Buitenechtelijk flirten

Vroeger flirtte ik met alles wat een hartslag had, met knipoogjes en slechte openingszinnen wond ik ze om mijn vinger. Zo ongelikt als ik toen was, zo stroef ben ik nu.

Dwarse spier
Een beetje flirten binnen een relatie mag best. Maar sinds ik een relatie heb, ben ik preutser dan ooit. Mijn knipoog van nu kan alleen maar een trillend ooglid of dwarse spier betekenen. Flirten doe ik niet. Althans ik wil het wel, maar ik ben de fijne kneepjes uit het oog verloren. Het is nu ook niet noodzakelijk, desalniettemin wordt er nog wel met mij geflirt en dan weet ik niet waar ik het zoeken moet.

Kruipgat
Dit weekend heb ik mezelf geobserveerd. En het is op zijn zachts gezegd dramatisch te noemen. Zijn openingszin is: ‘kom je hier vandaan?’, mijn reactie is: ‘ja en ik heb een relatie en woon samen’.  Alsof hij wil zeggen: ‘ik wil je uit elkaar trekken en alle hoeken van de kamer laten zien’.  Enfin, overal heb ik een monogaam weerwoord op. Er is geen normaal gesprek met me te voeren. Als er iemand is die een poging doet, scannen mijn ogen de ruimte op zoek naar het groene lichtgevende bord met ‘nooduitgang’ en het liefst tijger ik door het kruipgat van de kroeg naar buiten.  Als hij zijn nummer op een bierviltje schrijft, zou ik eigenlijk het bordje ’gereserveerd’ onder zijn neus willen schuiven. De aandacht is gerust leuk, ik ben echter bang om verkeerde signalen af te geven.

Maatschappelijke taak
Mijn vriend kan blij zijn met de zelf-observatie van dit weekend. Toch wil ik het weten: verdwijnt dat flirterige als je een relatie krijgt? Er rest mij een maatschappelijke taak, volgende week trek ik de stoute schoenen aan en ga ik flirten in de kroeg. Geoorloofd flirten als het ware. Van te voren zal ik de beste openingszinnen van internet trekken.  En mocht de jongen in paniek weglopen op zoek naar het groene lichtgevende bord of op een andere manier niet in gaan op mijn knipoog, dan kan ik altijd nog die dwarse spier de schuld geven.

Foto: istockphoto.com