwoud, onder redactie van Fleur Meijer | Beeld iStock

‘Elke dag werd het moeilijker om eerlijk te zijn. Ik wilde hem zijn droom niet afnemen, dus bleef ik liegen. Terwijl ik al die tijd wist dat we nooit een toekomst zouden hebben. Als ik naar Franks gezicht keek, dat langzamerhand weer wat zachtere contouren begon te krijgen, voelde ik niets. Of liever gezegd: niets wat ik zou moeten voelen. Maar laat je partner maar eens in de steek als hij net zijn potentiële doodvonnis heeft gehoord. Dat doe je niet. Ik ben geen onmens. Franks ziekte had niets te maken met het feit dat ik niet meer met hem verder wilde. Ik had al twijfels toen hij gezondheidsklachten begon te krijgen. Ik schaam me om het toe te geven, maar eigenlijk vond ik hem toen maar een zeur, met zijn gekwakkel. Een beetje ijzertekort en oververmoeidheid, dacht ik. Maar dat was het niet: Frank bleek 
het Hodgkin-lymfoom te hebben. Lymfeklierkanker. Ik schrok ontzettend. Natuurlijk omdat ik het vreselijk voor hem vond, maar ook omdat het voelde alsof er een onzichtbaar net om me heen werd aangetrokken. Natuurlijk, Frank en ik hadden twee leuke jaren gehad. Of eigenlijk anderhalf, want toen konden we nog teren op de fysieke aantrekkingskracht. Maar toen de eerste verliefdheid was weggesleten en we steeds meer tijd buiten het bed doorbrachten, merkte ik dat we maar weinig gemeen hadden. Frank is een prima kerel. Hij is zorgzaam, sportief, kan lekker koken. Maar verder… Hij houdt van voetbal, ik haat het. Ik vind backpacken superleuk, voor hem is de ultieme vakantie kamperen in een vernederlandst oord. Ook hebben we heel verschillende ideeën over essentiële zaken, zoals opvoeding. We zijn geen match. Ja, in bed. Maar die aantrekkingskracht verdween meteen als ik weer eens op zo’n verschrikkelijke kringverjaardag met kromme tenen zat te luisteren naar een van Franks moppen. Ik had al vaak zat gehint dat dit ’m niet ging worden, maar Frank pikte de hints niet op. Ik had zelf duidelijker moeten zijn, dan had ik niet twee jaar tegen wil en dank als verpleegster doorgebracht.

‘Die avond wilde hij na lange tijd weer seks. 
Na afloop voelde ik me vies, 
goedkoop’

Vanaf het moment dat Frank te horen kreeg dat hij ziek was, veranderde hij in een wanhopig kind. ‘Dit doen we samen, toch?’ vroeg hij keer op keer toen we door de gang van het ziekenhuis liepen. Hij kneep mijn hand bijna fijn. Ik kon niet anders dan ‘ja, natuurlijk’ zeggen, toen ik in zijn waterige blauwe ogen keek. Ik schakelde mijn eigen emoties uit. Nu had hij tenminste nog vechtlust. Daarbij: als ik niet voor hem zou zorgen, wie zou het dan doen? Frank had geen broers of zussen, zijn moeder was overleden en zijn vader zat in een verzorgingstehuis. Het was duidelijk, ik was degene die de zorg op zich moest nemen. Niet dat ik stond te popelen, ik ben in een normale situatie al niet zo’n verzorgend type, maar het was nu eenmaal zo. Al snel was ik Franks verpleegster, boekhoudster, moeder en schoonmaakster. Ik had de laatste periode voor de diagnose al weinig voldoening uit onze relatie gehaald, nu was er niets meer over. Frank begon wel iets te merken, maar weet het aan de situatie waarin we zaten. Machteloos toezien hoe je geliefde lijdt, is voor niemand makkelijk, toch? Dat ik allang niet meer op die manier over hem dacht, kwam niet in hem op. Hij bleef maar zeggen hoe blij hij met me was, hoeveel hij van me hield. Natuurlijk bedoelde hij het goed, maar ik kreeg het er benauwd van. Toen de behandeling aansloeg en er sprake van was dat Frank helemaal zou genezen, barstte hij in de spreekkamer van de oncoloog in huilen uit. Tranen van vreugde waren het. Ik zag de hoop opleven in zijn ogen en schoot zelf ook vol. Ik voelde me als een renpaard dat een marathon had gelopen zonder zicht op de eindstreep. Zou die nu eindelijk in beeld komen? Ik durfde er bijna niet aan te denken, omdat ik wist dat ik me dan te veel zou laten meeslepen.

