Burgerlijke ongehoorzaamheid

Ik hoor de buurvrouw haar stoep vegen met een sneeuwschuiver. Sinds mijn verhuizing woon ik in een echte grotemensenbuurt met speeltuinen en gesnoeide hagen. Voor de ramen staan geen flessen sterke drank en dildo’s, maar keurig geschikte boeketten.

Zal ik?
Zal ik? … Nu, in de sneeuw? Het idee alleen al doet me huiveren. De laatste dagen doe ik buiten alleen het hoogst noodzakelijke. Ik fiets zo voorzichtig mogelijk van A naar B en weer terug en ik loop naar de supermarkt, dat is het wel zo’n beetje.

Om nu een half uur lang met een sneeuwschuiver in de weer te gaan… Nèh en trouwens, het hóeft ook helemaal niet meer. Ik krijg geen boete van 250 euro, zoals in België. Bovendien kan de postbode mij niet verantwoordelijk stellen wanneer hij in mijn tuin onderuit gaat.

Burgerzin
Tot 2005 was dat nog wel het geval. In de Algemene Groningse Plaatselijke Verordening (APVG) stond dat men verplicht was om de stoep sneeuwvrij te houden. Deze verplichting werd in 2005 geschrapt, omdat deze in strijd was met de Europese regelgeving op het gebied van het verrichten van arbeid.

‘Het schoonvegen van de stoep is een uiting van burgerzin en geen wettelijke verplichting meer’, zo staat het letterlijk in de APVG van 2005.

Morele plicht
Tegenwoordig komt het dus neer op burgerzin. Ik ken het woord niet. Na een korte zoektocht (Google) kom ik erachter dat burgerzin de bereidheid en het vermogen betreft om onderdeel uit te maken van een gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren.

Zonder het door te hebben, ben ik jarenlang een slechte burger geweest. Een burger die niet de bereidheid vertoonde om onderdeel uit te maken van een gemeenschap. Een burger die zijn morele plicht verzuimde.

Een gevoel van opwinding
Buiten hoor ik nog altijd mijn buurvrouw met haar sneeuwschuiver. Binnen in mij voel ik opwinding opborrelen.

Zou dit nu een voorbeeld zijn van die term uit mijn geschiedenisboek, waarvan ik me nooit een voorstelling kon maken?

Burgerlijke ongehoorzaamheid.

Foto: kmardahl