Arts zonder grenzen Maartje Hoetjes: ‘Soms sluit ik 
mezelf op om even 
keihard te huilen’

maartje hoetjes

Maartje Hoetjes (36) werkt al bijna tien jaar voor Artsen zonder 
Grenzen, als verpleegkundige en medisch noodhulpcoördinator. 
Tijdens haar missies naar Zuid-Sudan, Congo, Turkije en Syrië doet ze er alles aan om de zorg te bieden die mensen daar nodig hebben.

Tekst Katy Boer | Beeld privébeeld

Hoe ben je bij Artsen zonder Grenzen terechtgekomen?

“Ik werkte met veel plezier als verpleegkundige op de afdeling kinderoncologie in een Amsterdams ziekenhuis. Maar omdat ik altijd interesse heb gehad in 
andere culturen en nieuwsgierig ben naar de rest van de wereld, begon ik met de tropenopleiding in Leiden. Halverwege die opleiding bedacht ik: nu moet ik ook écht naar het buitenland. Dat was totaal onbekend en daarom vond ik het ook heel eng, maar ik had zo veel geleerd 
van de artsen die lesgaven… Mijn eerste missie werkte ik in Congo. Ik vond het vooral leuk om te doen. Nu, na bijna 
tien jaar, voelt het dubbel. In het veld 
(op locatie, red.) ben ik blij dat ik kan helpen en weet ik dat ik op de goeie plek zit. Tegelijkertijd mis ik mijn thuis en 
heb ik het gevoel dat ik mijn familie en vrienden tekortdoe, omdat ik zo veel weg ben. Maar zodra ik in Nederland ben, 
heb ik weer het idee dat ik de mensen dáár tekortdoe. Als je eenmaal in rampgebieden hebt gewerkt, ben je nooit meer ergens vredig.”

Hoe vaak en hoe lang ben je op missie?

“Tijdens een missie werk je meestal negen maanden in het veld. In 2012 kwam ik te werken voor het noodhulpteam. Dat team is altijd stand-by om naar het buitenland te vertrekken bij een natuurramp of als 
er ergens oorlog of een ziekte uitbreekt. Ook kan het noodhulpteam bijspringen als er tijdens een missie extra handen 
nodig zijn. In die tijd wist ik dus nooit wanneer ik waar zou zijn. Nu is mijn 
basis in Nederland en adviseer en ondersteun ik de teams in het veld. Ik reis nog steeds veel om te kijken hoe de situatie 
is op de plekken waar we hulp bieden. 
Ergens mis ik het continu in het veld zijn wel. Vooral de andere culturen en het connecten met de mensen daar. Aan de andere kant: ik heb het tien jaar gedaan en zo veel geleerd… Het is nu tijd om die kennis over te dragen, de teams daar te coachen en hen de kans geven hetzelfde te leren.”

Ik ben blij dat ik kan helpen en weet dat ik op 
de goeie plek zit

Hoe zorg je ervoor dat je emoties in het veld niet de overhand nemen?

“Ik ben een gevoelsmens en het was mijn grootste angst dat kwijt te raken. Ik wil niet keihard worden. Wat voor mij erg helpt als ik op locatie aan het werk ben, 
is om mezelf af en toe op te sluiten en gewoon even heel hard te huilen. Ook is het belangrijk om tussen werkperiodes 
in het buitenland pauzes te nemen, om alles te verwerken en weer even te aarden. Tijdens een missie word je heel close met collega’s. Je werkt samen, je woont samen, je deelt alles. Het is moeilijker 
om je emoties met familie en vrienden 
te delen, want zij hebben geen idee hoe het is om in een oorlogsgebied te werken. Het is fijn dat ik mijn vrienden en familie meer zie nu ik vaker in Nederland ben, 
al heb ik mijn balans daarin nog niet 
helemaal gevonden. Doordat ik veel reis is het nog steeds niet ideaal, maar ik blijf het proberen.”

Wat is het heftigste wat je hebt meegemaakt?

“Een gebeurtenis die me is bijgebleven, 
is die van een zesjarig Syrisch jongetje, Galet. Hij was geveld door hepatitis A. 
De infectieziekte verspreidt normaal gesproken niet ver en een patiënt is goed te ondersteunen, maar door de slechte omstandigheden was hij erg ziek. Hij kwam pas in een laat stadium naar ons kinderziekenhuis in Syrië, waar hij werd doorverwezen naar een gespecialiseerd ziekenhuis in Turkije, waar ik zat. Zijn lever was zo kapot dat hij een transplantatie nodig had. Helaas overleed hij voordat de transplantatie kon plaatsvinden. Ik herinner me nog goed de machteloosheid en frustratie die ik voelde toen we zijn lichaam aan zijn ouders moesten teruggeven om hem terug te brengen naar Syrië. Dat was zo’n moment waar ik achteraf hard om heb gehuild. Hij heeft het niet gered, omdat hij niet op tijd medische hulp kon krijgen. Terwijl we zijn ziekte heel goed hadden kunnen voorkomen. En er zijn nog velen kinderen bij wie dat op dit moment speelt.”

Wat zijn je ambities?

“Ik heb mijn carrière nooit gepland en dat doe ik nog steeds niet. Mijn drive is om iemand beter te maken, om de zorg die we kúnnen bieden, te bieden. Ik denk dat ik over vijf jaar nog steeds voor Artsen zonder Grenzen werk, maar in welke vorm: geen idee. Ik weet wél dat ik mijn best aan het doen ben voor mensen die ons het hardst nodig hebben.”