Die avond wilde Frank voor het eerst sinds lange tijd weer seks. Het goede nieuws had hem blijkbaar een adrenalinekick gegeven. Ik heb alles uit de kast getrokken om het snel voorbij te laten zijn. Toen het achter de rug was, voelde ik me vies, goedkoop. En ik wist het nu echt zeker: ik hield niet meer van Frank. Die avond moest ik vreselijk huilen. Frank dacht het een soort ontlading was, omdat hij beter zou worden. Wist 
hij veel dat ik aan het eind van mijn latijn was. Het erge was dat ik nergens een klankbord had. Ik had altijd een hecht groepje vriendinnen gehad, maar die hield ik op een afstand. Van een van hen was de moeder door haar tweede man verlaten toen ze borstkanker had gekregen. Ze was net hertrouwd en haalde daar veel kracht uit, totdat haar man aangaf bij haar weg te willen. Hij vond haar met één borst geen volwaardige vrouw meer. Logischerwijs had niemand een goed woord over voor die man, dus voelde mijn vriendinnengroep voor mij niet als de juiste crowd om mijn gevoelens mee te delen. Ook bij mijn ouders kon ik niet aankloppen: zij wonen al sinds ik het huis uit ben in Zuid-Frankrijk. Dus kwam ik langzamerhand steeds meer in een isolement terecht. Uiteraard wist ik dat ik het zelf zo had gecreëerd, maar onbewust begon ik het Frank toch kwalijk te nemen. Als hij niet ziek was geworden, was alles anders geweest. Klinkklare onzin natuurlijk.

‘Ik stelde mezelf een deadline: 
na zijn laatste 
chemokuur zou ik het uitmaken’

Ik wist dat ik mezelf een deadline moest stellen. Het was nooit het juiste moment en dat zou het ook nooit worden. Frank zat midden in zijn laatste chemokuur, daarna zou ik het hem vertellen. Ik voelde me een verrader toen ik stiekem begon uit te kijken naar nieuwe woonruimte. Maar het gaf me ook nieuwe energie, het vooruitzicht dat ik weer helemaal mezelf kon zijn, zonder verantwoordelijkheden. Frank zag het ook: ‘Je bent blij hè, je ogen stralen weer,’ zei hij, terwijl hij over mijn wang streelde. Ik kon hem niet recht aankijken. Deze man dacht dat mijn levenslust werd veroorzaakt door het zicht op een onverwacht lang leven met hem, terwijl het tegenovergestelde waar was: het kwam door het vooruitzicht op een leven zónder hem.

Toen we een dikke maand na Franks laatste kuur voor de uitslag naar het ziekenhuis moesten, wist ik dat dit D-day was. De uitslag was goed: Frank kwam nog wel in een streng controletraject, maar zijn vooruitzichten waren positief. Hij was extatisch. Zo erg, dat hij niet merkte dat ik steeds stiller werd. Thuis begon hij meteen over de vakantie die hij wilde boeken om deze periode af te sluiten. ‘Dat heb jij wel verdiend, schatje,’ zei hij, terwijl hij me knuffelde en naar zijn iPad graaide. ‘Ik ga niet mee,’ flapte ik eruit. Dit was het moment. ‘Wat bedoel je? Natuurlijk ga je wel mee, of is er iets met je werk?’ Bijna kwam ik in de verleiding de vluchtweg die hij me onbewust bood, met beide handen aan te pakken. Het zweet liep over mijn rug. Doe niet zo laf, zei ik tegen mezelf. Ik keek naar Frank, zijn gezicht was een groot vraagteken. Ik raapte al mijn moed bij elkaar. ‘Ik hou niet meer van je. Niet genoeg.’ Het was eruit. De sluis was open: ik kon niet meer stoppen. Frank strompelde achteruit en viel neer op de bank, zijn mond open alsof hij iets wilde zeggen. Er kwam alleen geen geluid uit, dus ging ik door. ‘Ik zie het niet meer zitten tussen ons. Het heeft niets met je ziekte te maken, maar ik wil niet met je verder. We zijn te verschillend, dat voel ik al een hele tijd zo.’ Eindelijk zei Frank iets: ‘Maar waarom ben je dan al die tijd gebleven?’ ‘Omdat ik het niet kon maken om weg te gaan,’ mompelde ik. Frank ontplofte.. ‘Wát zeg je? Wat denk jij nou? Dat ik op medelijden zit te wachten?’ Ik probeerde hem nog uit te leggen dat het niet zo zwart-wit was, dat ik echt wel om hem gaf, maar hij vroeg me met ijzige stem om te vertrekken. Ik ging naar een collega, bij wie ik gelukkig op de bank kon slapen totdat ik iets anders had geregeld. Maar ik voelde me schuldig en probeerde Frank te bellen om af te spreken. Om het uit te leggen, voor zover er iets uit te leggen viel. Zonder succes. Hij wil me nu, drie maanden later, nog steeds niet zien. Ik begrijp het ergens wel, zijn trots is op een verschrikkelijke manier aangetast. Toch blijf ik het proberen, ik heb closure nodig. Ik besef steeds meer dat ik het verkeerd heb aangepakt. Niet alleen ben ik inderdaad respectloos geweest tegenover Frank, maar ook tegenover mezelf. Mijn vriendinnen snapten er niets van toen ik ze eindelijk mondjesmaat vertelde waarom we uit elkaar zijn. Ze zijn zelfs beledigd omdat ik er bij voorbaat van uitging dat ze het niet zouden begrijpen. Daardoor, en door de verloren tijd van mij én van Frank, heb ik een zware prijs betaald voor mijn keuze. Tijd waarvan 
ik, juist in de periode dat Frank ziek 
was, had moeten beseffen hoe kostbaar die is.’

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 31 – 2017. Een oude editie bestellen? Klik hieronder.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «